Tilburgse pastoor houdt reformatorische christenen spiegel voor

De kerk van de Parochie H. Margarita Maria in Tilburg, waar Harm Schilder pastoor is. Foto ANP ANP

De Tilburgse pastoor Harm Schilder is behoorlijk geschrokken. Met de beste bedoelingen wilde hij in het kerkportaal foto’s ophangen van parochianen die zich willen laten uitschrijven. Trouwe gemeenteleden konden zo worden opgeroepen voor deze afdwalende schapen te bidden. Over herderlijke zorg gesproken. Maar lang niet iedereen neemt hem die in dank af. Inmiddels staat ”zijne eerwaarde” zelf te kijk.

De motieven van Schilder zijn te prijzen. „Ik wil er alles aan doen om de mensen bij de kerk te houden”, verklaarde hij deze week tegenover verschillende media. Daarbij beseft hij dat het niet in zijn macht ligt om in zijn eentje alle potentiële kerkverlaters pastoraal te bearbeiden.

Wekelijks ontvangt de Tilburgse pastoor drie tot vier brieven waarin parochianen hun lidmaatschap opzeggen. „Dat is niet niks. Dat gebeurt vaak ook nog eens op een onpersoonlijke manier”, zei de Tilburgse zielzorger in een interview. „Ik vind het iets te makkelijk om bij een opzegging simpelweg ”dank u wel” te zeggen.”

Om de uitzwermende kudde weer bijeen te verzamelen, heeft Schilder de hulp van betrokken gemeenteleden hard nodig. Vandaar dat hij op het idee kwam in het kerkportaal een fotogalerij van opzeggers te maken. Gemeenteleden worden op die manier na hun bezoek van de mis erbij bepaald dat er medeparochianen zijn die het spoor bijster raken. De trouwe kerkgangers kunnen deze dwalende zielen dan gedenken in hun gebeden. Of wellicht kunnen deze meelevende parochianen hun broeders en zusters door persoonlijke gesprekken bij de kerk behouden. Dat was het idee, dat was de gedachte.

Daarbij haast de pastoor zich om duidelijk te maken dat hij ook zijn eigen herderlijke taak niet uit het oog verliest. Alleen, hij realiseert zich dat zijn invloed beperkt is. „Als pastoor sta ik ver van de mensen af die zich uitschrijven. Ik bel meestal wel, maar dan blijkt het standpunt toch vrij definitief. Misschien dat het via bekenden wel lukt om iemand over te halen.”

Kritiek

Vrijwel onmiddellijk lieten verschillende opzeggers weten mordicus tegen de actie van de pastoor te zijn. Zij ervaren een portrettengalarij met bijgaande gebedsoproep als een schandpaal. Daar willen ze niet aan genageld worden.

„Waar haalt de pastoor het lef vandaan?” vroeg een zeer verbolgen kerkverlater zich af. Een van de desbetreffende ex-parochianen, Frans Robbe, verklaarde geen toestemming te geven voor het ophangen van zijn portret en liet pastoor Schilder weten: „Als u mijn foto publiceert, dan is dat een schending van mijn portretrecht. Dan zien we elkaar bij de rechter.”

Niet alleen parochianen die bang waren dat hun foto in het voorhof van de Tilburgse kerk zou worden opgehangen, reageerden furieus. Ook in de media en op internetfora waren er nogal wat kritische stemmen die de herderlijke zorg van de Tilburgse pastoor kraakten. Veel media maakten van hem een zielige, belachelijke figuur.

„Het betreft hier de laatste stuiptrekkingen van een uitstervend soort. Een pastoor (eigenlijk een volstrekt foute benaming voor zo iemand) die elk contact met de wereld volkomen kwijt is. Ten tijde van de inquisitie (een van de vele ‘zegeningen’ van de katholieke kerk) had deze man nog carrière kunnen maken, maar nu is het gewoonweg zielig”, schreef iemand. Een ander: „Kan klokkenluider-pastoor Harm Schilder niet een Anton Pieckkerk krijgen in de Efteling? De man gelooft nog in sprookjes.” Verschillende mensen stelden hem op één lijn met de extremistische moslims, die met „bommen en granaten” de wereld willen regeren.

Om Schilder zelf te kijk te zetten, werden donderdag zo´n dertig posters met zijn portret in de stad Tilburg opgehangen. Tot groot vermaak van zijn criti­casters en van de media. Waarbij opvallend was dat de meer serieuze kranten die eerst uitgebreid schreven over de geschonden regels van het portretrecht, nu met geen woord repten over de juridische consequenties van zo’n posteractie.

