Herziening canon van de geschiedenis niet zonder risico

Een beetje jammer is het natuurlijk wel: Prins Willem van Oranje werd bij de Unie van Dordt in juli 1576 stadhouder van Holland en niet zijn bruid Charlotte de Bourbon; niet mevrouw Adelheid Thorbecke-Solger maar haar echtgenoot Johan Rudolph maakte in 1848 de eerste democratische grondwet van ons land en -om nog een voorbeeld te noemen- het was het vrijzinnig-democratische kamerlid Henrik Pieter Marchant die in september 1918 een initiatiefwetsvoorstel indiende waardoor vrouwen actief kiesrecht kregen. Zo is het nu eenmaal gelopen. Het waren vooral mannen die in het verleden op de kruispunten van de geschiedenis stonden. Jammer voor moderne vrouwen die het graag anders hadden gezien.

Minister Van Engelshoven voor Onderwijs en Cultuur benoemde vrijdag een commissie die de canon van de geschiedenis moet gaan evalueren. Tien jaar geleden werd deze opgenomen in de kerndoelen voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Een lijst (canon) van vijftig vensters uit de geschiedenis moet leerlingen een algemeen beeld bieden van het Nederlandse verleden. Dat het gebruik van deze canon regelmatig zou worden geëvalueerd, werd destijds bij de invoering al afgesproken. Dus dat er nu een commissie aan de slag gaat, is begrijpelijk.

Opvallend is wel dat de minister aan de commissie de opdracht meegeeft om te kijken of de schaduwzijden van de Nederlandse geschiedenis en de diversiteit voldoende aan bod komen. Dat gaat verder dan het nagaan of het model als zodanig wel functioneert. Hiermee komt de minister dicht bij het bepalen van de inhoud van het onderwijs - iets waarvoor de fracties van de christelijke partijen in 2008 al waarschuwden.

James Kennedy gaat canon herijken

De minister wil aandacht voor diversiteit. Dat kan gemakkelijk leiden tot een verwrongen beeld van onze historie. Zeker, er zijn voorbeelden. Denk aan de grote groepen vluchtelingen die in het verleden een veilig heenkomen zochten en welkom waren in ons land. Dus die diversiteit was er en het is goed die voor het voetlicht te halen.

Als het gaat om de invloed van vrouwen in de samenleving dan was die in het verleden minder prominent dan nu het geval is. Dat valt niet te ontkennen. Waarom voerden anders vrouwen in de 19e en 20e eeuw hun emancipatiestrijd? Om dan nu te dwingen een canon op te stellen die vrouwen uit het verleden een grotere plaats geeft, is de geschiedenis naar je hand zetten.

En de schaduwzijden? Die zijn er zeker geweest. Denk aan de slavenhandel. Maar vergeet een ding niet: jonge kinderen hebben eerst boegbeelden -of zo men wil- helden nodig om de geschiedenis te begrijpen. Pas als ze ouder worden, komt er in hun denken ruimte voor de nuance, de keerzijde. Dat moet de minister niet vergeten. Eigenlijk krijgt de commissie onder leiding van prof. Kennedy, die in het verleden zelf bezwaren had tegen de canon, een onmogelijke opdracht.