Bestaansrecht scholen ligt in relatie met ouders

Theologenblog
Een school is nauw verbonden aan overheid en achterban. Daarom moet er met beide een hechte relatie zijn. Foto: onderwijsminister Slob spreekt leerlingen van een praktijkschool. beeld ANP, Robin Utrecht

Niet een individualistischer koers, maar meer gemeenschapszin en samenwerking moet het antwoord van scholen zijn op een pluriforme achterban. Een school die ouderwensen niet honoreert, ondergraaft haar bestaansrecht.

Het bestaansrecht van reformatorische scholen is in het geding, stelt dr. Bram Kunz (RD 7-9), omdat behalve de samenleving ook gezinnen en kerken in rap tempo veranderen. De spanning die hij schetst, is herkenbaar. Dat geldt ook voor de constatering dat de verdeeldheid in de gereformeerde gezindte toeneemt en het reformatorisch onderwijs maatschappelijk gezien niet langer vanzelfsprekend is.

2019-09-07-katZA1-Toegespitst_Driestar-6-FC-V_webRelevantie orthodoxe school in het geding

In reactie op deze ontwikkelingen bepleit Kunz een „update van de onderwijsfilosofie achter Driestar”: meer dan vroeger moet de school zelf positie kiezen. Die denklijn deel ik niet. Niet een individualistischer koers, maar juist meer gemeenschapszin en samenwerking moet het antwoord zijn op de gesignaleerde spanningen. Als de druk vanuit de buitenwereld groeit, moeten scholen, ouders en kerken zich niet tegen elkaar uit laten spelen, maar elkaar juist versterken.

De school, zeg ik Kunz na, is een instituut dat een eigen verantwoordelijkheid draagt en verantwoording schuldig is aan onder meer de onderwijsinspectie. Maar een school is meer dan een autonoom instituut: zij is nauw verbonden aan overheid en achterban. Daarom moet er met beide een hechte relatie zijn: aan allebei legt de school verantwoording af en voor allebei is zij transparant over gemaakte keuzes.

De legitimatie van de vrijheid van onderwijs, zei de voormalige onderwijsminister Van Bijsterveldt, is immers gelegen in de relatie tussen de ouders en de school. Dus als de koers van de school niet spoort met de wensen van de ouders, ondergraaft de school haar bestaansrecht.

In contact blijven

Die hechte relatie met kerken en ouders is bij uitstek bepalend voor het karakter van een reformatorische school, naast de identiteit. In de derde vraag van het doopformulier wordt een belangrijke koppeling gelegd tussen de opvoedkundige opdracht van de ouders en het onderwijs dat op de school moet worden gegeven. Alleen al dit maakt het onmogelijk dat de school een volledig autonome positie kan innemen.

Natuurlijk is het spannend voor een school om positie te kiezen als er samengewerkt moet worden met meerdere kerken, als er uiteenlopende opvattingen zijn over bijvoorbeeld Bijbelvertalingen en ook als de ouderpopulatie pluriformer wordt. Toch meen ik dat de school in dit spanningsveld niet voor een vlucht naar voren moet kiezen, door een autonome positie te markeren, maar juist meer moet investeren in het contact met ouders en kerken. Het is belangrijk als de school rekenschap geeft van haar wortels, van de idealen en intenties van de oprichters én die in gezamenlijkheid ook doorvertaalt naar het heden.

Inderdaad moet een school zich niet laten gijzelen, zoals Kunz schrijft. Daar waar de school met een interkerkelijke achterban van doen heeft, moet ze uiteindelijk eigen keuzes maken. Maar dat laat onverlet dat de school in nauwe verbinding moet blijven met de ouders en kerken. Want als zij de scholen niet meer dragen, waarom hebben we die dan nog?

Ootmoedig

Tegelijkertijd mag de school van ouders en kerken hartelijke loyaliteit en steun verwachten, juist in gevoelige discussies. Het past ons toch om verdraagzaam te zijn jegens elkaar als het gaat over middelmatige zaken en elkaar een zekere vrijheid te gunnen en anderen te respecteren?

De vrijheid van onderwijs heeft de keerzijde dat, als ouders zich niet herkennen in het beleid van de school, het hun vrij staat een andere school te kiezen. Er zijn dus ook grenzen aan de wensen van ouders, zeker als dit een steeds pluriformer gezelschap wordt.

De lijn van Kuijt moeten we daarom vasthouden: de school is er ten dienste van het gezin, de kerk én de veranderende samenleving. Het is een toebetrouwd pand dat we, in gezamenlijkheid, getrouw moeten bewaren.

Deze verantwoordelijkheid serieus nemen, betekent ook dat we als ouder, school en kerk onze plaats weten, de juiste houding en toon kiezen en ootmoedig zijn. Dat we voor en met elkaar de Heere dagelijks bidden om de school te bewaren bij haar taak en om de kinderen en jongeren te vormen vanuit Schrift en belijdenis. Wij kunnen dat immers niet in eigen kracht.

De auteur is bestuurder van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Dr. Kunz reageert op dit artikel in zijn bijdrage ”Scholen moeten middenpositie benutten”.

2019-09-24-OPN1-Onderwijs__dr._Kunz_-4-FC-V_webScholen moeten hun middenpositie benutten