Column: Racisme vaak gebaseerd op ongemak

Racisme
Racisme en slavernij zijn een afschuwelijk kwaad van alle tijden. beeld ​ANP, Remko de Waal

Midden in de corona-epidemie spoelde vanuit de VS opeens een andere vloedgolf over de westerse wereld. De demonstraties van antiracismebewegingen, met name Black Lives Matter (BLM).

Deze vloedgolf werd opgeroepen door de schok die de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd teweegbracht. Vooral de manier waarop hij de dood vond; door een politieman die hem met zijn knie letterlijk de adem afkneep. De beelden die daarvan de wereld overgingen waren uitdrukking van een diepgeworteld racisme in blank (of, politiek correct, wit) Amerika, vooral onder de politie. De beweging Black Lives Matter kwam op en al snel sloten allerlei groepen aan die grieven hebben tegen de overheersende machtsverhoudingen in de westerse samenleving.

Dat mensen het als noodzakelijk ervaren om te vechten voor Black Lives Matter is op zich al een schrijnend probleem. Iedere twijfel aan de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, van welke afkomst en in welke levensfase of conditie dan ook, is volstrekt misplaatst. En is ongehoorzaamheid aan God, Die „uit een bloed heel het menselijke geslacht maakte” (Handelingen 17:26), naar Zijn beeld (Genesis 9:6).

Uitbuiting van andere volken is helaas een kenmerk (geweest) van de moderne westerse cultuur, maar tegelijkertijd zijn racisme en slavernij een afschuwelijk kwaad van alle tijden – ook van nu!

Wat vormt de achtergrond van racisme als ”een groep om raciale redenen minderwaardig behandelen of daarover vernederende uitspraken doen”? Mijns inziens niet zozeer biologische, maar geestelijke en cultuurverschillen.

Sinds de torenbouw van Babel is de mensheid uiteengegaan in diverse groepen die dezelfde taal spraken. De volkenlijsten (Genesis 11) laten zien dat die groepen in hoge mate op afstamming zijn gebaseerd. Tot op vandaag hebben veel samenlevingen en naties een tribaal karakter, zij zijn gebaseerd op stamverbanden. Stammen en volken worden geleid door geestelijke machten die door de God van Israël zijn toegewezen (Deuteronomium 4:19). De cultusrelatie met die machten hangt nauw samen met de taal van een stam en cultuur, waarvan techniek deel uitmaakt. Immers, in oorsprong is techniek, bijvoorbeeld ‘technieken’ van traditioneel-godsdienstige dokters, een manier om ons aardse bestaan te verbinden met de geestelijke wereld van wier zegen de mens zich afhankelijk wist.

Mensen van andere stammen doen ’vreemd’ aan, niet zozeer omdat ze er anders uitzien, maar omdat ze een andere taal spreken en met een andere geestelijke wereld zijn verbonden. In Nederland kan tot op vandaag een cultuurverschil worden ervaren, bijvoorbeeld tussen de Hollanders (Franken) en de Twentenaren (Saksen). Dat heeft niets met racisme te maken maar met etniciteit en de daarmee samenhangende cultuur.

Veel van wat nu als racisme wordt geïnterpreteerd, is mijns inziens gebaseerd op de ‘vreemdheid’ en het ongemak dat wordt ervaren in de ontmoeting met mensen van een andere cultuur. Die ervaring is voor veel mensen heel reëel; het heeft geen zin dat te ontkennen. Het is beter dit gegeven te erkennen en er goed mee om te gaan. Die ervaring mag uiteraard geen reden zijn voor het minderwaardig achten van die andere groep. Maar het onderkennen en benoemen van verschillen in een context waarin van ”hoger” of ”lager” geen sprake is, is nodig om ze constructief te hanteren.

Verzet tegen racisme in onze samenleving verdient steun. Binnen de ruimte die onze rechtsstaat biedt: gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden, bijvoorbeeld bij sollicitaties. Maar over de vraag wanneer er van ”gelijke gevallen” sprake is, is discussie mogelijk. Bijvoorbeeld, in hoeverre heeft iemand uit een heel andere cultuur, los van etniciteit, de vereiste competenties? En wat is nodig om die competenties te verwerven? Deze discussie moeten we in alle openheid en onderling respect voeren. En daarbij ook andere grondrechten betrekken, zoals de vrijheid van organisatie. Het komt mij voor dat niet alles wat discriminatie wordt genoemd ook werkelijk onderscheid is op onterechte gronden.

De auteur is emeritus bijzonder hoogleraar christelijke ethiek, WUR.