Verantwoordelijkheden van overheid, markt en burgers moeten in balans zijn

Algemene Politieke Beschouwingen 2019, beeld ANP, Robin van Lonckhuijsen.

Het is een vast recept in politiek Den Haag: de laatste Algemene Politieke Beschouwingen van een regeerperiode staan al enigszins in het teken van de naderende Kamerverkiezingen. Dat zal ongetwijfeld ook woensdag en donderdag zichtbaar zijn.

Coalitiepartijen nemen voorzichtig wat afstand van elkaar. En oppositiefracties hakken, nog steviger dan zij al gewend waren, in op het kabinetsbeleid.

Dit jaar komt bij dat algemene patroon een bijzondere omstandigheid. De Covid19-pandemie brengt partijen ertoe, meer dan in het nabije verleden het geval was, onze hele maatschappelijke ordening tegen het licht te houden. Dat is op zichzelf winst.

Corona, zeggen haast alle politici, werkt als een vergrootglas. Problemen waarvan we ons als samenleving wel min of meer bewust waren: de te grote druk op zorgmedewerkers, de onzekere levensomstandigheden van zzp’ers en flexibele arbeidskrachten, de risico’s die verbonden zijn aan het uitbesteden van overheidstaken aan de markt; al die zaken vallen ons meer op nu een zeer besmettelijke ziekte maandenlang ons maatschappelijk leven ontwricht.

In deze heroriëntatie op onze maatschappelijke ordening zien we links en rechts met name de kritiek op het liberale marktdenken groeien. Zijn we hierin de achterliggende decennia niet al te ver doorgeschoten, klinkt het bijna eenparig uit de mond van niet alleen Klaver (GL), Marijnissen (SP) en Asscher (PvdA), maar ook van Segers (CU) en Heerma (CDA). Zelfs een politicus als Dijkhoff (VVD) hoorden we –overigens al ver vóór de coronapandemie uitbrak– kritische vragen stellen bij wat een ongebreideld marktdenken in onze samenleving heeft aangericht.

Die fundamentele herbezinning in de breedte van politiek Nederland valt toe te juichen. Al te vaak bleven in het verleden debatten aan het Binnenhof steken in geneuzel over details en bijzaken, en verzuimden partijen een breder perspectief te schetsen van waar het in hun ogen met ons land heen moest. En een stevige correctie op het liberale marktdenken –dat de politiek lang in zijn greep heeft gehouden en dat voor een deel tal van concrete problemen waar Nederland nu mee worstelt, veroorzaakte– is geen overbodige luxe.

Tegelijkertijd geldt dat wij mensen altijd vatbaar zijn voor overreactie. Voor we het weten slaat de pendule van de tijdgeest door in de andere richting, en gaan we van de weeromstuit te veel verwachten van Vadertje Staat. Ja, de overheid heeft de achterliggende jaren te veel taken en verantwoordelijkheden aan de markt uitbesteed, met veel kwalijke gevolgen. Toch moeten we blijven bedenken dat de staat geen panacee is voor alle kwalen en onvolkomenheden waaraan onze samenleving sinds de zondeval lijdt.

Een redelijk evenwicht bewaren tussen wat we van de overheid, van de markt en van burgers zelf kunnen verwachten, is voor politiek Den Haag misschien wel dé uitdaging voor de komende jaren.