Column: Productief of destructief

"De regels en normen in de samenleving bepalen voor een deel hoe ondernemerschap gezien wordt. " beeld RD, Anton Dommerholt

Als je de pers mag geloven, zijn christelijke ondernemers regelmatig niet goed bezig. Althans, niet als het over ethiek gaat. De mannen van ChickFriend – „iedere zondag gaan ze naar de kerk” (NRC Handelsblad) – gebruikten een verboden middel om bloedluis te bestrijden. Bij Sinke Transport werd een werknemer vanwege een ”kerkrel” geslagen en ontslagen. Over de boekhoudkundige trucs bij Baan Company werd zelfs een bekroonde film gemaakt. Het geeft niet zo’n fraai beeld van christelijke, reformatorische ondernemers. Is dat terecht?

De pers blijkt vooral incidenten te beschrijven en niet het totale beeld. Onderzoek van medecolumnist Johan Graafland laat zien dat er bij leidinggevenden een verband is tussen intrinsieke religiositeit en aandacht voor ethische verantwoordelijkheid. Ander onderzoek laat zien dat juist christelijke ondernemers een sterker roepingsbesef hebben dan christelijke werknemers. Ook ervaren ze sterker dat ze een plicht hebben om iets goeds voor de samenleving te doen. Veel christelijke ondernemers die ik ken schromen niet om op een ruimhartige manier hun medemens te helpen.

Maar waar komt dan het beeld vandaan van ondernemers die de grenzen van het toelaatbare overgaan? Veel ondernemers hebben inderdaad wel de neiging om grenzen op te zoeken. Het hoort bij ondernemen. Nieuwe dingen doen die soms in de maatschappij nog niet aanvaard zijn. Grenzen verleggen. Je kunt altijd achteraf nog je excuses aanbieden. Destructie hoort erbij, zo zei de bekende econoom Joseph Schumpter. Echt nieuwe ideeën maken soms een eind aan bestaande, oude bedrijven. Denk aan Uber, dat de taximarkt voor een deel om zeep helpt.

Wetten en regels bepalen wat aanvaardbaar is en wat niet. Deze regels zijn niet in beton gegoten, ze veranderen na verloop van tijd. Historisch onderzoek laat zien dat daardoor ook de waardering voor ondernemerschap verandert. In de tijd van het Nieuwe Testament werden de incasso-ondernemers geminacht. De ‘tollenaars’ kochten het recht voor belastingheffing in een bepaald gebied, maar kregen daar weinig eer voor terug. Sowieso had ondernemerschap bij de Romeinen niet zo’n hoge status; handel was iets voor vrijgekochte slaven. Nee, je was pas echt succesvol als je in de politiek je geld verdiende.

Een paar geschiedschrijvers vertellen het verhaal van een uitvinder die onbreekbaar glas heeft ontdekt en naar keizer Tiberius komt om te vragen om een beloning. De keizer vraagt of iemand anders van de uitvinding afweet. Het antwoord is ontkennend en prompt geeft de keizer de opdracht om de man te onthoofden. Want, zo zegt te keizer, als dit glas in productie genomen zou worden, zou goud tot de prijs van modder vervallen. Afgezien van dat de Romeinen dit soort uitvindingen blijkbaar niet waardeerden, is het interessant om te zien dat de beste man voor een beloning naar de keizer ging, in plaats van naar een investeerder die de productie mogelijk zou kunnen maken.

Eeuwen later is er veel veranderd. In de middeleeuwen lijkt vooral de adel de rol van ondernemer te spelen, in het bouwen en verkopen van vastgoed zoals kastelen. En in de huidige tijd kan iedereen ondernemer zijn. Het is trouwens nog niet zo lang geleden dat ook in Nederland ondernemerschap gezien werd als haast iets crimineels. Een baan in loondienst zou beter zijn.

Inmiddels is die waardering veranderd en hebben ondernemers ook steeds meer status gekregen. Dat neemt niet weg dat de grens tussen aanvaard en niet geaccepteerd ondernemend gedrag soms maar dun is. Niet voor niets komt er af en toe een bekende ondernemer voor de rechter, denk aan ‘bedrijvendokters’ zoals Victor Müller en Joep van den Nieuwenhuyzen.

De regels en normen in de samenleving bepalen dus voor een deel hoe ondernemerschap gezien wordt. Het lijkt erop dat hoe minder waardering er voor ondernemerschap is, hoe minder productief het is. De ondernemers in de Romeinse tijd waren óf kleine handelaars –de ex-slaven– of corrupte politici. Veel goeds voor de maatschappij leverde dat niet op. Hetzelfde geldt voor de middeleeuwen, waar de ridders met hun militaire middelen hun ondernemerschap vormgaven. Voor een deel bepaalt de maatschappij dus zelf of ondernemerschap productief of destructief is.

Voor christelijke ondernemers zijn het niet alleen de algemeen aanvaarde regels en normen die bepalen of ze iets nuttigs opleveren. Ze hebben op hoger niveau verantwoording af te leggen. Uiteindelijk gaat het erom of de naaste en de naam van Christus ermee gediend worden.

Elco van Burg is consultant bij Lentera Papua in Indonesië en universitair hoofddocent ondernemerschap en organisatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.