Kim: Weer een top

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un (r.) wil graag weer een topontmoeting met de Amerikaanse president Trump. Hier poseren ze voor de camera tijdens hun eerste ontmoeting op 11 juni in Singapore. beeld AFP, Saul Loeb

Het was dinsdag maar een klein bericht in de krant: Kim wil Trump opnieuw ontmoeten. De Noord-Koreaanse leider heeft dat in een brief aan de Amerikaanse president te kennen gegeven. Opmerkelijk was het bericht wél, want kennelijk meent Kim Jong-un de agenda van de machtigste man op aarde te kunnen bepalen.

Opmerkelijk was ook de reactie van het Witte Huis, want die was positief. Woordvoerder Sarah Sanders typeerde de brief van Kim als warm en positief. En ze liet weten dat ook Trump wil dat die tweede top er komt.

Moeten we blij zijn met dit vervolg van een toenadering op het hoogste niveau? Op het eerst gezicht natuurlijk wel: niemand zit te wachten op verslechtering van de relatie tussen twee staten die meermalen met elkaar op de rand van een oorlog stonden.

De vraag is welke prijs er voor zo’n toenadering wordt betaald. Dan blijkt dat het Noord-Koreaanse regime daar minder voor hoeft te dokken dan de Amerikanen. Sterker: een nieuwe top levert Kim alleen winst op; voor de VS vooralsnog enkel gezichtsverlies.

De eerste ontmoeting tussen Trump en Kim, op 11 juni in Singapore, mocht dan volgens de Amerikaanse president hebben opgeleverd dat Noord-Korea zijn kernwapenarsenaal gaat ontmantelen, daarna is er van die ontmanteling weinig gebleken. Volgens waarnemers zijn de Noord-Koreanen zelfs doorgegaan met de ontwikkeling van kernwapens. Dat Noord-Korea afgelopen zondag tijdens een militaire parade geen voor de VS bedreigende raketten showde doet daar niets aan af, het past in het subtiele spel van het regime om de Amerikaanse president te paaien. En met succes: woordvoerster Sanders noemde precies die parade als bewijs van Noord-Korea’s welwillendheid.

Het charmeoffensief dat Kim is begonnen richting de Amerikaanse president is in lijn met wat hij beoogt: als kernwapenstaat erkend worden door de VS en langs die weg het van tafel krijgen van strafsancties die zijn opgelegd door de VS en de internationale gemeenschap vanwege dat nucleaire avontuur. En dat laatste gaat het snelst door onder je tegenstanders verwarring te zaaien: het regime van Kim is wél te vertrouwen.

Het Witte Huis lijkt inmiddels zelf slachtoffer te worden van deze Noord-Koreaanse tactiek, gezien de opmerking van woordvoerster Sanders over een „warme” brief aan Trump.

Daardoor kan het straks zomaar gebeuren dat Kim op eigen verzoek handen staat te schudden met de Amerikaanse president, zonder ook maar één wezenlijke concessie –afbouw van het kernwapenarsenaal– te hebben gedaan. Dat zou een regelrechte blamage zijn voor wereldmacht Amerika.

De VS doen er verstandig aan niet opnieuw Kim op de schouders te hijsen, maar eerst de inwilliging van gemaakte afspraken over nucleaire ontwapening te eisen.