Christelijke studentenvereniging kan zorgen voor hecht netwerk en stevig fundament

beeld RD, Anton Dommerholt

Nog even en dan gaan ook de studenten weer aan de slag. In sommige universiteitssteden is er al een introductieweek geweest voor de aankomende eerstejaars. Wat onwennig en bleu zoeken ze hun weg in de grote stad en op de campus. Een beetje onzeker over wat hun te wachten staat, maar vooral ook verwachtingsvol. Eindelijk breekt dan de periode aan waarnaar ze al zo lang hebben uitgekeken. Een periode die de mooiste tijd van je leven is. Dat is althans het beeld dat veel jongeren meekrijgen van ouders of oudere broers en zussen.

De werkelijkheid is nog weleens anders, blijkt uit gegevens van het Bureau Studentenartsen van de Universiteit van Amsterdam. Deze instantie houdt sinds 2011 de gezondheid van studenten in de gaten. Met behulp van een zogenoemde studentengezondheidstest kunnen studerenden zelf nagaan hoe het met hen gaat. De resultaten ervan stellen niet gerust. Maar liefst 40 procent van alle studenten die de test deden, gaf aan een of ander gezondheidsprobleem te hebben; lichamelijk (27 procent), psychisch (17 procent) of een combinatie van beide. Projecteer je die percentages op het totaalaantal studenten in Nederland –dat waren er vorig jaar meer dan 260.000– dan zijn er ruim 140.000 jongeren die bij zichzelf problemen met hun gezondheid signaleren.

Het Bureau Studentenartsen wijst op een aantal oorzaken. Zo zitten studenten in een leeftijdsfase waarin van alles gebeurt. Ze beginnen aan een nieuwe opleiding, gaan vaak in een nieuwe stad wonen en moeten er dan aan wennen om op eigen benen te staan. Dat gaat meestal goed, maar er zijn jonge mensen die daarmee grote moeite hebben.

Veel studenten blijken een bepaalde druk te ervaren door het leenstelsel dat de overheid in 2016 heeft ingevoerd. Om een grote leenschuld te voorkomen, zoeken ze een bijbaan. Maar door de nevenwerkzaamheden neemt de stress weer toe. En zo is de cirkel rond.

Dat het bij de psychische problemen om een serieus probleem gaat, blijkt uit het aantal studenten dat in de test aangeeft het afgelopen jaar weleens aan zelfmoord te hebben gedacht. Dat is meer dan een kwart. Een aanzienlijk en tegelijk zorgwekkend percentage.

Studenten hebben behoefte aan iemand die de vinger aan de pols houdt, benadrukt het Bureau Studentenartsen. En daar zit een flink probleem. Zodra studenten met hun studie starten, is er vaak geen controle meer van ouders of jeugdvrienden. Ze moeten een heel nieuw netwerk opbouwen.

Studentenverenigingen kunnen hierin een grote en positieve rol spelen. In die zin mogen we dankbaar zijn dat in ons land christelijke studenten zich kunnen aansluiten bij een dito vereniging. Daar kunnen ze werken aan een hecht netwerk en een stevige levensbeschouwelijke fundering. Beide zijn van groot belang om later als christen een plek in de samenleving in te nemen.

Het is een goede zaak als ouders en docenten op de middelbare school (aankomende) studenten stimuleren om lid van een vereniging te worden. Mede door het contact met geloofsgenoten kan de studietijd daadwerkelijk de tijd van je leven zijn.