Liefde op het werk

Mensen zijn waardevol door de relaties waarin ze staan, ook op het werk. Wanneer we welvaart en winstgroei zoeken, moeten we net zo veel aandacht geven aan groei van liefde en vertrouwen als aan efficiency en innovatie.

Christen-zijn op je werk, wat houdt dat in? In veel verbanden komt die vraag aan de orde. Hoewel er onder reformatorische en evangelische christenen een besef is dat je niet alleen op zondag christen bent, blijven de antwoorden toch vaak aan de oppervlakte. De aandacht blijft nogal eens beperkt tot de zichtbare ethiek. Denk aan onderwerpen zoals zwart werk, bidden voor het eten, zondagsrust, ethisch verantwoord ontslag, steekpenningen en andere ‘smeerolie’ in verre landen et cetera.

Ethiek is niet onbelangrijk. In veel bedrijven gaat het daar al mis. Recent onderzoek van de Erasmus Universiteit en de Rotterdam School of Management laat zien dat de meeste managers nauwelijks denken aan de morele kant van beslissingen. In sectoren met stevige concurrentie wordt onethisch gedrag minder of niet bestraft wanneer het de bedrijfswinst verhoogt. Christelijke managers met een goed ethisch kompas kunnen dus een verschil maken.

Ontmenselijking

Toch is dit te mager. Christen-zijn is meer dan ethiek. De Bijbel roept ons ertoe op christen te zijn uit één stuk, integraal christen. En dat begint in de eerste plaats bij ”mens-zijn”. Anders zou het zomaar kunnen dat ook christenen bijdragen aan de ontmenselijking van relaties in bedrijven, die door velen wordt geconstateerd.

Joris Luyendijk citeert in zijn spraakmakende boek ”Dit kan niet waar zijn” een bankier uit de City in Londen. De situatie is daar misschien iets extremer dan bij andere organisaties, maar er is waarschijnlijk geen principieel verschil: „Je moet gewoon ieder jaar meer geld binnenbrengen. De leiding kan het niet schelen of er dingen zijn veranderd. (...) Tien procent meer! Jaar in jaar uit. Maakt niet uit hoe.” Een ander noemt een bank een verzameling afdelingen in permanente staat van burgeroorlog. Het schokkendst zijn de voorbeelden van de ontslagen. Iemand komt op het werk en de toegangspas weigert. De portier brengt zonder verdere uitleg zijn persoonlijke eigendommen. Sommige banken ontslaan jaarlijks de zwakste 5 procent en noemen dat de ”cull”, met andere woorden: de ruiming. Alsof het om zieke beesten gaat.

Die ontmenselijking heeft oude wortels: de slavenarbeid op de plantages in het Amerikaanse zuiden. De spoorlijn van Birma. En het oude Israël kende het maar al te goed. In Egypte moesten de Israëlieten werken, zeven dagen per week. Stenen hakken, iedere dag. Je waarde als mens was alleen afhankelijk van het aantal stenen dat je maakte. De Israëliet was een ”human doing”, geen ”human being”. Een machine die stenen moest produceren.

Gods plan

Tegen die achtergrond krijgt Israël de Thora met een radicaal andere boodschap. God beschrijft in Genesis 1 de schepping, die begint met leegte en eindigt op de zevende dag met de eerste sabbat. Op dag 4, in het midden, worden de zon, maan en sterren gemaakt. Omdat op dag 1 al het licht werd gemaakt, wordt hier iets anders bedoeld: het ritme van de seizoenen. Dag en nacht, werkdagen en rustdagen, werkseizoenen en feestseizoenen. God is een God van balans. Na werk komt rust en feest.

Waarom? Omdat wij geen machines zijn, maar mensen. Mensen naar Gods beeld in wie God een eindeloze vreugde vond, alleen al door naar ons te kijken. Dat beeld van God is geschonden door de zonde, maar in Christus weer hersteld. In Christus mogen we weten geliefde en geredde kinderen van Hem te zijn. Dat is onze identiteit. Geen machines, maar kinderen. Aan het eind van een werkdag en op de sabbat zijn wij ons daarvan bewust. En dat mogen we vieren. Onze identiteit als mens wordt meer bepaald door de zevende scheppingsdag dan door de zes werkdagen die daaraan voorafgingen.

