Keus voor Van Rijn onderstreept de noodzaak tot eensgezindheid

Nederland
Van Rijn. beeld ANP

In meer dan een opzicht is het opmerkelijk dat premier Rutte vrijdag Martin van Rijn aantrok als opvolger van de donderdag afgetreden minister Bruins. Van Rijn mag drie maanden het dossier medische zaken behartigen.

Met deze keus heeft de premier een bestuurder aangezocht die op het ministerie van Volksgezondheid een bekende is. Hij was in het vorige kabinet staatssecretaris op dit departement en daarvoor topambtenaar op hetzelfde ministerie. Hij kan dus direct aan de slag. Dat is een voordeel nu het land een enorme crisis beleeft, waarbij juist het ministerie van Volksgezondheid een cruciale rol speelt.

Opmerkelijk is ook dat de premier voor een bestuurder heeft gekozen die niet behoort tot een coalitiepartij. Van Rijn is PvdA’er. Dat Rutte deze politieke kleur nu even over het hoofd ziet en –gelet op de acute nood– vooral ervaring en bekwaamheid heeft laten wegen, is positief en verstandig.

Het valt ook te waarderen dat de PvdA-leiding een van hun bekwame mensen beschikbaar stelt. Ongetwijfeld zal Van Rijn het verzoek van Rutte hebben besproken met de top van de PvdA voordat hij ”ja” zei.

De benoeming van Van Rijn is een bewijs dat breed in de politiek het besef leeft dat in de huidige ernstige situatie onderlinge verschillen even irrelevant zijn. Niet ten onrechte zei premier Rutte deze week in zijn toespraak dat 17 miljoen Nederlanders deze moeilijke tijd vooral samen moeten doormaken. Dat geldt voor de burger, dat geldt voor de politiek.

Het is daarom echt onbegrijpelijk hoe PVV-leider Wilders en FVD-leider Baudet zich tijdens het corona-debat van woensdag opstelden. Natuurlijk is het goed om de regering kritisch te bevragen en soms te corrigeren. Maar de toon en de woorden die deze twee politici in het debat gebruikten, bewees dat ze meer uit waren op het scoren van partijpolitieke punten dan op het zoeken naar een gemeenschappelijke aanpak. Dat onderstreepte Baudet nog eens door tijdens de beantwoording van vragen die hijzelf had gesteld, berichten op zijn iPhone te checken. Wie dat doet, moet eerst nog maar eens een basiscursus fatsoen volgen voordat hij op hoge toon spreekt over waarden en normen,

Positief is dat veruit de meerderheid van de Kamer met de regering naar een juiste aanpak zoekt. Daarbij hebben de mannen en vrouwen in Den Haag de steun van heel het volk nodig. Dat kan door bemoedigende berichten te sturen. Dat moet door thuis en in de kerk een aanhoudend gebed tot God op te zenden. Want dat is eerst en vooral nodig.

Enkele predikanten riepen vrijdag op om zondag het zesde couplet van het Wilhelmus te zingen. Niet elke kerkenraad zal daarvoor kiezen. Maar de inhoud zullen zij wel willen nazeggen en de regering willen toezingen: „Mijn Schild ende betrouwen, zijt Gij o God mijn Heer.” Laten we hopen dat dit in politiek Den Haag resoneert.