In community’s kunnen ouders elkaar versterken

Mediaopvoeding is een concreet voorbeeld van een terrein waarop school, gezin en kerk elkaar kunnen versterken. beeld iStock

Zoek drie echtparen met een vergelijkbare opvoedstijl, deel je ervaringen en bid om hulp en heil voor elkaars kinderen, stelt Steven Middelkoop voor.

Als een groep olifanten gevaar ziet, maken deze dieren gezamenlijk een cirkel. Ze nemen daarbij de kleintjes in het midden, zodat die veilig zijn. Ze staan voor hun jongen in tot deze zelf sterk genoeg zijn.

Deze metafoor heeft ons iets te zeggen als het gaat om jongeren en opvoeding binnen de christelijke gemeenschap. Een Afrikaans spreekwoord luidt: ”It takes a whole village to raise a child” (er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden). In onze gezindte is het mede de driehoek van gezin, kerk en school die het kind omringt en vormt.

Voor christenen gaat het daarbij niet alleen om waardegedreven burgerschap. Het kind is bestemd voor een andere wereld, hoewel het daar als zondaar van nature niet op gericht is. Dat maakt opvoeding binnen gezin, kerk en school tot een roeping. Het krijgt met gevouwen handen gestalte, in de schaduw van kribbe en kruis. In een gebroken wereld, waarin de satan met alle machten en krachten strijdt om het kind.

Liefdevol begrenzen

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen een warme relatie tussen de ouders en de mate van verbondenheid die jongvolwassenen hebben met het gedachtegoed van hun ouders. Wat versterkend werkt, is een mix van liefdevolle zorg, bescherming en controle. Het meest ineffectief functioneert controle die niet gepaard gaat met een liefdevolle houding. Liefdevol en duidelijk begrenzen doet ertoe.

Dr. Paul Vermeer toont als religiewetenschapper aan dat de mate van betrokkenheid van ouders op de christelijke gemeente terug te zien is bij hun kinderen. Zijn de ouders actief en positief als het gaat om kerkelijke activiteiten, dan leidt dat vaak tot blijvende participatie van hun kinderen. Dit actief zijn in de kerk heeft wel begrenzing nodig. De eerste verantwoordelijkheid van ouders ligt immers thuis, niet in de kerk.

Pedagoog Piet Kuijt (1910-1987) noemde het gezin „het opvoedingsinstituut bij uitnemendheid.” Als God nog niet tot het kind spreekt door Zijn Woord, dan spreekt Hij al wel tot hem „in het leven van zijn ouders.” Door dat voorbeeldige leven wordt volgens Kuijt in de kinderziel een levensovertuiging geplant die „schier onuitwisbaar” is.

Karaktervorming

De Bijbel geeft op diverse plaatsen aanwijzingen voor christelijke karaktervorming. Bijvoorbeeld in Spreuken 22:6: „Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.”

Volgens de Engelse Bijbeluitlegger Charles Bridges (1794-1869) reikt deze opvoedingsregel altijd ten minste twee generaties ver. Het kind zal immers zelf waarschijnlijk ook opvoeder worden.

Christelijke opvoeders dienen consistent te zijn in wat zij uitleven. Als een kind godsdienstige taal hoort, maar die niet in de praktijk terugziet, wenk je dat kind volgens Bridges „met de ene hand naar de hemel” en leid je het „met de andere hand naar de ondergang.”

Een kind leert meer met zijn ogen dan met zijn oren. Het kopieert wat het ziet bij zijn vader en moeder.

Spiegels

Catecheten, leerkrachten en ouders dienen zich ervan bewust te zijn dat zij de geestelijke gesteldheid van hun ziel projecteren op jongeren. Opvoeders zijn als spiegels waarin de opgroeiende generatie de werkelijkheid leert verstaan. Juist ook als het gaat om het leven voor Gods aangezicht. Dat brengt ons als opvoeder op de knieën, in het gebed om door genade Christus’ beeld meer gelijkvormig te worden.

Gedurende de ontwikkeling naar de volwassenheid maken jongeren een periode door van ”exploreren”, waarna men al of niet blijft aangehaakt bij de kerk. De gemeenschap heeft dan een belangrijke bindende functie, waarbij opvoeders als identificatiefiguren (onbewust) invloed uitoefenen.

Samenwerken

Mediaopvoeding is een concreet voorbeeld van een terrein waarop school, gezin en kerk elkaar kunnen versterken. De vloed aan voorlichters en verleiders die online op jongeren afkomen, vraagt om reallife-identificatiefiguren die daartegenover staan. Dit houdt iedere opvoeder in gezin, kerk en school persoonlijk verantwoordelijk. Is onze opvoedhouding als een ‘jas’ die we dragen, of komt ze voort uit het besef dat de Heere ons roept? Het eeuwige heil van jongeren is in het geding.

Ouders kunnen elkaar versterken door community’s te vormen: zoek drie echtparen met een vergelijkbare opvoedstijl en deel je ervaringen. Samen sta je sterker. Bid persoonlijk om hulp en heil voor elkaars kinderen.

Laten opvoeders en jongeren buddyverbindingen aangaan, waarin ze transparant facetten uit het offline- en onlineleven met elkaar delen. Vanuit het besef dat we leven voor Gods aangezicht. Dan worden we geen moraalridders, maar zoeken we het hart van de ander. In de wetenschap dat we straks allen verschijnen voor Christus’ troon, waar geopenbaard wordt wie we werkelijk waren. Wat hebben we dan nog te verbergen?

De auteur is programmamanager bij Yona Foundation. Hij reageert op de artikelen van Jaap Theunisse (RD 10-7) en Jaco van den Broek (RD 2-8).