Houding kerkleiding

Pastoor Schilder zelf is behoorlijk geschrokken. Zo’n ophef had hij niet verwacht. Nog minder had hij voorzien dat de leiding van de Rooms-Katholieke Kerk hem volledig in de kou zou laten staan.

Aanvankelijk zei het bisdom Den Bosch, waar de parochie van Tilburg toe behoort, dat de verantwoordelijkheid voor de actie bij de parochie lag. De bisschoppelijke leiding in Brabant hield zich dus afzijdig.

Woensdag nam de Nederlandse Bisschoppenconferentie middels een verklaring afstand van de Tilburgse pastoor. Zoals vaker in netelige kwesties gebeurt, gebruikten de regionale kerkvorsten een formeel argument voor hun positiebepaling. „Het openbaar maken van persoonlijke gegevens van mensen die aangeven dat ze zich willen uitschrijven uit de Kerk, is vanuit het oogpunt van zorgvuldig omgaan met privacygevoelige informatie van ledenbestanden onwenselijk en juridisch niet geoorloofd, en daarom geen praktijk in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.” Daar kon pastoor Schilder het mee doen. Geen woord van sympathie of begrip voor de herderlijke zorg en bewogenheid bij de pastoor.

Zorg en bewogenheid

Reformatorische christenen, die van huis uit niet veel moeten hebben van Rome, denken wellicht: „Of je nu rooms bent of onkerkelijk, dat maakt niks uit. Het zijn beide dwaalwegen.” Toch is dat niet terecht. De ophef rond het optreden van de Tilburgse pastoor heeft de volgelingen van de Reformatie wel degelijk iets te zeggen.

Feitelijk vallen drie dingen op: de zorg van de pastoor, de opschudding die daardoor ontstaat en de juridische grenzen die er kennelijk zijn aan het pastoraat.

Wat men ook van de actie van pastoor Schilder vindt en hoezeer men ook de roomse leer afkeurt, feit is wel dat de man zorgen heeft over afdwalende schapen van zijn kudde. Hij wil hen niet zomaar, ongewaarschuwd laten vertrekken.

„Dat is nogal vanzelfsprekend”, zullen velen zeggen. „Dat zou eens niet zo zijn. Daar is een zielenherder toch voor?” Dat is zeker waar. Maar uit allerlei onderzoeken blijkt dat in veel kerken de zorg voor dreigende afhakers weinig concreet is. Natuurlijk staat het op de agenda van de kerkenraad; worden er van tijd tot tijd brieven geschreven aan ouderen en jongeren die minder vaak in de kerk komen en worden soms pastorale bezoeken afgelegd.

Maar in veel (grotere) gemeenten (de parochie van Schilder telt bijna 20.000 zielen) is er geen sprake van dat afdwalers voortdurend achterna gelopen (kunnen) worden. Met alle (grote) inzet van kerkenraadsleden is het opvallend als van een ambtsdrager gezegd wordt dat hij een bijzonder oog heeft (gehad) voor mensen die afdwalen. Vaak hebben predikanten en ouderlingen het druk met een veelheid van (noodzakelijk) werk, waardoor ze te weinig toekomen aan het zoeken van wat verloren gaat. Terwijl een grondregel in het pastoraat is dat juist de minst sierlijke (doop)leden de meeste aandacht nodig hebben. Gebeurt dat niet of te weinig, dan kunnen per jaar soms wel tien ouderen en jongeren zomaar van het kerkelijk erf zijn weggegleden.

Pastoor Schilder heeft concreet nagedacht hoe hij het tij kan keren. Daarbij heeft hij beseft dat kerkverlating niet alleen zijn probleem is, maar dat van heel zijn parochie. Ook dat is een les voor calvinisten. Juist zij die in onderscheid van de roomsen weten van het ambt aller gelovigen, moeten zich bewust zijn van hun eigen taak en opdracht ten opzichte van kerkverlaters. Hoe vaak komt het niet voor dat ongeveer de hele gemeente haar mond spoelt met het feit dat jongeren uit een bepaald gezin steeds vaker gemist worden in de kerk, terwijl geen enkel gemeente­lid eens met deze potentiële kerkverlaters in gesprek gaat? De Tilburgse pastoor houdt reformatorische christenen wel degelijk een spiegel voor.

Individualisme

Dat er zo veel ophef is over de actie van pastoor Schilder is eigenlijk best wel opvallend. In de achterliggende decennia zijn er geregeld studies en artikelen verschenen waarin mensen aangaven de kerk vaarwel te hebben gezegd omdat kerkenraad en gemeenteleden zich nauwelijks om hen bekommerden. „Veel mensen verlaten de kerk omdat de kerk hen al eerder verlaten heeft”, schreef de godsdienstsocioloog Meerten ter Borg midden jaren negentig.

