Het Woord is voor de kerk de bron

We zien een preekstoel met de Bijbel graag een centrale plaats in ons kerkgebouw houden.  beeld iStock

Wij worden niet Gods tempel in de liturgie, maar door het Woord van God waar de Heilige Geest het gebruikt. Waar de kerk gesticht wordt door het Woord, zoekt het wezen naar goede vormen in de liturgie.

Met verbazing las ik de kop boven de inaugurele rede van professor Schaeffer op 28 juni (RD 29-6). Als de titel de inhoud goed weergeeft, dan zou de kerk ontstaan in en door de liturgie. Hij schrijft dat we moeten zoeken naar de bron van het kerk-zijn en vindt „het centrum” in de liturgie. Gods Woord en onze belijdenis wijzen evenwel naar een andere bron.

Hoewel hij ook gezegd heeft dat Christus „Zich in de Geest een gemeente wil verzamelen”, kwam het middel daartoe nagenoeg niet aan de orde: „Hij wil een bron, een centrum geven waar Hijzelf een eigen vorming aan zijn volk en leerlingen biedt.” Dat ziet hij dan liggen in het gemeenschappelijk gebed en de viering van de sacramenten. Hij noemt dat „werk van het volk” (de eigenlijke betekenis van het woord liturgie). Hij vindt dat het centraal staan van Schriftlezing en Woordverkondiging een karikatuur in de hand werken. Alsof het om de prediker gaat en om de preek. Hij wil de liturgie zien als de „bron-praktijk” van de kerk. „Door wat we als gemeente samen doen, worden we kerk”, zegt hij.

Ontsporen

Ik vrees dat we zo op verdrietige wijze ontsporen. Hoe wezenlijk het gemeenschappelijk gebed ook is en hoe onmisbaar de sacramenten ook behoren bij het kerk-zijn, Gods Woord moet bij dit alles de boventoon voeren en ook vooropstaan. Sacramenten zijn als een zegel dat ergens aangehangen wordt. Ze zijn zegels aan beloften die in de Woordverkondiging aan de orde zijn. Ze werken de genade niet, maar mogen bevestigend werken, verzegelend voor de gelovige. Als we gaan spreken over de bron, dus de oorsprong van het kerk-zijn, moeten we beginnen bij het begin: Christus’ werk door de Heilige Geest, onder de verkondiging van Gods Woord. Daardoor wordt geloof gewerkt. Door sacramenten wordt het versterkt.

De Heere Jezus leert ons in Johannes 10 dat Hij de schapen bijeenbrengt. Ze zullen Zijn stem horen en zo worden ze één kudde, van één Herder. Het horen van Zijn stem is wezenlijk. Doden zullen die stem horen en daardoor tot leven komen (Johannes 5:25). Paulus schrijft: „Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden” (Romeinen 10:14,15a)? En Petrus spreekt over hen „die wedergeboren zijn, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods” (1 Petrus 1:23). Dit wederbarende werk moet in de kerk steeds plaatsvinden, zo heeft de Heere Jezus Nicodemus voorgehouden (Johannes 3).

In artikel 27 van onze NGB wordt gesproken over een „heilige vergadering der ware Christgelovigen.” In de oorspronkelijke Latijnse tekst wordt daar gesproken over de ”congregatio” en de ”coetus”. Het eerste woord wordt wel vertaald met ”verzamelen” en het ziet op het werk dat Christus door de Heilige Geest in de wedergeboorte doet. Het tweede woord wordt meest vertaald met ”vergaderen”. Dat is de taak van de gelovigen: ze moeten samenkomen. Zo staat in artikel 28: „Deze heilige vergadering is een verzameling dergenen die zalig worden.” Het gaat dus om het verzamelend werk van Christus. Daarbij worden zondaren inwendig geroepen en wedergeboren en zo ontstaat de Kerk.

Bij de liturgie denkt men meest aan de vorm waarin de eredienst gestalte krijgt. Die is in de kerken van de reformatie oorspronkelijk sober gehouden. Professor Schaeffer spreekt evenwel duidelijk over meer dan de vorm of orde in de eredienst. Hij bedoelt met liturgie alles waarbij de gemeente zelf in de samenkomst betrokken is.

Positief en wezenlijk is wat hij benadrukt tegen degenen die de eredienst zo belangrijk niet vinden, maar kringen of huissamenkomsten prefereren boven de samenkomst van de gemeente. Juist degenen die geestelijk leven kregen (verzameld werden), begeren te ‘vergaderen’. Hun eenheid wordt beleving in het gemeenschappelijk gebed en bij de sacramenten. Die levende leden zijn van het lichaam van Christus worden door één Hoofd geregeerd: Christus, en door één Geest geleid: de Heilige Geest.

Het verwonderde me wel dat de gemeentezang niet werd genoemd. Wellicht is dit vanwege de verkorte versie van de rede.

Tempel

Wij worden niet het geestelijk huis of Gods tempel in de liturgie, maar door het Woord van God waar de Heilige Geest het gebruikt. Maar de gemeenschap wordt daarin wel beleefd.

We zien een preekstoel met de Bijbel graag een centrale plaats in ons kerkgebouw houden. Het gaat daarbij niet om de prediker, maar wel om Gods Woord, Zijn spreken dat door de Heilige Geest levenwekkend werkt. En waar zo de kerk gesticht wordt, zoekt het wezen naar goede vormen. Die worden ons bijzonder aangereikt in de liturgie, het gebed, de sacramenten en de gemeentezang.

De auteur is emeritus predikant in de Gereformeerde Gemeenten.