Overigens betekent het niet dat God negatief was over werken. Hij deed het Zelf ook. Zes dagen lang was Hij aan het werk, met iedere denkbare creativiteit. Hij maakte miljoenen objecten en wezens – en als hoogtepunt maakte Hij wezens die zelf weer kunnen maken. Scheppen en werken zit in het karakter van God, en dat is dus bij ons mensen niet anders. Tim Keller laat in het boek ”Goed werk” zien dat werken al hoorde bij het paradijs, bij de opdracht van God om de aarde te bewerken. Op een bepaalde manier mag gesteld worden dat werken ook zal horen bij de nieuwe aarde die wij verwachten. Werken, betaald of onbetaald, is per definitie zinvol en maakt deel uit van onze bestemming.

Zo beheren wij de schepping, het huishouden. Economie is de kennis van de ”oikos”, het huis, de huishouding. Het is een plek waar mensen samenleven en relaties met elkaar aangaan. We noemen die plekken bedrijven en waardeketens. Het kan in deze relaties niet alleen gaan om productiecijfers en financieel rendement. Vanuit de liefde die wij van God ontvangen, staan wij in relatie tot onze collega’s: stimulerend, dienend, mild, vergevend en vertrouwen schenkend. Met die houding moet de mens de schepping besturen. Ons belangrijkste project: verbeter de wereld en begin bij jezelf. Dat is de kern van de boodschap van Jezus. Begin dus niet bij je partner, je collega’s of de politiek. Het eigen hart is het belangrijkste strijdperk.

Centraal staat dus hoe je op je werk met anderen –naast je, boven je, onder je– omgaat. Vier principes staan op de voorgrond wanneer wij holistisch christen willen zijn op het werk: liefde en aandacht, vertrouwen, wederkerigheid en persoonlijke balans.

Liefde en aandacht

Voor een christelijke omgang met anderen is in de eerste plaats liefde en aandacht nodig. Hier kunnen we putten uit de traditie van onze rooms-katholieke medechristenen. De paus gaat in zijn encycliek ”Laudate Si” uitgebreid in op het technocratische paradigma dat in de economie en de politiek de boventoon voert. De economie aanvaardt iedere technologische vooruitgang die meer winst oplevert, zonder zorg voor de mogelijke negatieve invloed op mensen. Efficiëntie en de zucht naar beheersing kunnen in organisaties voor een ontmenselijkt klimaat zorgen.

De mens groeit en rijpt naarmate hij relaties aangaat, met God, met anderen en met alle schepselen. Want alles is met elkaar verbonden. Omdat we een gemeenschappelijke Vader hebben, is er sprake van universeel broederschap. We moeten opnieuw de overtuiging krijgen dat we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor anderen en de wereld. De paus suggereert ons de kleine weg van de liefde te praktiseren, door een vriendelijk woord, glimlach of klein gebaar dat vrede en vriendschap zaait. Integraal christen zijn op je werk bestaat uit eenvoudige dagelijkse gebaren die breken met de logica van geweld, exploitatie en egoïsme.

Dat geldt niet alleen voor mensen, ook voor taken. We doen ze met aandacht en concentratie. Werken is een heilige opdracht. Je doet het voor God. Ook een band plakken en aardappels schillen. Onlangs bleek uit onderzoek: zorgvuldigheid is de op twee na belangrijkste succesfactor voor je carrière. Naast doorzettingsvermogen en intelligentie, die bekender zijn en meer voor de hand liggen. Hoe hoog leg ik de lat, en dan met name wanneer niemand het ziet?

Vertrouwen

Bij holistisch christen-zijn hoort ook dat je anderen vertrouwen schenkt. Geluk kun je niet afdwingen via maakbaarheid en beheersing. Dichtgetimmerde contracten en regelgeving hollen de intrinsieke motivatie uit. Mensen voelen zich dan niet meer verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Regelgeving gebaseerd op wantrouwen brengt een negatieve spiraal op gang. Het leidt tot ontmenselijking van relaties. Mensen hechten aan wederkerigheid. Krijg je weinig vertrouwen en verantwoordelijkheid, dan geef je die ook niet terug. Alles willen beheersen leidt uiteindelijk tot meer risico. Beheersingsdrang is ergens ook een vorm van secularisatie: het moet nu gebeuren, in dit leven. Dit is onze enige kans.

Extrinsieke prikkels zoals regelgeving, contracten en beloningsstructuren zijn nodig. Er is geen totale vrijheid, we zijn niet naïef. Maar daarbinnen moet er ruimte zijn voor intrinsieke prikkels. Het goede leven gaat meer ontspannen om met onzekerheden. Het accepteert de feilbaarheid van anderen en draagt daarmee bij aan een warme, menselijke samenleving waarin mensen risico’s en verantwoordelijkheid durven te geven en te nemen. Om het met Lans Bovenberg te zeggen: „Dit is de smalle weg van vertrouwen, lef, onderlinge afhankelijkheid, vrijheid en genade. Daartegenover staat de brede, maar doodlopende weg van angst, beheersing, zelfbescherming en oordeel. Leven is het meervoud van lef.”

