Column: Kracht in kwetsbaarheid

„Achter een krachtige verschijning kan een grote mate van kwetsbaarheid schuilgaan.” beeld iStock

Kwetsbaarheid intrigeert me. Al sinds ik als leerling-verpleegkundige in het ziekenhuis werkte, raken juist kwetsbare mensen mij het meest. Mensen bijvoorbeeld die met hersenletsel in het ziekenhuis werden opgenomen. Vaak zijn zij van het ene op het andere moment volledig afhankelijk van anderen door fysieke beperkingen, veranderingen in het denken, het geheugen, het gedrag en de persoonlijkheid en door emotionele gevolgen. Hun hele bestaan staat op zijn kop. En of ze nu willen of niet, ze moeten hun hele leven opnieuw vormgeven in een heel nieuwe werkelijkheid.

Kwetsbaarheid is een veelgebruikt begrip. Allerlei groepen mensen worden als kwetsbaar beschouwd, zoals pasgeborenen, chronisch zieke kinderen, mensen met een mentale beperking, bewoners van zorginstellingen, thuiswonende hoogbejaarde ouderen. Maar ook mensen met een laag inkomen, werklozen, etnische minderheden, vluchtelingen en dak- en thuislozen. En zonder twijfel is deze opsomming niet volledig. Denk alleen maar aan de berichten over groepen mensen die extra hard getroffen worden door de coronacrisis. Groepen die voorheen niet als kwetsbaar werden gekwalificeerd, blijken het nu wel te zijn. Adolescenten die veel vaker dan voorheen lijden aan somberheid en stemmingsstoornissen. Zzp’ers die weinig of geen sociaal vangnet hebben en daardoor bij verlies van werk en inkomen extra hard geraakt worden.

Tegelijk geeft deze lange opsomming een onbehaaglijk gevoel. Als je er kritisch naar kijkt, krijg je de indruk dat alleen helder denkende, geletterde, zelfredzame volwassenen met een goede opleiding en een gegarandeerd inkomen niet kwetsbaar zijn. Maar is dat terecht? Zou er bij hen ook niet sprake kunnen zijn van kwetsbaarheid? En is iemand die tot een eerdergenoemde groep gerekend wordt altijd kwetsbaar?

In de wetenschappelijke literatuur is het debat hierover al een tijdje gaande. Meer en meer wordt afstand gedaan van de opvatting dat kwetsbaarheid een set van eigenschappen is die een bepaalde groep kenmerken. In plaats daarvan wordt kwetsbaarheid gezien als iets waarvan sprake is wanneer er meerdere, elkaar versterkende omstandigheden tegelijkertijd optreden, wat individuele mensen kwetsbaar maakt voor ziekte of andere vormen van lijden.

Deze zienswijze doet veel meer recht aan de uniciteit van mensen. Ze legt de nadruk op de omstandigheden waarin zij kunnen verkeren, niet op de groep waartoe zij gerekend worden. Op deze manier wordt iemand met bijvoorbeeld aangeboren lichamelijke beperkingen niet vanzelfsprekend als kwetsbaar beschouwd, maar kan hij als een krachtig persoon worden gezien en erkend. Tegelijkertijd biedt deze zienswijze ruimte voor de mogelijkheid dat een ogenschijnlijk krachtige, zelfredzame volwassene in omstandigheden kan verkeren die deze persoon kwetsbaar maken voor lijden.

Toch blijft hiermee nog één aspect onderbelicht. Kwetsbaarheid en kracht sluiten elkaar niet vanzelfsprekend uit. Achter een krachtige verschijning kan een grote mate van kwetsbaarheid schuilgaan. Het wordt echter vaak niet opgemerkt omdat de krachtige verschijning alle aandacht trekt. En andersom is evenzeer waar. Ogenschijnlijk kwetsbare mensen hebben ook kracht in zich. Maar omdat alle aandacht uitgaat naar de kwetsbaarheid, wordt dat niet opgemerkt. De grote kunst blijft oog te hebben voor de eigenheid van mensen in hun kwetsbaarheid én in hun kracht.

Ik denk terug aan een man bij mij op de afdeling. Door een beroerte was hij aan de rechterkant van zijn lichaam verlamd. Ook had hij een afasie waardoor hij niet kon praten. Hij wist wel wat hij wilde zeggen, maar had de woorden niet tot zijn beschikking om te zeggen wat hij wilde zeggen. Op een dag legde hij zijn hand op tafel en liet hij me zien dat hij zijn wijsvinger weer een paar centimeter van het tafelblad kon optillen. En in de grote blijheid van het moment ontvielen hem spontaan de woorden: „Kijk, hij doet het!” Het waren de enige echt verstaanbare woorden van die dag, maar toch. Nog zie ik zijn blijdschap en hoe deze op het oog kleine successen hem moed gaven om verder te gaan in de intensieve revalidatie die hij nog voor de boeg had. Kracht in kwetsbaarheid. Als we er maar oog voor hebben.

De auteur is universitair hoofddocent bij de afdeling Verplegingswetenschap van het UMC Utrecht.