Klimaatplannen op biddag: de hand moet aan de ploeg

Wie beseft dat de gemiddelde Nederlander zoveel consumeert dat er twee tot vier wereldbollen nodig zouden zijn als iedereen zo leefde, mag niet langer werkeloos toezien. beeld RD, Henk Visscher

Het is geen vraag waarom de jaarlijkse biddag in het voorjaar wordt gehouden. Al in de middeleeuwen was het de gewoonte om rond het aanbreken van de lente processies te houden en daarbij om Gods zegen te bidden voor het nieuwe seizoen en alle werkzaamheden rond de akkerbouw.

De huidige biddag voor gewas en arbeid heeft waarschijnlijk meer verwantschap met deze oude kerkelijke traditie dan met de bijzondere biddagen die de overheid vroeger uitschreef bij rampen en oorlogen. Dat verschil is niet zo belangrijk. De kern van de beide soorten biddagen is dezelfde: het besef dat God alle dingen bestuurt en dat Zijn hulp en zegen onmisbaar zijn, zoals de Heidelbergse Catechismus verwoordt in zondag 10.

Vandaag de dag roept dit deel van het belijdenisgeschrift nogal eens vragen op. Is het werkelijk zo dat de mens totaal afhankelijk is van Gods leiding en regering, als het gaat om vruchtbare akkers, eten en drinken, gezondheid en ziekte? De mens heeft toch een eigen verantwoordelijkheid? Zeker, maar het werken sluit het bidden niet uit. De bekende opsomming in deze beschrijving van Gods voorzienigheid spreekt ook over Zijn bestuur bij regen en droogte. Het jaar 2018 liet zien hoe machteloos de mens is tijdens een maandenlange droogteperiode.

Afhankelijkheid en verantwoordelijkheid sluiten elkaar dus niet uit maar hangen juist met elkaar samen. De God van Wie de mens volstrekt afhankelijk is, legt hem ook verantwoordelijkheid op zijn schouders. De God Die alle dingen bestuurt, geeft ook middelen en roept de mens op die te gebruiken. De mens die eerst zijn handen vouwt en op biddag eerbiedig om Gods zegen vraagt, heeft de taak om daarna die handen uit de mouwen te steken. De afhankelijke mens leert op biddag dat hij niets verdient en dat de verhoring van zijn gebed enkel genade is. Maar hij leert uit dezelfde Bijbel van Paulus dat wie niet wil werken, ook niet zal eten.

Die spanning tussen Gods bestuur over alle dingen en de taak van de mens komt ook ter sprake bij discussies over de klimaatverandering en de zorg voor de schepping. Dan is de redenering regelmatig andersom, zodat minder nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van de mens. De gedachte is dan dat God Zelf wel zal zorgen dat Zijn schepping in stand blijft. Alsof het geloof in Gods voorzienigheid iemands persoonlijke verantwoordelijkheid en zorg voor deze aarde ongedaan maakt.

Wie de cijfers eerlijk onder ogen ziet, ook van de klimaatplannen die op deze biddag bekend worden gemaakt, voelt aan dat die gedachte niet klopt. De opdracht om duurzaam te leven en te produceren is geen linkse hobby en rentmeesterschap is een Bijbels begrip. Wie bidt voor gewas en arbeid, en tegelijk beseft dat de gemiddelde Nederlander zoveel consumeert dat er twee tot vier wereldbollen nodig zouden zijn als iedereen zo leefde, mag niet langer werkeloos toezien.