Kritisch leiderschap in onderwijs nodig tegen Haagse plannen

Foto RD, Henk Visscher

Op scholen is leiderschap nodig om plannen uit Den Haag kritisch te beoordelen en de goede elementen eruit te gebruiken, betogen drs. Dick Both en Alex de Bruijn.

Het wordt tijd dat het onderwijsveld zich bewuster opstelt en niet meer klakkeloos allerlei plannen en wensen uit Den Haag overneemt, zo betogen Roelof Bisschop en Gijsbert Leertouwer in RD 3-12. Wat ons betreft hebben ze daarin groot gelijk. Maar wat betekent dit nu voor de weerbarstige praktijk van elke dag? Hét medicijn tegen de plannendrift uit Den Haag is wat ons betreft het tonen van leiderschap.

Bij leiderschap hoort in de eerste plaats het ontwikkelen, beleven en actualiseren van wat wij een ”collectieve ambitie” willen noemen. Het gaat hier om de vraag hoe je als school wilt zijn. Waar staat en gaat het team van deze school voor en waarom? Het moet voor leerkrachten helder zijn wat de stip aan de horizon en de bijbehorende koers is. Allerlei ontwikkelingen moeten vervolgens daaraan beoordeeld en getoetst worden. Een collectieve ambitie helpt ook om willekeur en persoonlijke smaak het hoofd te bieden.

Als er zich een nieuwe ontwikkeling voordoet, is de cruciale vraag: Past deze ontwikkeling bij hoe wij als school willen zijn? Als dat niet het geval is, kan het plan met een gerust hart en een goed geweten terzijde worden geschoven. Als dat (ten dele) wel het geval is, dan kunnen (elementen uit) de plannen gebruikt worden ter versterking van de collectieve ambitie.

Neem bijvoorbeeld een ontwikkeling als burgerschap, waarvoor politiek en beleidsmakers de afgelopen jaren veel aandacht hebben gevraagd. Veel scholen zitten daarmee in hun maag. Het wordt gevoeld als iets ”wat er weer bijkomt”. Van de weeromstuit nemen veel scholen een defensieve houding aan. Ze bekijken wat ze al aan burgerschap doen, zetten dit op een rij en er is een nieuw verantwoordingsdocument geboren. Het hoeft geen betoog dat hier sprake is van schijnbeleid en bureaucratie.

Er zijn mooie voorbeelden uit de praktijk waaruit blijkt dat dit ook anders kan. Zo zijn er scholen die deze ontwikkeling hebben aangegrepen om een impuls te geven aan de school als leef- en leergemeenschap, bijvoorbeeld door leerlingen meer verantwoordelijkheid te geven voor het reilen en zeilen op school.

In de praktijk komen we aansprekende voorbeelden tegen waarbij een directeur, voordat hij zomaar een nieuw concept –bijvoorbeeld handelingsgericht werken– ‘adopteert’, samen met zijn team bekijkt of het concept (ten dele) de collectieve ambitie kan versterken en hoe dat dan kan. Dan is er sprake van zelfbewust omgaan met veranderingen. Dat voorkomt vervreemding bij de man en de vrouw voor de klas omdat het zorgt voor duidelijkheid én eigenaarschap bij de vakmensen.

Op deze manier werkt de collectieve ambitie als een filter dat duidelijk maakt wat ermee door kan en wat niet. Allerlei nieuwe ontwikkelingen die op de school afkomen, maken directies en teams dan ook niet meer zo zenuwachtig. Er wordt geen zigzagkoers gevaren door braaf te reageren op iedere ontwikkeling en zo in feite achter iedere hype aan te rennen. Integendeel, de leidinggevende ziet het als een belangrijke taak om alles wat er op de school afkomt op te vangen, te filteren, (gedeeltelijk) door te laten of terug te ketsen.

Aan de andere kant voorkomt men zo dat met het badwater het kind wordt weggegooid. Iedere ontwikkeling wordt nieuwsgierig van alle kanten bekeken en het team, de onderwijsprofessionals, bepalen in een leerzame dialoog of de ontwikkeling iets kan toevoegen aan goed onderwijs of niet.

Het is belangrijk dat de collectieve ambitie een plaats krijgt en leidend is voor schoolleiders, raden van toezicht, besturen en medezeggenschapsraden. Zij creëren als het ware de bedding waar het onderwijsproces doorheen kan stromen. Na decennia van onderwijsvernieuwing is dit een van de belangrijkste uitdagingen waar schoolleiders voor staan.

Op deze manier kan de vakman of -vrouw voor de klas (die Bisschop en Leertouwer terecht typeren als de échte onderwijskenner) zich richten op datgene waar het in het onderwijs echt om gaat: het geven van goed onderwijs zodat mensen tot groei en bloei kunnen komen.

De kantjes markeren dus. Dat voorkomt dat we gedwongen worden de kantjes eraf te lopen wegens overbelasting van het onderwijs.

De auteurs schreven het boek ”Onderwijs vraagt leiderschap!” (Scriptum, 2012) en zijn werkzaam bij Driestar Managementadvies.