Column (Jan van Klinken): Dubbel

beeld Lex van Lieshout

Vaag herinner ik me nog de eerste biowinkels. Binnen lagen verschrompelde bietjes en zieltogende komkommers, buiten op het raam hingen posters voor de vrede, tegen kernwapens en over avonden voor lesbiennes. Achter de toonbank stond een man met een paardenstaart en een ziekenfondsbril, geitenwollen sokken en sandalen. Naarmate het actiewezen ineenschrompelde, verdwenen de biologische winkels. Het leek een tijdelijk verschijnsel, een modegril met linkse uitstulpingen.

Tegen alle verwachtingen in hebben de bioshops een sterke comeback gemaakt. Dat proces is razendsnel verlopen. In het kielzog van het groeiende milieubewustzijn kwam een nieuwe generatie biologische winkels tot bloei. Vandaag de dag zijn ze een vaste verschijning. Er zijn zelfs levensvatbare ketens uit de grond gestampt, waarvan Ekoplaza de bekendste is.

Intussen worden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de claims die aan biologische producten worden verbonden. Zijn ze eigenlijk wel beter voor het milieu en voor onze gezondheid? In de wetenschappelijke wereld is men daar onderhand wel uit. Ze zouden helemaal niet beter zijn voor het milieu en ook niet voor ons lichamelijk welbevinden, is de heersende gedachte.

Enkele maanden geleden liet het AD de Belgische ecoloog en milieuactivist Stijn Bruers aan het woord. Je zou kunnen zeggen dat hij van onverdachten huize komt. Hij voerde actie voor Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds. Hij werkt nu als onderzoeker bij een milieuorganisatie. Bruers analyseerde tal van onderzoeken en kwam tot de onthutsende conclusie dat er te weinig wetenschappelijk bewijs bestaat dat biologisch beter is.

Nu komt er ook nog de fipronil-affaire bij, die aan het licht bracht dat er zelfs besmette biologische eieren in omloop waren. Toch kan dat alles niet verhinderen dat de markt van biologische producten booming is. De omzet in Nederland ligt inmiddels boven de 1 miljard euro per jaar. Verspild geld? Of zou het allemaal toch wat minder zwart-wit liggen?

Wat ik in ieder geval een veeg teken vind, is dat op Wikipedia al meer dan tien jaar de volgende formulering over de ziekte van Parkinson voorkomt: „Mensen die werken en wonen in bepaalde agrarische gebieden, hebben een sterk verhoogd risico om de ziekte te ontwikkelen.” Het bespuiten van gewassen wordt als boosdoener gezien.

Nog zoiets. Pas bleek de kwaliteit van het mannelijk zaad sterk achteruit te zijn gegaan. Als een van de oorzaken werden pesticiden genoemd. Dat geeft toch te denken, nietwaar?

Uit de eerste hand hoorde ik eens van een prominente hoogleraar dat hij als wetenschapper niets zag in biologische producten, maar dat zijn vrouw ze wel in huis haalde. Hij wilde dat graag zo laten.

Nogal dubbel. Maar ik kan de man helemaal volgen.