Emigratie baart EU meer zorgen dan immigratie

Hongarije is het enige land waar migratie nog steeds wordt gezien als de grootste bedreiging voor de EU. Dat is geen wonder, gezien de eindeloze stroom propaganda die de Hongaarse premier Victor Orbán verspreidt via zijn door de staat gecontroleerde media. beeld AFP, Emmanuel Dunand

Een recente peiling onder burgers in vijftien landen wijst uit: migratie is geen toonaangevend verkiezingsthema in Europa. Minstens vijf andere onderwerpen zijn even belangrijk of zelfs belangrijker voor de bevolking.

Van de Europese verkiezingen wordt gezegd dat ze een slag om de kern van Europa zullen zijn. Viktor Orbán, Matteo Salvini en Steve Bannon geloven dat de verkiezingen een referendum zullen zijn over migratie. Zij denken dat de migratiecrisis van 2015 de Europese politiek in een stroomversnelling heeft gebracht, door de gevestigde partijen in het defensief te dringen en naar de kern van de Europese onzekerheid over identiteit te gaan. Die kwestie willen ze aangrijpen om een coalitie te mobiliseren en zo de EU van binnenuit te ontwrichten.

Ze zullen er niet in slagen. Uit de resultaten van een opiniepeiling in heel Europa, verricht door de European Council on Foreign Relations (ECFR), blijkt dat de politieke thema’s van 2019 radicaal anders zijn dan die van 2015. Een campagne voor Fort Europa zal deze keer geen winnende strategie zijn. Om drie redenen.

Nationalisme

Ten eerste is uit onze peiling gebleken dat Hongarije het enige land is waar migratie nog steeds wordt gezien als de grootste bedreiging voor de EU. Dat is geen wonder, gezien de eindeloze stroom propaganda die de Hongaarse premier Victor Orbán verspreidt via zijn door de staat gecontroleerde media. Maar in elk van de veertien andere landen waar we onderzoek deden, kwamen we minstens vijf andere thema’s op het spoor die even belangrijk, zo niet belangrijker zijn voor de bevolking. Kiezers zien de Europese verkiezingen niet als een referendum over één onderwerp. In plaats daarvan zullen ze beslissen op basis van zes verschillende Europese verkiezingsthema’s. De onenigheid over migratie is niet het belangrijkste.

De peiling bracht aan het licht dat het islamitisch radicalisme de bedreiging is die in Europa het vaakst wordt ervaren. Van landen als Frankrijk, Duitsland en Nederland tot Polen en Slowakije.

Een andere zeer belangrijke kwestie is de angst dat het nationalisme zal terugkeren in de EU. Oostenrijk, Finland, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Nederland, Polen en Spanje beschouwen dit als belangrijker dan of ten minste even belangrijk als migratie.

De gevolgen van de economische crisis blijven een groot probleem in Italië, Roemenië, Griekenland en Slowakije. Klimaatverandering is overal een belangrijk thema. Rusland is een veelgenoemd onderwerp in Zweden, Denemarken, Tsjechië, Polen en Roemenië.

Migratiemuur

De tweede reden waarom het onderwerp migratie waarschijnlijk geen kiezers zal mobiliseren, is dat zelfs degenen die dit als een topprioriteit beschouwen totaal uiteenlopende dingen bedoelen, als ze het over migratie hebben.

We ontdekten een kloof tussen degenen die zich vooral zorgen maken over ímmigratie naar hun land en degenen die vooral inzitten over émigratie, waardoor hun land van de kaart zou kunnen verdwijnen. Terwijl Noord- en West-Europa nog steeds bang zijn voor de instroom van vreemdelingen, maken de meeste inwoners van Italië, Spanje, Hongarije, Polen en Roemenië zich veel meer zorgen over het vertrek van hun eigen burgers. In die landen zijn er ongelooflijk grote meerderheden die het voor hun burgers illegaal zouden willen maken om voor lange periodes te vertrekken.

In een Europa dat prat gaat op het slopen van grenzen en het bevorderen van vrij verkeer is deze stap naar zelfopsluiting opmerkelijk, maar wel begrijpelijk. In Roemenië heeft een op de vijf burgers de afgelopen tien jaar het land verlaten. De achterblijvers voelen zich zo wanhopig, dat ze bereid zijn voor zichzelf een migratiemuur te bouwen, drie decennia nadat de Berlijnse Muur is gevallen.

Er is een groot verschil tussen degenen die zich zorgen maken over migratie en degenen die islamitisch radicalisme als het probleem zien. Pure ”migratiefoben” steunen extreemrechtse partijen als Alternative für Deutschland, Le Pen’s Rassemblement National of de Oostenrijkse Vrijheidspartij. Degenen die zich meer zorgen maken over islamitisch radicalisme neigen er daarentegen toe centrumrechtse gevestigde partijen te steunen, zoals de Duitse CDU/CSU, de Franse Republicains of de Oostenrijkse Volkspartij van Sebastian Kurz.

Toekomst

Ten derde (en misschien is dit wel de belangrijkste reden) zal het thema migratie Europeanen waarschijnlijk niet ertoe overhalen om naar de stembus te gaan. Uit onze peilingen blijkt dat angst voor een nieuw nationalisme veel vaker mensen zal aanzetten om te gaan stemmen dan bezorgdheid over migratie.

Dit heeft te maken met enkele grote politieke veranderingen sinds 2015. De meest voor de handliggende is de enorme daling van het aantal naar Europa komende migranten. Daarnaast pleiten alle gevestigde partijen nu voor strengere grenscontroles. Geen enkele daarvan wil open grenzen.

Dus wat zouden niet-nationalistische politieke partijen op grond van onze opiniepeiling moeten doen? De eerste les is: campagne voeren over de verschillende onderwerpen waarin mensen geïnteresseerd zijn en overtuigende antwoorden vinden op de grote bezorgdheid van mensen over nationalisme, economie, klimaatverandering en veiligheid.

De partijen mogen natuurlijk niet zwijgen over migratie. Maar ze moeten verder gaan dan discussies over grenscontroles en ingaan op de angst voor islamitisch radicalisme en de ”braindrain” (vertrek van hogeropgeleiden) die veel Europese landen treft. Dit betekent dat er een agenda moet worden opgesteld over de integratie van migranten en over veiligheid. Daarin moet aandacht worden besteed aan culturele onrust, politie- en inlichtingenwerk en vraagstukken op het gebied van burgerschap en taal.

De meest in het oog springende bevinding van ons onderzoek is misschien wel dat de angst voor emigratie aangepakt moet worden. En dat moet worden getoond hoe burgers kunnen worden aangemoedigd om hun toekomst in hun eigen land op te bouwen.

De auteur is directeur van de European Council on Foreign Relations (ECFR). Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Volkskrant.