Column: Ontwrichting

„De “Jokjakarta-principles” beogen onmiskenbaar de ontwrichting van de natuurlijke orde van man en vrouw, gezin en familie.” beeld iStock

Een van de kleine genoegens die ik als opa mijn kleinkinderen kan verschaffen, is dat ze mijn haar mogen ‘doen’. Dan wordt er van alles in stelling gebracht: kammen, borstels, spiegeltje en niet te vergeten: de sproeier (een soort plantenspuit). Onlangs was onze driejarige kleindochter er druk mee bezig. Opa’s haar werd natgemaakt en in de verkeerde richting gekamd. Alles werd gedaan wat bij zo’n operatie hoort. Opgewekt meldde ze op zeker moment: „Ik denk dat je meisje wordt.” Waarop opa direct in z’n politieke rol schoot en iets bromde van: „Tjonge, die genderideologie gaat maar door. Niks genderdiversiteit, genderexpressie, transgenderisme en zo. Ik ben een jongetje.”

Allemaal termen die haar gelukkig nog niets zeggen. Ze vatte het sportief op: „Denk dat ’t wel goed komt, hoor!” stelde ze opa gerust. En ze heeft nog gelijk ook.

Ondertussen is er in de visie op de verhouding tussen man en vrouw heel veel aan de hand. Die raakt niet alleen het personen-, familie- en erfrecht, maar ook de samenleving als geheel. Het huwelijk als levenslange verbintenis tussen man en vrouw en de ermee samenhangende positie van het gezin is al sinds de paarse kabinetten van zo’n 25 jaar geleden losgelaten.

Homo-‘huwelijk’ en adoptie door lesbische echtparen zijn gelegaliseerd, ”meerouderschap” lijkt een kwestie van tijd. Straks heeft een kind mogelijk vier moeders. Terwijl pubers soms al moe worden van één (meestal geheel ten onrechte overigens, zoals ze vaak later beseffen). Medische ontwikkelingen als in vitro fertilisatie, spermadonors en draagmoeders maken de verhoudingen nog complexer. Het aantal echtscheidingen is onrustbarend hoog. Met alle maatschappelijke kosten van dien. Maar ja, het gaat om de ”individuele ontplooiing” van betrokkenen...

En de positie van de kinderen? Tja, die zijn gewoon het kind van de rekening van de ”bulldozergeneratie van 1968”. In het laatste nummer van het tijdschrift Radix schetst Bas Hengstmengel een helder, maar deprimerend beeld van de ontwikkelingen.

Er is echter meer aan de hand. Het gaat niet alleen over de verhouding tussen man en vrouw. Ook het basale onderscheid tussen beide geslachten staat ter discussie. „Man en vrouw schiep Hij ze”, zegt het scheppingsverhaal. Jongen of meisje? Man of vrouw? ’t Is maar net hoe je dat beleeft. Dat onderscheid is slechts een ”sociale constructie”, zeggen moderne sociologen ons.

In 2019 werd een initiatiefvoorstel van D66, PvdA en GroenLinks aangenomen waardoor het verboden is om onderscheid te maken op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie. Als iemand dus het ene jaar zich als man presenteert en daarna ontdekt dat hij/zij vrouw is, dan heeft de werkgever of overheid dat maar te accepteren. Ook als zij/hij daarna concludeert tóch man te zijn.

De Duitse sociologe Gabriele Kuby heeft in ”De seksuele revolutie” messcherp geanalyseerd welke denkwereld en agenda er achter deze genderideologie zitten. Het is niet toevallig dat de homolobby COC zich de afgelopen jaren verbreed heeft tot een lobby voor de lhbti’ers (en dan mis ik ongetwijfeld nog enkele letters, maar dat overkomt zelfs hun pleitbezorgers). Lang niet alle betrokkenen weten zich overigens door de COC vertegenwoordigd, maar aangezien die club zwaar gesubsidieerd wordt, kan hij het luidst zijn stem laten horen.

In de aanloop naar elke verkiezing komt deze club steevast met een ”Roze stembusakkoord”. Dat wordt dan slaafs door alle ”progressieve” partijen omarmd. Ik vraag me af of die zich allemaal bewust zijn van het feit dat ze zich zo gewoon eraan verbinden om stapsgewijs uitvoering te geven aan de ”Jokjakarta-principles”. Die zijn onder het mom van mensenrechten in 2006 vastgesteld en in 2017 verder uitgebreid. Ze beogen onmiskenbaar de ontwrichting van de natuurlijke orde van man en vrouw, gezin en familie. Precies wat satan bedoelt.

Onze kleindochter beschikte in haar onschuld over de wijsheid van een kind toen ze zei: „Het komt wel goed.” Misschien moeten we eerst door de chaos heen. Maar desondanks loopt het de Heere niet uit de hand, welke trucs satan ook uithaalt om Zijn schepping te vernietigen en hoe dwaas de mens daar ook tegen rebelleert.

De auteur is lid van de SGP-Tweede Kamerfractie.