Kritiek op predikanten vaak te hard en niet eerlijk

De gereformeerde belijdenis leert dat God Zijn dienaren stuurt waarheen Hij wil en wanneer Hij wil. beeld ANP

Predikanten lijden onder negatieve kritiek. Dat blijkt uit een onderzoek dat de stichting Room2C heeft uitgevoerd in vijftien kerkgenootschappen. Vaak lijdt niet alleen de voorgangers zelf onder de op- en aanmerkingen, maar ook zijn gezin gaat gebukt onder deze last.

Dat vrouw en kinderen geraakt worden, heeft soms zeer ingrijpende gevolgen. Er zijn nogal wat predikantskinderen die de kerk vaarwel hebben gezegd, omdat ze niet konden meemaken wat hun vader werd aangedaan. De christelijke gemeente was voor hen geen veilige haven, maar een plaats waar ze veel verdriet moesten ervaren.

Triest is de conclusie dat het in het bedrijfsleven bij conflicten en spanningen vaak netter aan toegaat dan in de kerk. In kerken wordt het oordeel over conflicten rond of met een predikant vaak al snel gestempeld door verschillen in geestelijke ligging. Zelfs wanneer kerken zich proberen te houden aan de eigen kerkorde of regelgeving, dan nog blijkt de toepassing daarvan geregeld te worden gekleurd door het oordeel over de geestelijke oriëntatie van de dominee.

Hoewel het gelukkig lang niet altijd komt tot conflictueuze situaties, is het wel een gegeven dat veel predikanten te maken hebben met negatieve kritiek. Veelal begint dat ongeveer een jaar na hun intrede. Dan is de verwondering over de komst van een nieuwe voorganger verdampt en blijkt dat hij op bepaalde punten teleurstelt. Of de prediking ligt onder vuur, of er is kritiek op het pastoraat; en soms voldoen beide niet aan de verwachtingen van een deel van de gemeente.

Dat predikanten hieronder lijden, is begrijpelijk. Het ambt is niet zomaar een werkkring; het is verbonden met heel hun wezen. Zij geven als het ware alles. Kritiek is veelal niet een aanmerking op hun manier van werken, maar raakt hun hele identiteit. Daarom alleen al moet daarmee voorzichtig worden omgegaan.

Belangrijker nog is dat zij een geestelijk werk hebben. Daar moet door anderen op een geestelijke wijze mee worden omgegaan.

De gereformeerde belijdenis leert dat God Zijn dienaren stuurt waarheen Hij wil en wanneer Hij wil. Dat zijn mensenkinderen met fouten en gebleken. Elke ambtsdrager heeft gaven en tekorten.

Denk aan de eerste christengemeenten, die werden gediend door de apostelen. Paulus was geen redenaar. Algemeen wordt aangenomen dat hij een spraakgebrek had. Petrus was vurig van geest en zal daardoor ook weleens minder tactisch zijn opgetreden. En van de zachtmoedige Johannes zal wellicht zijn gezegd dat hij wel eens mocht doorpakken.

Predikanten zijn geen pausen. Zij staan onder toezicht van andere ambtsdragers. Ouderlingen zijn daartoe geroepen. Zij moeten, waar nodig, predikanten aanspreken. Kritiek kan soms nodig zijn. Maar het is hier wel de toon die de muziek maakt. En die toon moet geestelijk zijn; gericht op het welzijn van de gemeente, de predikant en zijn gezin.