Column: Vertraging in coronatijd

„Als ik nu ’s avonds de hond uitlaat, kom ik allerlei mensen tegen.” beeld iStock

Dat de coronapandemie in ons persoonlijke en openbare leven ontwrichtend werkt, weten we. In het ergste geval zijn we zelf geconfronteerd met de dodelijke werking van het virus in familie- of vriendenkring. Mogelijk ervaren we ook de economische impact, staat onze baan of de continuïteit van ons bedrijf onder druk. Het voelt dan ook bijna ongepast om de keerzijde van dit alles te belichten. Toch doe ik dat, omdat er naar mijn overtuiging fundamentele kwesties aan de orde zijn die raken aan wat je ”het goede leven” zou kunnen noemen.

Volgens de Duitse socioloog Harmut Rosa kenmerkt onze postmoderne tijd zich door een enorme versnelling: we ervaren een continue haast, technologische vernieuwingen zijn niet bij te houden. Je laatste smartphone is met een aantal maanden alweer verouderd. We worden overspoeld met informatie waar je niets mee kunt, maar waar wel een emotioneel appel van uitgaat. Als ik mijn WhatsApp open, voel ik me vaak gedrongen te reageren op de vele berichtjes. De ander ziet immers dat ik de app gezien heb, dus waarom reageert hij niet?

Voor een deel is deze haast plotseling tot een einde gekomen: je wordt geacht zoveel mogelijk thuis te werken, in het eigen gezin te blijven. Vorig jaar waren alle avonden gevuld. Als ik nu ’s avonds de hond uitlaat, kom ik allerlei mensen tegen, gezinnen die met elkaar toch nog even een ommetje gaan maken. Waren al die gevulde avonden wel nodig? Waar was ik zo druk mee?

Zonder de ”tien tips om te onthaasten” te hoeven toepassen, zijn we als vanzelf teruggeschakeld. En dat is goed. De lagere versnelling helpt mij om meer open te staan voor de werkelijkheid waarvan we met lichaam en ziel deel uitmaken in een tijd dat het leven in de natuur weer ontwaakt.

Zintuigelijke ontvankelijkheid voor de rijkdom van het leven vraagt tijd en rust. Pas als ik vertraag, kan mijn ziel resoneren met de muziek en dans van het leven en word ik daarin op- en meegenomen. De warmte spreekt weer tegen mijn huid. Om het met Hans Andreus te zeggen: „Ik hoor het licht, het zonlicht pizzicato.”

Misschien ervaren we juist in de vertraging de vervreemdende werking van de versnelling waarin we terechtgekomen zijn in onze cultuur. We worden meegenomen in een vaart waardoor we de voeling met het leven verliezen.

Het viel mij kort na het afkondigen van de beperkende maatregelen op hoeveel gezinnen ik ’s avonds op straat tegenkwam. Al die thuiswerkende vaders en moeders trokken ’s avonds even met de kinderen eropuit. Hoewel wij nu bij het hondenuitlaatritueel elkaar met veel ruimte passeren, wordt er vriendelijk gegroet.

Ik weet ook van de eenzaamheid waarin velen, en vooral ook ouderen, verkeren. Daartegenover staat ook de creativiteit waarmee verbondenheid en liefde worden vormgegeven. Blijkbaar doet vertragen ook iets met de aandacht die we voor elkaar hebben.

Dieper gaat het als wij in dit alles „de almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods” ontwaren die deze werkelijkheid, waarvan ik deel mag uitmaken, draagt. We voelen onze kleinheid, beperktheid en afhankelijkheid én er toch mogen zijn. Binnen onze kerkelijke gemeente houden we nu wekelijks een moment van gebed, zang en meditatie (online uiteraard) als afsluiting van de dag. We houden ons nog niet aan het ritme van het getijdengebed – vertraging in optima forma – maar het is een begin.

Voeling hebben met, afgestemd zijn op. Dat zijn voor mij kernwoorden van het goede leven. In onze versnellingscultuur missen we deze afstemming. De sensitieven onder ons raken ofwel ontstemd of depressief ofwel zoeken hun heil in retraites om weer in contact te kunnen komen met de trage ritmes van het leven.

Aan alle duidingen die in deze krant aan de coronacrisis gegeven zijn, zou ik nog de volgende willen toevoegen. Deze crisis brengt ons pijnlijk en genadig terug tot een hernieuwde afstemming op de trage ritmiek van het leven.

De auteur is psychiater en geneesheer-directeur van Eleos.