Christen moet in discussie over aanpakken van vuurwerk het voortouw nemen

beeld RD

Het afsteken van vuurwerk ligt steeds meer onder vuur. Waar velen het gooien met rotjes en het afvuren van sierpijlen een mooie traditie vinden om het nieuwe jaar in te luiden, klinkt vaker de kritiek dat dit niet door de beugel kan.

Er is duidelijk sprake van een kentering. Dat bleek bijvoorbeeld uit een onderzoek in opdracht van het tijdschrift Binnenlands Bestuur van donderdag. Vorig jaar zei nog 45 procent van de 18- tot 24-jarigen dat zij waarschijnlijk vuurwerk zouden afsteken. Dit jaar is dat gedaald tot 32 procent.

Ook op andere manieren blijkt dat vuurwerk steeds vaker wordt bekritiseerd. Een algemeen vuurwerkverbod kan rekenen op de steun van bijna de helft van de Nederlanders, zo bleek onlangs uit een enquête van het Algemeen Dagblad. Opvallend daarbij was wel dat de meeste mannen tegen een vuurwerkverbod zijn, terwijl de vrouwen juist voor zijn.

Vanuit principiële overwegingen is de toenemende kritiek een goede zaak. De jaarwisseling mag best gezellig zijn, maar daar is geen vuurwerk voor nodig. Juist bezinning moet centraal staan. Voor de klok van twaalf uur blikt menig christen met Bijbellezing en gebed terug op het oude jaar en wordt Gods hulp en zegen gevraagd voor het nieuwe jaar. Het even later meedoen met vuurwerk past daar niet bij. Bovendien komt vuurwerk voort uit een heidense traditie.

Christenen zouden daarom in de vuurwerkdiscussie het voortouw moeten nemen. Maar is dat ook het geval? Wie bijvoorbeeld de berichtgeving over het verloop van de jaarwisseling in gemeenten op de Biblebelt volgt, kan dat moeilijk concluderen. Daar ligt voor volwassenen, jongeren, kerkenraden en gemeentebesturen een grote verantwoordelijkheid.

Voor het terugdringen van vuurwerk zijn meer goede redenen. Ieder jaar zijn er veel slachtoffers. Vanuit medische kring klinkt daarom regelmatig het pleidooi voor een verbod van consumentenvuurwerk. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft daar richting het kabinet terecht op aangedrongen.

Een ander belangrijk kritiekpunt is de geldverspilling. Met de aankoop van vuurwerk zijn vele miljoenen euro’s gemoeid. Bovendien is er ieder jaar sprake van een schade van miljoenen euro’s aan woningen, gebouwen en auto’s. Ook de enorme milieuvervuiling en de geluidsoverlast met alle schadelijke gevolgen voor mens en dier zijn goede redenen om het afsteken van vuurwerk aan te pakken.

Daarom is het belangrijk dat de overheid snel stevige maatregelen neemt. Jammer genoeg is het kabinet hierbij erg terughoudend. Wel hebben de gemeenten al de bevoegdheid om maatregelen zoals vuurwerkvrije zones te treffen. En vanaf volgend jaar zouden ze zelfs een algeheel vuurwerkverbod op hun grondgebied mogen toestaan. Interessant om te zien of gemeenten met veel orthodoxe christenen in de discussie daarover voorop gaan lopen.