Liefde blijkt een belangrijke economische grootheid te zijn. Ze is risicodragend kapitaal. Liefde geeft anderen vrijheid en verantwoordelijkheid en is bereid de pijn te dragen die uit de risico’s kan voortkomen (1 Kor. 13:7: „Ze verdraagt alle dingen.”) Ze is bereid de ander vergeving te schenken wanneer het misgaat. Risico’s nemen door mensen te vertrouwen is een essentiële voorwaarde voor ondernemerschap in een snel veranderende, dynamische samenleving waarin top-downsturing maar matig werkt.

Wederkerigheid

Het derde principe voor holistisch christen-zijn is wederkerigheid. De ”gulden regel” van het Nieuwe Testament luidt: „Alles dan wat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten” (Matth. 7:12). Goed ondernemerschap en collegialiteit vereisen dat wij met anderen omgaan zoals we graag zouden zien dat zij met ons omgaan. Bruno Roche, chief economist van het Amerikaanse bedrijf Mars, heeft dit uitgewerkt in zijn ”Economics of Mutuality” (Economie van de wederkerigheid). We geven het eigenbelang niet op, maar zoeken creatief naar een weg waarbij zowel het eigenbelang als het belang van de ander tot zijn recht komt.

De kern van Roches theorie is dat een onderneming vier vormen van kapitaal nodig heeft om op de lange termijn te kunnen bestaan en bloeien: financieel kapitaal, menselijk kapitaal (medewerkers), sociaal kapitaal (relaties met de samenleving) en natuurlijk kapitaal (land, natuurlijke hulpmiddelen). Een gezonde onderneming streeft naar groei op alle vier de vlakken. Dit in contrast tot het heersende paradigma van Milton Friedman, die veertig jaar geleden beroemd werd met de uitspraak dat de enige sociale verantwoordelijkheid van een onderneming het verhogen van de winst is. Hij leefde misschien nog in een maatschappij met sterke structuren en natuurlijk kapitaal in overvloed, maar vandaag de dag geldt dit zeker niet meer.

Balans

Ten slotte: wij kunnen deze houding alleen volhouden wanneer inspanning en ontspanning in balans zijn. De Bijbel stimuleert tot de weg van het midden: balans tussen werk, gezin, rust, kerk en dienst aan de ander of de samenleving. Die balans ontstaat niet vanzelf, daar heb je anderen bij nodig. Door te leven in gemeenschap worden we bij de les gehouden. Voor mij persoonlijk is de opdracht: werken aan niet-werken. Maar iedereen is anders en is verantwoordelijk voor de eigen balans.

De zondag is zoals aangegeven het centrum van onze identiteit als mens. Het is een dag van heling: heling van onze relatie met God, onszelf, anderen en de wereld. De dag van de nieuwe schepping. Christelijke spiritualiteit omvat ook de waarde van ontspanning en feest. De zondag behoedt de mens voor leeg activisme. Rust opent onze ogen voor het grotere geheel, motiveert onze zorg voor de armen en de natuur.

Heel concreet

De vier principes liefde en aandacht, vertrouwen, wederkerigheid en persoonlijke balans kunnen in de praktijk van ons dagelijks leven een groot verschil maken, groter dan de ethische thema’s. En zijn bovendien zichtbaarder, mits langdurig en trouw toegepast. Zijn daar zeer concrete voorbeelden van te geven?

Jazeker. In de dagelijkse praktijk van organisaties spelen relaties een cruciale rol, bijvoorbeeld bij de vraag hoeveel vertrouwen wij elkaar geven. Krijgt de vakman ruimte om zijn vak uit te oefenen of moet hij met strakke protocollen werken en dagelijks verantwoordingslijstjes invullen? Vanzelfsprekend moeten de richting en het kader helder zijn, maar verder hinderen veel procedures hem. We mogen daarin ook risico’s nemen. Bureaucratie en controle brengen in ieder geval verliezen met zich mee. Organisaties worden flexibeler en innovatiever wanneer er een sfeer is waarin je fouten mag maken, of om het zwaarder te zeggen: waarin vergeving kan plaatsvinden. In principe bekend terrein voor christelijke medewerkers. In zo’n cultuur is er geen ruimte voor politiek en verborgen agenda’s. Mensen kunnen zich richten op het belang van het geheel. Ze kijken naar voren en zijn niet bevreesd dat er iemand achter hen staat met een geheven mes.

