Column: Het groene gevaar

„Een beetje groene kerk heeft vandaag de dag zonnepanelen op de daken.” beeld ANP, Koen van Weel

Stap zondag een willekeurige kerk binnen en de kans is groot dat het groen is wat de klok slaat. In rooms-katholieke kerken en in veel protestantse kerken eerbiedigt men de traditie van liturgische kleuren. Het gewaad van de priester, de stola van de predikant en de bekleding van het altaar, de avondmaalstafel en de lessenaar; ze geven letterlijk kleur aan waar het op bepaalde dagen in de kerk om draait.

Het kerkelijk jaar door variëren de kleuren: paars, wit, groen, rood en soms zelfs roze. Zo kleuren gewaden en kleden in de adventstijd paars en tijdens het kerstfeest en het paasfeest wit. De kleur die deze zomer- en herfstmaanden wordt (uit)gedragen, is groen. Kerkelijk gezien leven we momenteel in het zogenaamde ”tempus per annum”, de ”tijd door het jaar heen”, de tijd buiten in dit geval Pinksteren en advent.

Onlangs voerde de bus mij langs zo’n protestantse kerk waar wordt gewerkt met liturgische kleuren. ”Groene kerk” stond er op een bordje aan de gevel. Zou men het bordje op gezette tijden inruilen voor een andere, vroeg ik mij af. Bij nader inzien bleek het groen betrekking te hebben op de duurzame ambities van deze gemeente. Kerken die zich aansluiten bij de GroeneKerkenactie en zich aantoonbaar inzetten voor milieu en klimaat ontvangen het GroeneKerkenbordje. Het is volgens de bijbehorende website niet nodig om al volledig duurzaam te zijn. Laten zien dat je op weg bent, volstaat.

Een kaart toont ons zeker honderd kerken in Nederland die zo’n bordje moeten hebben hangen. Zelf had ik er nog nooit een gezien. De GroeneKerkenactie wil kerken helpen „een zichtbare, positieve rol te spelen bij de noodzakelijke maatschappelijke transitie om de slechte gevolgen van onze huidige levensstijl (klimaatproblematiek, uitputting van grondstoffen, aantasting van de waardigheid van mens en dier, afnemende biodiversiteit) te niet te doen.”

De GroeneKerkenactie staat uiteraard niet op zichzelf. Wat ooit met het schenken van fairtradekoffie na de dienst begon, is uitgegroeid tot een heuse kerkelijke duurzaamheidsgolf. Groen geloven gaat tegenwoordig verder dan dubbelglas en groene energie. Een beetje groene kerk heeft vandaag de dag zonnepanelen op de daken (al dan niet in een kruisvorm), spaarlampen in de elektrische kroonluchters en een kerktuin met aandacht voor biodiversiteit. Er kan zelfs milieuvriendelijk worden begraven en schoongemaakt in en rond het kerkgebouw en je kunt verantwoord bloemschikken. Een groene kerk neemt de oproep tot rentmeesterschap en sociale gerechtigheid serieus en bespaart, als prettige bijkomstigheid, ook nog eens geld.

De aandacht in kerken voor duurzaamheid en klimaat is een goede zaak. Een verantwoorde levensstijl past elke christen en hetzelfde gaat uiteraard op voor een gemeenschap van christenen die samenkomt in een kerk. Slogans zoals ”groene kerk” zinnen me echter niet en bordjes met ”wij zijn een groene kerk” al helemaal niet. Ze stuiten me zelfs tegen de borst.

Een van de speerpunten in het beleidsplan Kerk 2025 van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) was ”back to basics”. Teruggaan naar de basis kan in de PKN geen kwaad en ook andere kerkgenootschappen in Nederland zouden er goed aan doen. Maar wat is die basis? Wat is het wezen van de kerk? Een column leent zich slecht voor dit soort grote vragen, maar ik zou zeggen: de kerk is een gemeenschap van mensen die niet meer behoren tot deze wereld en zich het eigendom van Christus weten. Van hen die samen het brood breken en de wijn drinken en de lofzang gaande houden. Van hen ook die omzien naar de behoeftigen en (in de hedendaagse context zeker ook) de schepping, die zucht onder onze levensstijl.

Van de eerste christenen staat in het Bijbelboek Handelingen der Apostelen geschreven dat ze in de gunst stonden van het hele volk. Niet omdat ze het van de daken schreeuwden dat ze een leven in eenvoud en mededeelzaamheid leidden, maar omdat ze hun geloof vreugdevol handen en voeten gaven.

Het gevaar van ”groene kerk”-leuzen is dat ze van de kerk van Christus in de ogen van binnen- en buitenstaanders een maatschappelijke organisatie maken. De kerk is niet groen, maar doet groen. En wel omdat rentmeesterschap een vanzelfsprekende roeping is, niet omdat het goede reclame is voor de duurzaamheidstransitie of de kerk zelf. GroeneKerkenacties die gemeenten helpen om aan deze roeping te gehoorzamen, zijn toe te juichen. Maar laten we die activistische ”groene kerk”-bordjes alstublieft achterwege laten.

Dr. J. W. Hengstmengel is werkzaam aan de Tilburg School of Catholic Theology. Zijn onderzoek richt zich op de verhouding tussen theologie en economie. Reageren? rubriekforum@refdag.nl