Averechts effect

Minister Van der Hoeven (Onderwijs) heeft in zeker opzicht haar zin gekregen. Zij wil een debat over het ontstaan van het leven. Dat is sinds haar voorstel daarvoor inderdaad losgebarsten. Met één verschil. De minister wilde een discussie tussen wetenschappers. Er wordt nu echter een emotioneel, ideologisch debat gevoerd.

Met ongekende heftigheid keerden de woordvoerders van de meeste politieke partijen zich onmiddellijk tegen het idee van zo’n gedachtewisseling. Daarmee zou volgens hen de „cruciale” grens tussen geloof en wetenschap overschreden worden.

Dat het echter om meer gaat dan een juridisch debat, blijkt uit de felle toon. De ene parlementariër noemde de scheppingsgedachte „een probleem dat overwonnen moest worden.” Een ander bestempelde haar als „marginaal, obscuur en fundamentalistisch.”

Elk respect voor voorstanders van het scheppingsgeloof verdween toen een kamerlid zich afvroeg of kinderen straks ook kregen te horen dat baby’s door de ooievaar worden gebracht. Daarmee trok hij de scheppingsgedachte in het belachelijke en kwetste hij bijbelgetrouwe christenen en moslims diep.

Inmiddels tekent zich een kamermeerderheid af voor het idee om elke verwijzing naar het scheppingsverhaal uit het biologieonderwijs te halen. De vakorganisatie van biologiedocenten liet weten daarvoor te voelen.

Daarmee heeft de bewindsvrouw het tegendeel bereikt van wat ze wil. Het effect is dat straks zowel de scheppingsleer als Intelligent Design -die twee zijn onderscheiden- uit het biologieonderwijs wordt geweerd.

De verbetenheid en voortvarendheid waarmee de niet-confessionele partijen dit oppakken, is opvallend. Waarom hechten mensen zo aan het idee af te stammen van apen die zich van boom tot boom slingerden? Waarom vinden ze het minder aantrekkelijk te zijn geschapen naar Gods beeld, dan het resultaat te zijn van een „toevallig, schitterend ongeluk”?

In dit debat gaat het om veel meer dan om een wetenschappelijk probleem. De kwestie schepping of evolutie raakt de fundamenten van de levensbeschouwing van mensen en daarmee ook de visie op de bestemming en het einde van het leven. Zij die denken dat niemand de hand heeft gehad in het ontstaan van leven, menen ook dat zij aan het eind van hun leven aan niemand verantwoording hoeven af te leggen. Creationisten hebben daarentegen de overtuiging dat er een Schepper is, Die ieder mens straks rekenschap van zijn daden vraagt.

Bij alle vage religiositeit die vandaag de dag in de lucht hangt, blijkt er een intense afkeer te bestaan van het geloof in de bijbelse waarheden en alles wat daarop lijkt of er zelfs maar aan herinnert. De theorie van Intelligent Design is immers niet hetzelfde als het scheppingsgeloof, maar sluit slechts de mogelijkheid van een schepper van de aarde niet uit. Maar ook dat mag niet onderwerp zijn van gesprek.

Dezelfde heftige reactie was er bij de voordracht van Buttiglione als lid van de Europese Commissie en tijdens het debat over smalende godslastering. In het laatste voorbeeld ging het eveneens om een CDA-minister, Donner. Zowel Van der Hoeven als Donner noemde de dialoog tussen verschillende culturen en religies als argument bij hun voorstellen. Dat zou de grote politieke partijen moeten aanspreken.

De praktijk is echter dat zij mensen die geloven in vaste geloofswaarheden onmiddellijk met oneigenlijke argumenten buiten de discussie plaatsen. Dat gebeurt niet alleen omdat voorstanders van de tolerantiegedachte een aversie hebben jegens mensen die onopgeefbare standpunten innemen, maar vooral ook omdat deze groep fundamentele vragen stelt aan de moderne vrijdenkers, waardoor de levensbeschouwing van de laatsten ter discussie komt te staan.