Leesdienst moet het stellen zonder groet en zegen

Preeklezen
beeld webshop-vanstroe.nl/numeri-zes

In veel gemeenten binnen de gereformeerde gezindte komen leesdiensten voor. Binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt in twee van de drie diensten een preek gelezen. In de Oud Gereformeerde Gemeenten ligt dat percentage nog hoger: minimaal 80 procent van de erediensten is leesdienst.

Voor de Gereformeerde Gemeenten in Nederland zal dat ongeveer gelijk liggen. Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Hersteld Hervormde Kerk komen leesdiensten af en toe voor en binnen de Protestantse Kerk in Nederland zijn ze zeldzaam.

Leesdiensten hebben oude papieren; ze waren in de tijd van de Reformatie al gangbaar. Hoewel het toen meestal ging om preekplaatsen, waar gepoogd werd een nieuwe gemeente te stichten. Maar ook bij het ontbreken van een predikant –door bijzondere omstandigheden of door het vacant-zijn– werd een preek gelezen, meestal door een ouderling. Maar altijd bleef het een noodoplossing of zoals de oudvaders formuleerden een „behulpsel.”

Ouderling F. N. Snoek uit Ermelo stelt in de donderdagse bijlage Kruispunt daarbij nog een aspect aan de orde, dat niet zo vaak naar voren komt. Bij leesdiensten mist de gemeente ook de zegen die een predikant op de gemeenten legt. De ernst van dat probleem wordt weinig beseft.

In de liturgie van de eredienst komt het meerdere keren voor: de gemeente spreekt door de mond van de voorganger, de almachtige God antwoordt. Of andersom, God spreekt en de gemeente antwoordt. Dat geldt bij votum en groet aan het begin van de dienst. Bij het lezen van de Tien Geboden en het gezongen antwoord van de gemeente. Maar ook geldt het aan het eind van de dienst. Het is een heilig ogenblik. Het is de predikant die vanuit zijn priesterlijke taak met opgeheven handen Gods zegen op de gemeente legt.

Daarbij gebruikt hij meestentijds de woorden die de Heere Zelf heeft bevolen: „Alzo zult gijlieden de kinderen Israëls zegenen, zeggende tot hen: De Heere zegene u, en behoede u! De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De Heere verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!” (Numeri 6:23).

Deze zegen is geen hoop, of een goede wens. Want Numeri vervolgt: „Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen; en Ik zal hen zegenen.” Het is een belofte die meegedragen mag worden de nieuwe week in. Maar het ontvangen van de zegen is ook een opdracht. God wil dat wij met wat we van Hem kregen weer het volle leven ingaan, om in de week die wacht, Hem dienend ons werk weer op te pakken. Geroepen ook om dicht bij Hem te leven, en een zegen te zijn voor anderen.

Het ontbreken van een predikant die het Woord verkondigt, is een hele zaak. Om de verkondiging, maar zeker ook omdat het achterwege blijven van groet en zegen de eredienst incompleet maakt. Wie dat beseft, raakt er te meer van doordrongen dat een predikantentekort daadwerkelijk grote nood is.