De wateren die de refowereldjes scheiden, moeten overbrugd worden

„Waarvoor zouden Koningskinderen anders leven dan voor de eer van de Koning, voor de uitbreiding van Zijn Rijk? Maar hoe kan dat als andere werelden onbereikbaar zijn?” beeld iStock

Er is een bekend middeleeuws lied over twee koningskinderen: „Sy hadden malkander soo lief; sij konden bij malkander niet komen, het water was veel te diep.” Daar moest ik aan denken toen we deze week met een groep collega’s nadachten over de kloof tussen de refowereld en de ‘boze buitenwereld’. Op onze reformatorische scholen willen we jonge mensen vormen tot mondige volwassenen, die in staat zijn om als christen te functioneren in een seculiere samenleving.

Maar hoe kan dat, als je die samenleving niet kent? Hoe weet je dan wat de jongeren nodig hebben? Hoe kun je ze leren de brug te slaan en daadwerkelijk contact te maken? We willen immers niet dat ze alleen maar geld verdienen en een goede positie bereiken. We willen dat ze verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving door hun leven te besteden tot eer van God en in dienst van de naaste. Mooi gezegd, toch? Maar het water blijkt wel heel diep te zijn. Je kunt er zomaar in verdrinken.

Het Woord van God houdt ons de eenvoudige werkelijkheid voor van twee soorten mensen: mensen die de Heere kennen en mensen die Hem niet kennen. De realiteit die wij gecreëerd hebben, is complexer: vele werelden, met een eigen taal en gedragscode. Er zijn diverse indelingen te maken: de wereld van jongeren en van ouderen; de wereld van gelovigen en van ongelovigen, de wereld van refo’s en van niet-refo’s. Ook binnen de reformatorische wereld lopen scheidslijnen. Soms hebben die met kerkmuren te maken, soms lopen ze langs opvattingen rond leer of leven. Je zou er moe van worden: zo veel verschillende werelden, omringd door zo oneindig diep water.

Kunnen die werelden niet gewoon gescheiden blijven? Ieder op z’n eigen eilandje. Lekker veilig. Dat wordt lastig. Want onze leerlingen zijn Koningskinderen. De Koning heeft bij hun doop Zijn Naam aan die van hen verbonden. Niet dat ze daarmee automatisch wedergeboren zijn. Maar Hij heeft wel beslag op hun leven gelegd: „Je hoort bij Mij. Ik wil jouw God zijn, jouw zonden vergeven, je wassen en reinigen in het bloed van Mijn Zoon.” De bijbehorende voorwaarde, geloof en bekering, wil Hij Zelf schenken door de werking van Zijn Geest: „Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij het smeekt, mild en overvloedig.”

Waarvoor zouden Koningskinderen anders leven dan voor de eer van de Koning, voor de uitbreiding van Zijn Rijk? Maar hoe kan dat als andere werelden onbereikbaar zijn? Dan zijn ze hooguit van betekenis in het eigen refowereldje en niet in de wereld van Johannes 3:16. Dan is er alleen een woord voor mensen uit het eigen kerkverband, uit het beperkte kringetje van gelijkgezinden. Zou dat werkelijk de bedoeling zijn van de zinsnede uit het avondmaalsformulier dat „mijn mond en hart des Heeren lof verkondigen zal, van nu aan tot in der eeuwigheid”?

Het is echt nodig dat we verbinding maken met de wereld zonder God. Dat is behoorlijk lastig, want we spreken een andere taal, we leiden een ander leven. Dat kan alleen vanuit het besef geen haar beter te zijn, vanuit echte belangstelling voor de ander, vanuit de liefde van Christus, die dringt omdat het om leven of dood gaat.

Voorwaarde daarvoor is wel dat de wateren die refowereldjes scheiden, overbrugd worden. Willen we echt getuigen zijn, dan moeten we ons concentreren op de kern van het christelijk belijden en ons niet druk maken om bijzaken. Het doel van het christenleven is de navolging van Christus, niet het onderhouden van regels. De kern van het christelijk geloof is de Persoon Jezus Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven, niet een set geloofsuitspraken.

De twee koningskinderen uit het middeleeuwse lied konden elkaar alleen in de dood vinden. Het zou zomaar kunnen dat Koningskinderen die hier in verschillende werelden geleefd hebben straks in de hemel met elkaar verenigd zullen worden. Maar stel nu dat de scheiding hier een verhindering zou vormen voor mensen uit de buitenwereld om in te gaan. Zou dat geen reden zijn om naarstig sloten te dempen?