Een transparante cultuur is een zegen voor moderne organisaties. Kent de medewerker in het magazijn de strategie en de belangrijkste cijfers? Daarom betrekken goede organisaties alle lagen bij planvorming en delen successen en mislukkingen. Transparantie leidt ertoe dat problemen op een open, respectvolle en oplossingsgerichte manier worden besproken. Dat is beter dan dat mensen die problemen opkroppen en hun tevredenheid buiten het werk zoeken. Menselijkheid krijgt een kans in een cultuur waarin tegenspraak normaal is en we leren om feedback te geven en te ontvangen.

Grote ego’s horen niet bij menselijkheid. Christenen zouden de valstrikken van macht en ijdelheid moeten kennen. De directeur is niet belangrijker dan de organisatie. Leidinggeven is een rol, geen karaktereigenschap, en al helemaal geen verworven recht. De manager dient de medewerker door obstakels weg te nemen. Hij geeft de medewerker ruimte om de competenties te ontwikkelen die hij nodig heeft. In sterke organisaties is de directeur een voorbeeld, ook als het gaat om een matige omgang met middelen. Hij kan het salarisgebouw uitleggen aan de medewerkers en de ondernemingsraad, net als de secundaire arbeidsvoorwaarden (auto, kantoor), keuzes van hotels/restaurants, relatiegeschenken enzovoort.

Goede organisaties hebben ook zorg voor hun omgeving. Christelijke medewerkers kennen het begrip rentmeesterschap. De zorg voor de natuur uit zich in afvalbeleid, recyclebare producten en energiebesparing. Op de lange termijn loont het om te bouwen aan vertrouwen in de relaties met de samenleving. Openheid, betrouwbaarheid en oog voor het legitieme belang van klanten en leveranciers betaalt zich vroeg of laat uit. Familiebedrijven staan er vaak om bekend fair om te gaan met hun zakelijke partners. Ze gaan echte relaties met klanten aan en houden hen niet op afstand met helpdesksystemen en keuzemenu’s. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het feit dat deze bedrijven een ‘gezicht’ hebben dat soms tientallen jaren verantwoordelijkheid draagt.

Relatievorming en menselijkheid kun je stimuleren. Het privéleven van medewerkers is belangrijk, bijvoorbeeld bij ziekte in de familie. Je kunt ook de gezinnen van medewerkers bij het bedrijf betrekken of activiteiten organiseren. Een kletspraatje op zijn tijd is niet zo erg. Complimenten maken overigens ook niet. Laat ze maar talrijker zijn dan de verwijten. Echte aandacht voor elkaar is beter dan vluchtig en onthecht te leven. Dat klinkt eenvoudiger dan het is met alle afleiding door telefoon en mails tijdens het voeren van gesprekken. Voor het management betekent dat een actieve houding ten opzichte van pesten, roddel, discriminatie, klokkenluiders en seksuele intimidatie.

Een moderne, dynamische samenleving kan alleen welzijn en welvaart garanderen wanneer mensen risico’s nemen en kwetsbaar zijn in relaties. Ze moet ontmenselijking en vervreemding tegengaan. Dat sluit aan bij Bijbelse principes. Evenals in de ethische kwesties mogen christenen juist hierin vooropgaan. Zonder liefde valt alles uit elkaar. Dan stokt de samenwerking en stort onze economie in. Maar met de liefde krijgen we arbeidsvreugde, vertrouwen, creativiteit, permanente verbetering en ontwikkeling. Kortom: welzijn en welvaart.


Gert-Jan Huisman

Gert-Jan Huisman is gepromoveerd econoom en oprichter-partner van Anders Invest, een investeringsmaatschappij voor technische bedrijven, met actieve en persoonlijke betrokkenheid, langetermijnfocus en een waardegerichte aanpak. Hij werkte bij Commerzbank in Duitsland en adviesbureau McKinsey. Hij gaf veertien jaar leiding aan Centrotec, een beursgenoteerde fabrikant van verwarmings- en ventilatieproducten, die onder zijn leiding een omzetgroei maakte van 13 naar 530 miljoen euro. Hij is commissaris bij Van Dorp Installaties en doet bestuurlijk werk voor de EO, IFES, ForumC, Huisman Foundation en International Christian University College.