Rechtsvragen moeten in Wilderszaak voorop blijven staan

beeld ANP, Lex van Lieshout

De strafzaak tegen PVV-leider Geert Wilders draait al lang niet meer om de kwestie hoe ver een gekozen volksvertegenwoordiger buiten de vergaderzaal van de Tweede Kamer mag gaan in publieke uitingen tegenover zijn achterban. Mede dankzij het nijvere spit- en graafwerk van RLT Nieuws is de focus verlegd naar veel argwanender vragen. Zijn Wilders’ rechten op een eerlijk proces geschonden? Én, spande het machtige justitieapparaat van ons land samen met het ministerie van Justitie in een poging de politieke invloed te breken van Wilders’ partij, de PVV?

Dat deze ontwikkeling zich kon voordoen, is in één woord betreurenswaardig. Het gezag van de magistratuur dreigt te worden ondermijnd en de rechtsgang krijgt op deze manier onmiskenbaar steeds meer trekken van een spektakelstuk.

Dinsdag legde het gerechtshof in Den Haag opnieuw een verzoek van Wilders’ raadsman Knoops om het proces te staken, naast zich neer. Dat is verdedigbaar, want geen van de tot dusver boven water gekomen stukken toont ondubbelzinnig aan dat het vervolgingsbesluit van het OM onder politieke druk van het ministerie van Justitie is genomen. Merkwaardig is wel dat een clubje topambtenaren in de ministerietoren zichzelf transformeerde tot een bijwagen van het OM en uit voorzorg een schaduwrequisitoir begon op te stellen. Hoezo?

Weliswaar begonnen zij voor zover bekend elkaar hun ingevingen pas toe te mailen toen justitie het besluit om Wilders te gaan vervolgen, al had genomen. Maar toch. Het vermoeden van Wilders’ aanhang dat het ministerie en het OM in deze zaak samenspanden, is door hun toedoen wel gevoed. Evenals de vrees dat de ambtenaren hebben meegeschreven aan het requisitoir, wat nog erger zou zijn.

Grapperhaus doet er goed aan deze handelwijze van zijn ambtenaren, ongeacht hun bedoelingen, in ferme bewoordingen af te keuren. Deze huisvlijt valt in de categorie: niet verstandig, niet gewenst.

De rond het Wildersproces ontstane ophef kan her en der al snel leiden tot de verzuchting: Was het OM maar nooit aan deze zaak begonnen. Waren de gebeurtenissen op die gedenkwaardige avond van 19 maart 2014 al die verhoren, al die werkuren van de rechter-commissaris, de zaaksofficier, Wilders’ procesvertegenwoordigers en alle overige betrokkenen wel waard?

Hoewel het door alle commotie heel verleidelijk wordt de weloverwogenheid van de indertijd door justitie gemaakte afweging in twijfel te trekken, is en blijft het antwoord op die vraag toch: ja. Deze zaak gaat mede over de grenzen van het vrije woord, en over nog meer. Te weten, over het organiseren van publieksbijeenkomsten door politieke partijen waarbij de achterban vooraf wordt geïnstrueerd bepaalde leuzen te scanderen. Dat raakt dus ook aan de openbare orde en aan het belang van vreedzaam samenleven. Triviaal of betekenisloos wordt dit proces daarom nooit.