Het (on)gelijk van minister Blok

„In Nederland hebben we thans te maken met grote groepen allochtonen, waarvan een belangrijk deel forse problemen geeft.” Winkelend publiek in de Kalverstraat, Amsterdam.

Met het Kamerdebat van vorige week is de positie van minister Blok voorlopig weer veiliggesteld. Bij herhaling erkende hij dat hij zich ongelukkig had uitgedrukt. Politiek beslissend was dat de regeringspartijen hem bleven steunen. Blijft over de vraag in hoeverre zijn provocerende opmerkingen feitelijk juist waren.

Zit het inderdaad in onze genen, zoals de minister zich in juli liet ontvallen, dat we niet goed in staat zijn een binding aan te gaan met onbekenden? Onbekend maakt onbemind, zegt het spreekwoord, en die volkswijsheid vindt ook wetenschappelijke ondersteuning.

De Amerikaanse socioloog Robert Putnam, die zich uitgebreid heeft beziggehouden met maatschappelijke diversiteit, moest tot z’n verdriet concluderen dat een grote etnische diversiteit in de samenleving ertoe leidt dat mensen minder vertrouwen in elkaar hebben.

Werd er lange tijd van uitgegaan dat sociale contacten tussen mensen met uiteenlopende achtergronden welhaast automatisch zouden leiden tot meer begrip en een grotere waardering voor elkaar, inmiddels is wel duidelijk dat dergelijke contacten ook gemakkelijk conflicten oproepen.

Daar had men trouwens vroeger ook wel idee van. „Good fences make good neighbours”, zegt een Engels spreekwoord. Goede hekken (dus een zekere afscherming) voorkomen conflicten en leiden tot goede relaties met de buren.

Mensen trekken graag op met mensen die min of meer op hen lijken. Dus leeftijdsgenoten, mensen met hetzelfde opleidingsniveau, met globaal dezelfde politieke opvattingen, met dezelfde geloofsovertuiging, uit dezelfde welstandklasse en met dezelfde taal en cultuur. Het verschijnsel van de Biblebelt is dan ook sociologisch niet zo moeilijk verklaarbaar.

Geen wonder dat een multiculturele samenleving spanningen oproept. Zeker als daarbij sprake is van onterving. Mensen raken dan hun vertrouwde samenleving van vroeger kwijt waarop zij recht meenden te hebben. In ieder geval is er geen reden om, zoals D66-leider Pechtold in het Kamerdebat stelde, het ideaal van de multi-etnische samenleving te bevorderen.

Assimilatie

Tegelijkertijd is er natuurlijk ook sprake van een assimilatieproces. Mensen worden in hun denken en doen beïnvloed door hun omgeving. Daar nemen ze het een en ander van over. Naarmate de tijd voortschrijdt, wordt dat steeds duidelijker zichtbaar.

In dat assimilatieproces hebben we echter wel te maken met een aantal forse hobbels. Verschil in godsdienst is daar een van. Niet voor niets geldt de islam in de westerse wereld als struikelblok op weg naar integratie. Huidskleur is een andere factor van betekenis. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa is en blijft de zwarte bevolkingsgroep veelal gesegregeerd van de rest.

Verschillen in taal en cultuur zijn ook moeilijk te overwinnen. Denk aan de Belgische taalstrijd. Een maatschappelijke achterhoede van laaggeschoolden, laagbetaalden of uitkeringstrekkers, niet zelden actief op crimineel gebied, vindt ook moeilijk aansluiting bij de rest van de samenleving.

Uiteraard geldt dat ook weer niet voor iedereen. De moslim Aboutaleb is burgemeester van Rotterdam, Obama werd ondanks zijn zwarte huidskleur president van de VS, een zus van Willem Holleeder is advocaat. Maar zij vallen vooral op omdat zij toch eigenlijk wel de uitzonderingen zijn.

Zwitserland en Singapore

Klopt het dan toch dat er geen voorbeelden zijn van een succesvolle of in ieder geval vreedzame multiculturele samenleving? Dat gaat ook weer te ver. Denk maar aan Zwitserland. In het midden van de 19e eeuw hebben ze nog eens een burgeroorlogje gehad, maar sindsdien leven ze daar vreedzaam samen. Ondanks drie verschillende talen en twee godsdiensten.

