Column (ds. J. Belder): Eerbied in kerk soms ver te zoeken

„Eerbied in de kerk heeft alles te maken met een diep besef van Gods grootheid.” Foto: kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Eindhoven. beeld RD, Anton Dommerholt

Mijn collega voorspelde een eigentijds psalmenoproer. Hij was onze gast en moest meemaken dat de jonge dominee in opperste verontwaardiging en jeugdige overmoed zijn gemeente het zwijgen oplegde. Midden in Psalm 51, gezongen in twee tempi. De gewijde ruimte vulde zich met weinig oorstrelende klanken. Dominee maande de organist tot stoppen, wat hij ook braaf deed. Halverwege een regel. „Opnieuw”, brieste de boze dominee, „en nu allemaal in de pas én eerbiedig.” Het psalmenoproer bleef uit, wel regende het dagenlang complimenten aan de pastorie. De jagers maakten de toepassing op de trekkers en de trekkers op de jagers.

Ik moest er weer aan denken bij het lezen van het grote Lutherboek van dr. Selderhuis. De kortlontige hervormer rende eens boos de kerk uit. Het slordig zingen, hoesten en slapen van zijn kudde werd hem te machtig.

Ook dat laatste kan een dominee tot wanhoop brengen. Zijn mijn preken slaappoeders? Ik geloof dat er vroeger meer dan nu geslapen werd. Ooit brak ik mijn preek af, tot in m’n haarvezels geïrriteerd door de slapers. Bevonden we ons op „de betoverde grond” uit Bunyans ”Christenreis”? „Kerkbanken zijn geen slaapbanken!” Tien minuten later stond de gemeente buiten. Verbaasd en verward. ’s Middags was ze er weer. De slapers waren even genezen van hun kwaal. En dominee overleefde zijn driftbui. Over leraarlievend gesproken…

Vandaag zijn we klaarwakker. Nu echter lijkt een toenemend aantal plaatsen op een ontembare kakelende kippenkooi. Voor, maar ook tijdens de dienst. Voor liturgen is collecteren tijdens het zingen een gruwel. Wat mij betreft: alles liever dan een ingelaste bijpraatpauze.

Over zaken die God verboden noch geboden had, maakte Luther zich niet druk, weet Volkmar Joestel in ”Martin Luther: Rebell und Reformator”. Dus waarom zouden we voor de dienst niet met elkaar praten? aldus Abraham Kuyper. Maar vriendelijk groeten is nog wel iets anders dan een koe verhandelen. Dr. Oepke Noordmans onderscheidde tussen kleine en grote traditie. Met de kleine maken we tegenwoordig korte metten. Laten we dat dan ook doen met de slechte gewoonte van kletsen en luidruchtig hoesten en niezen. Dat laatste vooral onder gebed en preek.

Grote rooms-katholieke kerken kenden vroeger ordebewakers gewapend met een sjerp waarop stond: ”Eerbied in Gods huis”. Dat zoiets nodig is! Eerbied heeft alles te maken met een diep besef van Gods grootheid.

Misschien liggen er nog ergens wat van die roomse sjerpen. Wordt het tijd om ze onze collectanten om te binden? Of de koster?