Jongeren zijn gediend met onverkorte catechisatieperiode

„Jongeren onder de 16 jaar mogen niet verstoken blijven van catechisatie.” beeld RD, Henk Visscher

Alleen catechisatie geven aan jongeren van 16 jaar en ouder en het seizoen een maand later starten, zijn geen goede voorstellen, reageert A. Willeboordse. De ”zaaitijd” die catechisatie heet, moet juist optimaal benut worden.

De samenvatting van de lezing van drs. L. Snoek over catechisatie (RD 12-6) begint met de opmerking dat een catecheet wordt geroepen tot alledaags handwerk en dat de ontwikkelingsfase van de jongere catechisanten voor hem een uitdaging is. Daar ben ik het van harte mee eens. Bij het voorstel om nieuwe moed te vatten, wil ik echter enkele kanttekeningen en vraagtekens plaatsen.

2017-06-12-pkOPI1-Catechisatie-6-FC-V_webCatecheet wordt geroepen tot alledaagse handwerk

Tot twee keer toe wordt er ”uitstel” geopperd: eventueel wachten tot de catechisant 16 jaar is en het catechisatieseizoen later in het jaar laten beginnen.

Hoe is het mogelijk dat nota bene een docent uitstel voorstelt voor het ingaan van een rooster, zodat de catecheet zich beter kan voorbereiden? Die voorbereiding vindt vooraf plaats en niet pas als een rooster/les al gedraaid moet worden.

En is de grens van 16 jaar steekhoudend, ongeacht wat het doel van de catechisatie is? De ontwikkelingsfase van de ene 16-jarige kan immers totaal verschillen van die van de andere 16-jarige. Moeten we dan op grond van een te jonge leeftijd overwegen jongelui uitstel te verlenen en verstoken te laten zijn van contact met de kerk en geestelijke zaken? Heeft Paulus het niet over eerst melk en later vast voedsel?

Signaal

Als een catecheet onder de catechisanten desinteresse en demotivatie ervaart, hoeft dit niet altijd het primaire signaal te zijn dat een jongere uitzendt. Het kan ook te maken hebben met teleurstelling omdat hij of zij ”niet gezien wordt” in de gemeente. Veel jongeren hebben de neiging om de zondagse eredienst als iets voor alleen volwassenen te beschouwen en hebben moeite met het herkennen van hun plek/relevantie in de gemeente.

De catechisatie zou dan júíst hun plek kunnen zijn, waar ze gevoed worden vanuit het Woord en met hun talloze vragen mogen komen. Maar dat komt helaas niet altijd goed uit de verf, en dus staan veel jongeren niet te trappelen om naar catechisatie te gaan.

Gebed

Terecht noemt Snoek het belang van „kijken, oplettend tussen jongeren staan.” Maar hoe kan een catecheet dat vormgeven als hij al een maand van zijn tijd met de jongeren afsnoept om zichzelf te vormen?

Als we beseffen hoe kostbaar de zielen van onze jongeren (óók onder de 16) zijn, dan dulden we geen uitstel. Dan kan het geen goed voorstel zijn om van de ”zaaitijd” die catechisatie heet, en die doorgaans minder dan de helft van het jaar bestrijkt, nog eens een maand extra af te nemen.

Je erop voorbereiden kan prima in de overgrote andere helft van het jaar. Jezelf bijspijkeren kan alleen als je bij de jongeren gaat staan, als je hen met hun vragen (die zijn er in deze ontwikkelingsfase in overvloed) laat komen en hen met liefde stuk voor stuk in gebed bij de Heere brengt. Wat een blijdschap zal dát geven!

De auteur is mentor van een groep tienermeisjes in een hervormde gemeente.