Gemeenten bezwijken onder zorglasten

beeld iStock

Meer maatwerk, zelfredzaamheid, hulp uit het eigen netwerk. En dat allemaal met minder geld. Hooggespannen verwachtingen waren er vijf jaar geleden, toen het Rijk de zorg voor kwetsbare mensen toevertrouwde aan de gemeenten. Nu heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau de zeepbel doorgeprikt. De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), de Jeugdwet en de Participatiewet heeft niet geleid tot verbetering van de zorg. De dupe van deze mislukking zijn kinderen, ouderen en mensen met een beperking en afstand tot de arbeidsmarkt. Juist deze hulpbehoevende burgers moesten sneller en beter worden opgevangen, zo was de bedoeling.

Vorige week al werd bekend dat er de afgelopen jaren veel minder extra mensen met een arbeidsbeperking aan het werk zijn geholpen –het doel van de Participatiewet– dan de jaarlijkse rapportages van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doen geloven. Het gaat niet om 53.000, maar om ongeveer 12.000 mensen.

In de jeugdzorg zijn de wachtlijsten nog steeds te lang, de Jeugdbescherming kan de vraag niet aan. Ouderen met een zorgvraag moeten steeds langer thuis blijven wonen, terwijl de nodige hulp onvoldoende is. Verder is er ook te veel van uitgegaan dat mensen zelf een beroep konden doen op hun eigen netwerk. Een optimistische gedachte, want veel hulpvragers blijken minder voor zichzelf te kunnen zorgen en er is niet altijd iemand in het eigen netwerk die kan helpen. Ten slotte ging de decentralisatie gepaard met flinke bezuinigingen; de gemeenten zouden het met minder geld afkunnen. Maar die gemeenten komen nu al jaren structureel geld tekort.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) verwacht dat de komende jaren het aantal kwetsbare mensen eerder zal toe- dan afnemen, mede als gevolg van de coronacrisis. Die levert weer nieuwe kwetsbare groepen op die een beroep zullen doen op ondersteuning. Het beeld dat het planbureau schetst, is redelijk onthutsend.

Jawel, het zorgstelsel in Nederland is een van de beste ter wereld. Maar in het zorgpatroon is een lelijke weeffout ontstaan. Dat vraagt om maatregelen. Ministeries moeten beter samenwerken, de regels en procedures moeten eenvoudiger en er moet meer vanuit de burger worden gedacht, is de terechte conclusie van het SCP.

Het gaat immers om mensen die toch al moeite hebben om het hoofd boven water te houden; het gaat om jeugd die de hulp zo hard nodig heeft om straks een ‘gezonde’ plaats in de maatschappij te verwerven. Het gaat om mensen met een beperking die graag willen meedoen, om ouderen voor wie de laatste levensfase toch al moeilijk kan zijn. Het gaat om menselijkheid.

Goede doordenking is nodig, zeker, maar maatregelen kunnen geen uitstel lijden. Het kabinet kan niet langer naar de gemeenten wijzen. Regie is nu nodig.