Mogen we de Bijbel nog wel letterlijk nemen?

Weerwoord
„Als we de moeite willen nemen om de Schrift zorgvuldig te lezen - dat is overigens een moeite die veel critici zich niet getroosten - dan valt op allerlei punten de tegenspraak met wetenschappelijke kennis en hedendaagse morele overtuigingen nog wel mee.” beeld RD, Henk Visscher

Critici sporen christenen nogal eens aan om de Bijbel wat minder letterlijk te nemen. In zijn geruchtmakende brief aan kardinaal Eijk deed ook VVD’er Klaas Dijkhoff een suggestie in die richting. Is dit iets om serieus te nemen?

JA

Uiteraard staat er heel wat in de Bijbel dat we niet letterlijk moeten nemen. Geen christen meent dat God in werkelijkheid een schild is (Ps. 84:12), dat Hij vleugels heeft (Ps. 17:8), dat Hij weleens slaapt (Ps. 44:24) of dat Hij op de wolken rijdt (Jes. 14:1). Dit soort beeldspraak komen we vooral in poëtische teksten tegen, maar ook in de Bijbelse geschiedenisverhalen staan allerlei zaken die de meeste lezers niet letterlijk zullen opvatten.

Als 1 Koningen 10:27 zegt dat Salomo het zilver in Jeruzalem zo overvloedig maakte als stenen, dan is er duidelijk sprake van enige overdrijving. En als 2 Kronieken 36:21 stelt dat, gedurende de Babylonische ballingschap, het land Juda zeventig jaar braak lag, dan is dat vooral bedoeld om een theologisch punt te maken (vgl. Lev. 26:34-35) en niet om een exact feitelijke weergave van de historische situatie te geven (vgl. 2 Kon. 25:12). Nog weer anders, maar evenmin letterlijk te nemen, is het symbolische taalgebruik in een boek als Openbaring.

NEE

Met het advies de Bijbel minder letterlijk te nemen zal men doorgaans echter iets anders bedoelen. Het idee hierbij is dat christenen de Bijbel als vrijblijvende bron van inspiratie moeten lezen in plaats van als gezaghebbend Woord van God. De (al dan niet uitgesproken) gedachte daarachter is dat veel van wat er in de Bijbel staat niet meer van deze tijd is, en dat mensen die zich door de inhoud van zo’n oud boek laten leiden wel erg star of naïef zijn.

Veel westerlingen menen dat de Bijbel in ten minste twee opzichten gedateerd is. In de eerste plaats wordt gedacht dat veel van wat de Bijbel vertelt in conflict is met hedendaagse wetenschappelijke kennis. Een door God geschapen kosmos, wonderen, de opstanding van Christus, het is toch allang aangetoond dat dat allemaal niet echt gebeurd kan zijn?

In de tweede plaats is de gedachte dat veel van wat de Bijbel voorschrijft niet strookt met moderne normen en waarden. De Bijbelse wetgeving beveelt immers genocide (Deut. 7), legitimeert slavernij (Lev. 25:44-46), steunt de onderdrukking van vrouwen (1 Kor. 14:34) en biedt voeding aan homohaat (Lev. 20:13). Zo’n boek moet je toch niet letterlijk nemen, als je er überhaupt nog iets mee wilt?

Critici hebben gelijk als ze beweren dat er op veel punten spanningen zijn (of zelfs tegenspraak is) tussen de inhoud van de Bijbel en het moderne westerse denken. Het lijkt me echter een heilloze weg om de Bijbel daarom ‘gewoon’ minder letterlijk te gaan nemen (vgl. 1 Kor. 15). Tegelijkertijd moeten we ook niet, als tegenreactie, de Schrift in een soort mal van feitelijkheid en letterlijkheid persen die vreemd is aan het karakter van de Bijbelteksten. Die dateren inderdaad van eeuwen her en weerspiegelen de toenmalige schrijf- en leescultuur, die anders was dan de onze.

Christenen moeten proberen om zorgvuldig te lezen, steeds op zoek naar de bedoeling van de teksten zelf. Met oog voor de context, het genre en de voortgang in de heilsgeschiedenis. Niet iedere tekst is letterlijk of exact-feitelijk bedoeld en niet ieder voorschrift geldt vandaag op dezelfde manier als duizenden jaren geleden.

Dat ”zorgvuldig lezen” is niet eenvoudig. De leidende vraag moet echter nooit zijn of „wij dit tegenwoordig nog mee kunnen maken.” De vraag is wat de tekst, gelezen in zijn eigen context, eigenlijk duidelijk wil maken. Met andere woorden: voor een christen bepaalt niet het westerse denken hoe letterlijk de Bijbel gelezen moet worden, maar de Bijbeltekst zelf.

Als we de moeite willen nemen om de Schrift zorgvuldig te lezen –dat is overigens een moeite die veel critici zich niet getroosten– dan valt op allerlei punten de tegenspraak met wetenschappelijke kennis en hedendaagse morele overtuigingen nog wel mee. Tegelijkertijd zullen de vragen zich dan gaan toespitsen op die ene, fundamentele vraag: Willen we rekenen met een wijze en almachtige God?

Wanneer we geloven dat Hij bestaat (en daar is niets irrationeels aan), dan zijn wonderen wel onverklaarbaar, maar niet onmogelijk. En dan mag Zijn wijsheid ons westerse denken onder kritiek stellen, juist ook in morele kwesties.

DUS

Christenen zijn geen naïeve lezers van een gedateerd boek. Zij proberen zorgvuldig recht te doen aan de Bijbelteksten, die weliswaar oeroud zijn, maar daarmee nog niet verouderd. Dit boek dient zich aan als gezaghebbende openbaring van God, en de uiteindelijke vraag is of we voor Hem willen buigen.