Afpersing door sturen bombrieven is venijnig kwaad

In een hoofdkantoor van ING aan de Bijlmerdreef in Amsterdam-Zuidoost is een bombrief ontploft. Het was een kleine ontploffing en er is niemand gewond geraakt. beeld ANP

Alleen al de naam is angstaanjagend: bombrief. Confrontatie met dergelijke explosieve post heeft grote gevolgen voor de ontvanger. Ook als zo’n poststuk niet ontploft.

De nieuwsalerts volgen elkaar deze week in rap tempo op. Woensdagochtend is het raak in de postkamer van een bedrijfspand van ABN AMRO in Amsterdam. Even later komt het bericht dat ook in het postsorteercentrum van printerfabrikant Ricoh in Kerkrade een brief is ontploft.

Een nieuwe explosie, rond het middaguur donderdag, klinkt op het hoofdkantoor van ING in Amsterdam. In Leusden maakt de Explosieven Opruimingsdienst in de ochtend een bombrief onschadelijk bij Unisys. Tel daarbij op de zeven bombrieven –ook deze werden tijdig onschadelijk gemaakt– bij andere bedrijven vorige maand en het is duidelijk dat er iets ernstigs aan de hand is.

Van de dader(s) ontbreekt vooralsnog elk spoor. Voor zover bekend tast de politie nog in het duister. Wat wel duidelijk lijkt te zijn, is dat afpersing het motief vormt. Er wordt geld geëist, in de vorm van de cryptomunt bitcoin.

Het goede nieuws is dat niemand gewond is geraakt. Dat kan gemakkelijk anders. Bij het openen van de een poststuk zijn handen, hoofd en borst dichtbij. Een ontploffing kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben, of erger.

Een bombrief hoeft helemaal niet te ontploffen om toch grote impact te hebben. Ontvangers kunnen voor het leven psychisch beschadigd raken. Als een poststuk al niet meer te vertrouwen is, wat dan nog wel?

Afpersing is een zwaar misdrijf. Op deze vorm van bedreiging staan in Nederland terecht hoge straffen: tot negen jaar cel. De kans dat de verzender van de bombrieven van deze week daadwerkelijk wordt opgepakt, is gelukkig relatief groot. Veel brieven betekenen veel sporen. Zelfs transacties in bitcoins –gesteld dat er wordt betaald, wat niet aannemelijk is– laten sporen achter.

Wat misschien nog wel het kwalijkst is van alles, is de geniepige venijnigheid waarmee afpersing gepaard gaat. Slachtoffers voelen zich vaak zwaar (financieel) onder druk gezet, de drempel om aangifte te doen is vanwege de aard van de bedreiging meestal hoog, er wordt –niet zelden onzichtbaar voor anderen– wat afgeleden.

Afpersen en bedreigen staan haaks op wat in de Bijbel dienen wordt genoemd. Joden die hun volksgenoten bedrogen door meer belasting te heffen dan de Romeinse overheersers vroegen, stonden bepaald slecht aangeschreven.

De Koning van de wereld, Jezus Christus, schreef deze tollenaren niet af, maar bood hun –en alle andere zondaren– perspectief. Met wél de volgende vermaning: „Eist niet meer, dan hetgeen u gezet is.” Dat is zelfs voor een afperser geen onmogelijke opdracht.