In een artikel in HP/De Tijd uit die jaren spraken verschillende kerkverlaters hun verbazing erover uit dat kerkenraden hen zo gemakkelijk en ogenschijnlijk zonder enige bewogenheid lieten vertrekken. „Alsof het hen niks deed en we voor hen niet telden”, zei een van hen.

Dat lijkt nu precies het omgekeerde te zijn. Wanneer mensen de kerk vaarwel zeggen, dan willen ze niet dat de achterblijvers laten merken dat het hen raakt; dat ze vanuit hun volle overtuiging bezorgd om hen zijn en daarom voor hen bidden. Wanneer een kerkbestuur of gemeentelid publiek laat weten moeite te hebben met de opzegging van gemeenteleden, dan roept dat agressie op bij de vertrekkenden en verbazing in de media. „Het opzeggen van het kerklidmaatschap is mijn eigen zaak, daar heeft niemand iets mee te maken”, zei een boze Tilburgse parochiaan deze week voor de radio. En de media steunen hem.

Dit is het individualisme ten top. Oprechte zorg van anderen wordt niet langer op prijs gesteld. Kerken die dat wel tonen, wordt al snel verweten dat ze buiten hun boekje gaan. En in een soort collectieve actie van seculieren, media en slappe kerkleiders worden de ”vrij­postige” zielenherders in hun hok gedreven. Met succes. Schilder heeft inmiddels laten weten af te zien van zijn plannen.

Juridische grenzen

Soms gebruiken geïrriteerde kerkverlaters juridische middelen om de kerk de mond te snoeren. En die lijken er ook nog eens te zijn ook.

Kort nadat pastoor Schilder zijn plan bekend had gemaakt, zei voorzitter Jacob Kohnstamm van het College bescherming persoonsgegevens (CPB) dat het fatsoenlijker zou zijn als de Tilburgse priester eerst toestemming had gevraagd aan de kerkleden om wie het ging. Dat was nog maar een voorzichtig signaal. Gespecialiseerde juristen verklaarden later dat er inderdaad wel eens sprake had kunnen zijn van schending van het portretrecht als pastoor Schilder zijn plan had uitgevoerd.

Benadeelden zouden bij de civiele rechter een verbod kunnen vragen en zo nodig een schadevergoeding eisen. Zelfs strafrechtelijke consequenties zijn mogelijk. En dan had het plan van Schilder wel eens erg duur kunnen zijn geworden, want wie artikel 35 van de Auteurswet overtreedt, kan worden gestraft met een geldboete in de vierde categorie. Dat zou dan betekenen dat Schilder per overtreding 19.500 euro op tafel had moeten leggen. Alleen omdat hij uit bezorgdheid om het heil van zijn parochianen gemeenteleden met behulp van foto’s wilde op­roepen tot gebed.

Natuurlijk kan men zeggen dat de soep nooit zo heet wordt ge­geten als zij wordt opgediend. Dat is waar. Toch moet men zich daarmee niet in slaap laten wiegen. Meer dan twintig jaar geleden, in 1989, werden de christelijke gereformeerde predikant J. Van Amstel en zijn Edese gemeente veroordeeld tot een rectificatie, met daarbij een dwangsom van 10.000 gulden, omdat de predikant tijdens de eredienst gebeden had voor een dooplid dat zich wenste te laten uitschrijven. Dankzij het feit dat er na de rechterlijke uitspraak een gesprek tussen beide partijen kon worden gevoerd, liep deze zaak met een sisser af. Maar de toon was gezet. Daarom had pastoor Schilder het bij de rechter wel eens kunnen verliezen als hij zijn plan had doorgezet en er dien­ten­gevolge aanklachten tegen hem waren ingediend.

Kerken hebben de taak opzicht te houden over hun leden, ook over degenen die wegzwerven. Maar die zorg staat onder druk omdat de afhakers deze niet meer begeren; omdat de wereld deze niet meer begrijpt en de wetgeving de zorg inperkt. Eigenlijk is het absurd dat de kerk in het openbare gebed daar kennelijk geen uiting aan mag geven.

Is het allemaal hopeloos? Zeker niet. Een Arabische christen zei onlangs: „Al zijn de overheidsregels zo streng dat ik in het openbaar zelfs niet meer mijn ogen dicht mag doen of mijn handen vouwen, ik zal desondanks bidden en spreken met God – desnoods met open ogen. Dat kan niemand ver­hinderen. En Zijn Woord leert: het wapen van het gebed is machtiger dan een kernbom.”