Boeren moeten investeringen kunnen terugverdienen

„In Nederland is wereldwijd gezien het meest gevarieerde, gezonde, betaalbare en voedselrijke dieet te verkrijgen.” beeld ANP, Lex van Lieshout

We hebben een landbouwsysteem nodig dat niet alleen ecologisch, maar ook sociaal en economisch vol te houden is, betogen Hans Huijbers en Carla Dik-Faber.

Kortgeleden vierden kerken dankdag. Een dag om dankbaar te zijn voor het eten op ons bord. Deze dankdag voor gewas en arbeid is een overblijfsel uit de middeleeuwen. En het contrast met de samenleving van vandaag is groot: we hebben in de supermarkt keuze te over en komen nooit iets tekort, waarom zouden we er dan zo uitgebreid bij stilstaan? Beseffen we eigenlijk nog wel waar ons eten vandaan komt? En hoeveel moeite het kost om voedsel te produceren?

Deze week debatteerde de Tweede Kamer over de landbouwbegroting. Het is helemaal niet zo vanzelfsprekend dat we dagelijks voorzien worden van brood, melk, groente, vlees of vis. „Mensen die zich kapotwerken om ons van voedsel te voorzien, gaan dood in stilte”, schreef Sylvain Ephimenco (Trouw 10-10). Hij schetste hoe boeren zich de zondebokken voelen van een samenleving die hen ziet „door het prisma van milieuvervuiling en dierenwelzijn.”

De kritiek op boeren is heftiger dan ooit. En dat terwijl in ons land wereldwijd gezien „het meest gevarieerde, gezonde, betaalbare en voedselrijke dieet” te krijgen is. Aldus de voedselranglijst van Oxfam Novib.

Koploper in de wereld

De afgelopen decennia is er veel veranderd, ten goede: ons voedsel is veiliger geworden, de impact op het milieu is aanzienlijk verminderd en het dierenwelzijn is sterk verbeterd, met steeds meer aandacht voor natuurlijk gedrag van dieren.

Dat is niet vanzelf gegaan. Ja, er was regelgeving vanuit de overheid, maar vooral waren er boeren die hier de schouders onder zetten. Iedere dag weer wordt er door boeren en tuinders hard gewerkt voor „ons dagelijks brood.” Dat verdient onze lof en waardering. Onze boeren doen het beter dan hun collega’s in de rest van de wereld, op het vlak van duurzaamheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Kan het beter? Ja. En het moet ook beter. Maar boeren moeten hun investeringen wel kunnen terugverdienen in de markt. Een initiatief zoals Kipster (eierproductie op een dier- en milieuvriendelijke manier) verdient lof.

Natuurinclusief

Een term die je steeds vaker hoort is ”natuurinclusieve landbouw”. Dat klinkt goed, maar wat wordt ermee bedoeld? Verschillende groepen geven hier een eigen uitleg aan. Zo zijn er de boeren die elke dag werken met dieren, grond, gewassen (kortom: met natuurlijk kapitaal) om ons van voedsel te voorzien. Als ze hier niet goed voor zorgen, hebben ze onrust in de stal of putten ze de bodem uit.

Hiertegenover staan milieuorganisaties en een aantal politieke partijen waarbij het vooral lijkt te gaan over natuur, terwijl natuurinclusieve landbouw moet gaan over landbouw. Over een manier van voedsel produceren die bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, waar het natuurvraagstuk er zeker één van is.

Te veel ”natuurinclusief” klinkt als ”boerexclusief”. Dat kan niet de bedoeling zijn. We hebben een landbouwsysteem nodig dat niet alleen ecologisch, maar ook sociaal en economisch vol te houden is. Landbouw die vol te houden is, gaat over een landbouwpraktijk die goed en veilig voedsel oplevert, die het milieu ontlast en leidt tot verbetering van de biodiversiteit op het boerenland.

Klimaatverandering zet de voedselproductie onder druk door extremere weersomstandigheden. Boeren kunnen bijdragen aan de oplossing door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zelfs koolstof in de landbouwgrond vast te leggen.

Landbouw die vol te houden is, gaat óók over een goed inkomen voor de boer en de toekomst van de agrarische gezinsbedrijven in Nederland. Over betere mogelijkheden voor jonge boeren om het bedrijf over te nemen van hun ouders, omdat slechts 40 procent van de agrarische bedrijven een bedrijfsopvolger heeft. Zonder jonge boeren en een toekomst voor de landbouw in ons land is ”natuurinclusief” alleen nog maar een theoretisch fenomeen.

Slim en duurzaam

Boer of tuinder zijn is niet alleen een mooi vak. Het is een bijzondere vorm van ondernemerschap, verbonden met identiteit en traditie, uitgedrukt in verbondenheid met de grond, de omgeving en de natuur. Boeren en tuinders willen verbonden zijn met de gemeenschap en werken aan een voedselproductie die is gebaseerd op een circulair systeem, waarmee we een van de slimste en duurzaamste agrofoodregio’s in Europa worden. Als verzorger van planten en dieren.

Boeren willen blijven bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Zoals voedselzekerheid, gezondheid, klimaat en een vitaal platteland. Laten we daar dankbaar voor zijn en daar samen aan werken.

Hans Huijbers is voorzitter van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO), Carla Dik-Faber is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie.