Levinasbrood is geen hemels manna

Levinas stelt eigenlijk dat Gods geboden in het gelaat van de medemens geschreven staan. beeld ANP, Robin van Utrecht

Christenen kunnen van de filosoof Emmanuel Levinas leren. Zijn filosofie wijst op verantwoordelijkheid voor de naaste, maar stelt de mens niet in relatie met Christus. Daarmee blijft zijn filosofie mensenwerk.

Dr. Bart Jan Spruyt begint zijn artikel ”Jij die mij aanziet - lessen van Levinas” (RD 1-11) met een herkenbaar positief (bij)effect van het lezen van het gedachtegoed van wijlen Emmanuel Levinas. Dat bijeffect is een frisse herhaling (want in andere woorden) van iets wat reeds bekend is uit de Bijbel. Deze Joods-Franse filosoof en hoogleraar ontwikkelde een filosofie van ontmoeting met de Ander (met een hoofdletter!), een filosofie van het ethisch imperatief (gebod) of moreel appel (beroep), uitgaande van het gelaat, het gezicht. Het gelaat is voor hem namelijk de meest persoonlijke expressie (manifestatie en openbaring) van die Ander.

Levinas construeerde een verantwoordelijkheidsethiek, waarbij in ontmoeting en dialoog met de Ander egocentriciteit en egoïsme overstegen worden door betrokkenheid. Dit doet een christen natuurlijk denken aan Jezus’ woorden in onder meer Mattheüs 22:37-40, met het koninklijke gebod van liefde tot de naaste. Maar denk ook aan 1 Johannes 4:7, waarbij de liefde uit Gód leidt tot het liefhebben van broeders en zusters. In 2 Petrus 1:3-7 is zelfs sprake van kracht en geloof uit God tot een liefdevol leven voor iedereen. Bij Levinas is die Ander (dus) niet God, maar de medemens, de naaste.

Onbenaderbaar

Levinas was geen Messiaanse Jood, al erkende hij wel het bestaan van God. Hij spreekt volgens filosoof dr. P. Leenhouwers over de onbenaderbare verhevenheid en absolute afgescheidenheid van God. Daarom moet de mens volgens Levinas ervan afzien zich te richten op het kennen van ”boven”. Hij dient ”beneden” te blijven. Er is bij Levinas geen sprake van gemeenschap met en door de Heilige Geest. De smalle kloof tussen ”geest” en Heilige Geest wordt niet overbrugd door Christus, om met de 19e-eeuwse Deense christen-filosoof Kierkegaard te spreken.

Volgens Spruyt zegt Levinas onder andere dat we ons moeten bekeren. Hij vertelt ons ook hoe we dat moeten doen. Levinas’ bekeringsfilosofie – zijn culturele Joodse wortels ten spijt – is echter on-Bijbels, want niet geworteld en opgebouwd in Christus (Kolossenzen 2:7). Levinas stelt eigenlijk dat Gods geboden in het gelaat van de medemens geschreven staan. De ontmoeting met de medemens (en daarmee de medemenselijkheid en saamhorigheid) zijn een „goddelijk gebeuren” bij hem. Bij Levinas is er alleen sprake van wat priester en hoogleraar Antoine Bodar „de horizontale beleving van God” noemt. Er is bij Levinas geen kennis van echte gemeenschap (ontmoeting en omgang) met God door de Heilige Geest en het Woord. De vraag is: hoe kan er sprake zijn van een horizontale beleving van God, als de verticale ontbreekt?

Levinas’ filosofie heeft geen eeuwigheidswaarde omdat het noodzakelijke kennen ontbreekt zoals Jezus dat bedoelt in Johannes 17:3. „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus…” Dat kennen kan alleen door wedergeboorte, waarbij we moeten denken aan de Heilige Geest der waarheid, waarvan Jezus in Johannes 14:17 zegt: „Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.”

Menselijk

Wellicht mag van Levinas gezegd worden wat Jezus van een schriftgeleerde zei: „Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods” (Markus 12:34). Ook Levinas had de Vader nog niet ontmoet in Zijn Zoon (door Geest en Woord). Er kan sprake zijn van een hoge mate van humanitaire godsdienstigheid als menselijke religiositeit, inclusief een verhouding tót God en Zijn Wet, maar nog geen gemeenschap (dialoog) mét God, en zónder bevestiging, zalving en verzegeling zoals Paulus dat bedoelt in 2 Korinthe 1:22. Kortom, Levinasbrood is geen hemels manna en daarom gelden hier volgens mij principieel de waarschuwingen van Paulus in Kolossenzen 2:4-23 voor filosofie, schijnrede van wijsheid in eigenwillige godsdienst en nederigheid.

Erkenning

Toch viel er ook voor mij wat te leren van Levinas. Zijn werk brengt tot ethische reflectie. Ethiek is immers de bezinning op het verantwoord handelen van de mens jegens God en zijn naaste. Het bracht me (ook nu weer) tot de Schriften, die ons zoveel meer te leren hebben dan welke andere geschriften ook (2 Timotheüs 3:16-17). Als Spruyt en ik elkaar in het gelaat, het gezicht zien, zullen we dat mijns inziens doen in erkenning van dé Ander, in Bijbels opzicht. Daarmee zouden we elkaar, als ánderen, kunnen herkennen als spruiten Zijner plantingen (Jesaja 60:21) voor Góds aangezicht.

De auteur is docent Engels aan het Van Lodenstein College in Kesteren. Hij studeerde in 1995 af met de eindscriptie ”De zeggenschap van gezag in een ongezeglijke wereld” voor de opleiding HSAO/MWD aan de Vijverberg/Felua.