Getuigen vraagt om respect, steun en gebed

beeld RD

De secularisatie is verder gevorderd dan wij denken. Veel mensen hebben er geen idee meer van wat christenen geloven. Tot die ontdekking kwam de Jonge Theoloog des Vaderlands Mark de Jager. In die hoedanigheid wordt De Jager uitgenodigd om te spreken op niet-christelijke studentenverenigingen, in radio- of tv-programma’s of waar dan ook. Uitgenodigd uit belangstelling, nieuwsgierigheid, desnoods uit scepsis: Wat wil toch deze klapper zeggen? (Handelingen 17:18). Het weerhoudt De Jager er niet van te gaan en dapper zijn verhaal over theologie en kerk, over leven en geloven, over verzoening en voldoening te vertellen.

Onder jonge, hoogopgeleide mensen weten velen niet wat christenen met Pasen vieren, zo merkt De Jager. En de letterlijke betekenis van ”theologie” ontgaat de meesten. Het zegt iets over de seculiere samenleving en over de kloof tussen die samenleving en de kerk. Maar het heeft vooral ook de kerk iets te zeggen. Dichter bij huis, de kerkmens. Christenen die binnen diezelfde samenleving leven, maar zich door vervreemding meer terugtrekken op de vluchtheuvel van de kerk. En zich aangeleerd hebben op het werk, in de winkel, op de universiteit, of de sportvereniging er het hunne van te denken en er het zwijgen toe te doen.

De kerk is in de ogen van die seculiere samenleving een exotisch eiland geworden, met geheel eigen gewoonten, zelfs een eigen taal. ’t Zal zeker waar zijn, het gesprek met buitenkerkelijken is ook steeds moeilijker geworden. Inhoudsvolle zaken als zonde en genade vragen steeds meer om uitleg. De bereidheid tot luisteren, tot gesprek en tot respect lijken af te nemen. Misschien wel aan beide kanten van de kloof.

Toch moet en mag in deze kwestie met twee woorden worden gesproken. Gelukkig zijn er nog mensen –met hart en ziel aan de kerk en de God van de Kerk verbonden– die de samenleving willen bereiken. Zij weten zich geroepen de zaken van wet en Evangelie over het voetlicht te brengen. Op de werkvloer, in het studiehuis, in wetenschappelijk of politiek debat, voor of achter de toonbank. Zij kúnnen het niet laten. Anderen zoeken de weg van zending of evangelisatie of jeugdwerk. En allen komen tot de ontdekking dat de taal waarin zij hebben leren denken vaak niet verstaan wordt door die seculiere samenleving. Zij moeten voorkomen, zegt De Jager, dat het Evangelie begraven raakt door de taal die ze gebruiken. Er moet kortom in het gesprek een vertaalslag gemaakt worden.

Eigentijds woordgebruik –met handhaving van de inhoud– kan makkelijk leiden tot vervreemding binnen de kerk. Het kan er zelfs toe leiden dat binnen kerken er met enig wantrouwen tegen bijvoorbeeld evangelisatie aan wordt gekeken. Dat is jammer. Want allen die proberen, over de kloof heen, contact te leggen doen daarmee wat elke christen hoort te doen: „Gij zult Mijn getuigen zijn.” Dat verdient diep respect en vraagt om steun en ieders gebed.