Nu geldt in het heden als gevolg van oecumene en secularisatie dat de verschillen tussen rooms en protestants voor velen nauwelijks meer betekenis hebben, maar dat lag vroeger toch anders. Verder ligt Zwitserland op het breukvlak van de Germaanse en de Romaanse cultuur. Tussen Duitsland en Frankrijk vonden in driekwart eeuw tijd (tussen 1870 en 1945) drie forse oorlogen plaats.

Singapore met zijn Chinezen, Maleiers en Indiërs vormt een ander succesvol voorbeeld. Niet heel toevallig zijn dat allebei welvarende landen. Economische groei betekent immers meer kansen voor iedereen. De overheid heeft dan ook voldoende financiën om maatschappelijke problemen aan te pakken. Bij armoede en werkloosheid daarentegen geldt de ander algauw als de profiteur die misbruik maakt van onze voorzieningen en onze banen inpikt.

Maar er zijn inderdaad niet zo veel voorbeelden te vinden van vreedzame en succesvolle multiculturele samenlevingen. Religieuze en etnische tegenstellingen roepen in tal van landen grote spanningen op. In zwart Afrika hebben tegenstellingen tussen de verschillende stammen duidelijk een negatieve invloed op maatschappij en politiek.

De tijd krijgen

Niettemin is het onmiskenbaar dat de tijd integrerend en assimilerend werkt. Maar de tijd moet dan ook wel de tijd krijgen om z’n werk te doen. Daar zijn algauw een paar generaties voor nodig.

Tussen de beide wereldoorlogen waren er in Finland straatgevechten met leden van de Zweedse minderheid. Daar hoor je nooit meer van. In de jaren zeventig waren er bij ons grote problemen met de Molukkers (treinkapingen etc.). Die Molukkers gelden nu veel minder als een probleemgroep. Het RMS-ideaal is ook voor hen geschiedenis geworden en ze beseffen maar al te goed dat het leven hier beter is dan op Ambon.

In de moderne tijd hebben we echter ook te maken met krachten die het assimilatieproces blokkeren of in ieder geval afremmen. Krachten waar je vroeger niet mee te maken had.

Reizen is een stuk makkelijker en goedkoper geworden. De emigrant die begin jaren vijftig naar Canada of Australië vertrok, had het idee dat hij zijn oude vaderland waarschijnlijk nooit meer zou zien.

Turken en Marokkanen die in West-Europa wonen kunnen nu veel gemakkelijker de banden met het land en de cultuur van herkomst aanhouden. Is het niet door erheen te reizen, dan wel via internet en schotelantennes. Via de sociale media kan men eigen netwerken opbouwen en in stand houden.

De omvang van de groepering is uiteraard ook van belang. Een kleine groep assimileert sneller. Het is dan immers moeilijker om in eigen kring een huwelijkspartner te vinden en je sociale contacten daartoe te beperken. In West-Europa hebben we inmiddels grote groepen allochtonen die elk een eigen sociale infrastructuur hebben opgebouwd.

Ingewikkeld

Wat betekent dat alles ten aanzien van de uitspraken van minister Blok? Afgedacht van het feit dat je als minister van Buitenlandse Zaken niet alles moet zeggen wat je denkt en dat je als Haagse routinier kunt weten dat besloten bijeenkomsten maar zelden geluidsdicht zijn, geldt dat zijn uitspraken te absoluut waren.

De werkelijkheid zit nu eenmaal ingewikkeld in elkaar. En zeker op een gevoelig terrein als dit moet je als minister geen provocerende uitspraken doen. Een vreedzame multiculturele samenleving is niet onmogelijk, maar komt inderdaad niet vaak voor. Met dat gegeven moet je rekening houden.

In Nederland hebben we thans te maken met grote groepen allochtonen waarvan een belangrijk deel forse problemen geeft. Dat is voldoende reden om terughoudend te zijn met het binnenlaten van nieuwe migranten, zeker als die in allerlei opzichten (bijvoorbeeld qua godsdienst) ver van ons afstaan.

De integratie van de etnische minderheden die zich hier de afgelopen decennia vestigden moet vooropstaan. Zij moeten niet op het criminele of extremistische pad terechtkomen en meer ingeschakeld worden in het arbeidsproces. En zich bovendien meer aansluiten bij de Nederlandse samenleving. Hoewel je ook veel bedenkingen moet hebben bij de normen en waarden die daar thans toonaangevend zijn. Dat is het complicerende van het assimilatieproces.