ANC heeft belofte van betere toekomst nog niet waar gemaakt

Legen van de stembus in Durban, Zuid-Afrika, woensdag. beeld AFP, Rajesh Jantilal

Zeker de helft van de Zuid-Afrikaanse kiezers onder de 30 jaar ging bij de verkiezingen van woensdag niet naar de stembus. Dat is niet zo’n feestelijk beeld bij de 25e verjaardag van de eerste vrije democratische verkiezingen. De generatie die de apartheid niet meer bewust heeft meegemaakt en in vrijheid is opgegroeid, liet de stempas ongebruikt. In ronde cijfers: zo’n 6 miljoen jonge mensen namen niet de moeite te gaan stemmen.

De algehele opkomst lag met zo’n 65 procent ook het laagst sinds 1994. In 1999 stemde nog 88 procent, vijf jaar geleden lag het percentage op 73 procent. Opmerkelijk is dat met name in de townships, waar de achterban van het ANC woont, de opkomstcijfers tegen vielen.

Het ligt voor de hand deze cijfers te verbinden met onvrede over de prestaties van het ANC. De partij is al sinds 1994 onafgebroken in Zuid-Afrika aan de macht, maar heeft de belofte van een betere toekomst voor veel Zuid-Afrikanen nog niet waar weten te maken. Het land wordt geplaagd door economische neergang en corruptie; de werkloosheid onder jongeren ligt op 27 procent. Wellicht dat de thuisblijvers hun onvrede daarover op deze manier kenbaar maakten.

Het ANC scoorde historisch ‘laag’: volgens de voorlopige uitslagen kreeg de partij van Nelson Mandela tussen de 57 en 59 procent van de stemmers achter zich. In 2014 was dat nog 62 procent.

Je kunt ook stellen dat het gezien de situatie in het land nog altijd een prestatie is zo’n meerderheid binnen te halen. Feit is dat het ANC nog altijd veel krediet krijgt omdat ze de strijd tegen de apartheid leidde. De partij stuurde vorig jaar bovendien de door corruptieschandalen geplaagde oud-president Jacob Zuma naar huis, om hem te vervangen door de huidige president Cyril Ramaphosa. Die beloofde het roer drastisch om te gooien en opende onderzoeken naar corruptie tijdens Zuma’s bewind.

De campagneleider van de partij, Fikile Mbalula, zei deze week dat de partij zonder die tussentijdse wissel op hooguit 40 procent geëindigd zou zijn, waarmee hij Ramaphosa een groot compliment gaf. Met evenveel recht valt echter te stellen dat Ramaphosa er kennelijk niet in is geslaagd de kiezers te overtuigen dat het roer in het ANC nu echt om is.

De oppositie wist nog altijd geen deuk in een pak boter te slaan. De Democratische Alliantie kwam uit op zo’n 22 procent, terwijl de links-populistische Economische Vrijheidsstrijders van ANC-dissident Julius Malema 10 procent behaalden, 4 procent meer dan in 2014.

Het ANC liet ook na het vertrek van Zuma geen eenduidig en vertrouwenwekkend geluid horen op hervormingsgebied. Dat had wellicht mede te maken met de hete adem van Malema die de partij in de nek voelde. Nu dat geen factor meer zou hoeven te zijn, wekt dat verwachtingen.