Apatheïsten verder weg dan atheïsten

„Grote groepen mensen maken zich niet druk meer over de vraag of God al dan niet bestaat.” Foto: winkelend publiek in New York. beeld EPA, Alba Vigaray

Of God nu wel of niet bestaat. Voor de moderne apatheïsten is dat volstrekt irrelevant. Gelovige christenen hebben van deze mensen weinig last. De apatheïst zegt: gun ieder zijn hobby, de een gaat op zondagmorgen vissen, de ander naar de kerk. Voor evangelisten is het gesprek met apatheïsten echter nog lastiger dan discussiëren met fanatieke atheïsten.

Jaren geleden zei de Duitse evangelist Wolfgang Bühne al: „Het valt niet mee om met een godloochenaar over God en Jezus Christus te spreken. Zodra een van die twee namen valt, barst meestal een vulkaan van ontkenningen, spotternijen en vloeken uit. En toch weet ik dat ik met mijn boodschap raak geschoten heb. De atheïst voelt dan dat ik gelijk heb, maar hij verzet zich. Maar er zijn ook mensen die je onaandoenlijk aankijken. Zo van: „Man, wat maakt het uit of God nu wel of niet bestaat. Die raak je niet.”

Drie groepen

Als het om het geloof in God gaat, was er vanouds een klassieke verdeling in drie groepen: theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een god is), atheïsten (zij die ontkennen dat er een god bestaat) en agnosten (mensen die stellen dat er te weinig bewijs is om aan te tonen dat God er is, maar dat er ook te weinig argumenten zijn om vast te stellen dat Hij er niet is).

Tegenwoordig wordt daar soms een vierde categorie aan toegevoegd: apatheïsten. Dat is de groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Wie met hen een gesprek over het geloof in God wil beginnen, stuit op een muur van totale onverschilligheid.

De Amerikaanse theoloog Kyle Beshears, predikant van een onafhankelijke gemeente in de Amerikaanse staat Alabama en bekend christelijk apologeet, publiceert komende maand een boek over dit apatheïsme. Hij constateert daarin dat deze beweging in rap tempo groeit. „Voorheen was er sprake van een afkeer van het christelijk geloof, vooral bij mensen die gebroken hadden met hun christelijke opvoeding. Thans constateer je bij velen een volstrekte apathie als het gaat om het geloof. Of God nu wel of niet bestaat, achten deze mensen niet de moeite van het bespreken waard. Dit zijn de moderne onbereikten.”

Van belang is volgens Beshear het verschil tussen atheïsme en apatheïsme te onderkennen. De atheïst maakt zich druk om het bestaan van God. Dat wil hij met kracht ontkennen. De apatheïst negeert die vraag. De atheïst minacht het geloof in God, de apatheïst negeert dat geloof. „Dat is nog erger.”

Seculier

Beshears noemt het apatheïsme typerend voor onze moderne tijd. „Het is moeilijk voor te stellen dat iemand vijf eeuwen geleden deze levensvisie had. Toen domineerden vragen rond Gods voorzienigheid, aangaande de noodzaak van verlossing en over de morele plichten van mensen. Iedereen stelde deze vragen, want iedereen besefte dat de zin en het doel van het leven uiteindelijk waren: dienst aan God en aan de naaste. Het christelijk geloof bood toen antwoorden op alle levensvragen.”

Maar de westerse samenleving is fundamenteel veranderd. „Cultuur en maatschappij hebben zich losgemaakt van het geloof. Deze scheiding leidde tot allerlei vragen. Eerst was er de vraag of God wel of niet betrokken is bij ons leven. Dat was het deïsme. Toen kwam de kwestie of we God kunnen kennen. Dat was het agnosticisme. Ten slotte kwam het atheïsme, dat ter discussie stelt of Hij wel bestaat. Dat leidde uiteindelijk tot de ontkenning van Zijn bestaan. Nu zijn we zover dat grote groepen mensen zich over het laatste ook niet meer druk maken.”

De moderne mens is seculier, concludeert Beshear. „Mensen leven zonder God. Hebben Hem ook niet nodig, noch voor hun eigen leven, noch voor het regelen van de samenleving door zich te beroepen op Zijn geboden, noch als verklaringsmodel voor onopgeloste vragen en verschijnselen. Vroeger was bijvoorbeeld onweer de stem van God, nu is het een verschijnsel dat we wetenschappelijk kunnen verklaren. Zo is God uitgerangeerd. Hij is geen verklaring meer voor lastige problemen; Hij is ook geen schuilplaats meer als het tegenzit, als men bang is of vastloopt.”

Jarenlang onbewogen

Uit recent Amerikaans onderzoek van Baylor University blijkt dat dit apatheïsme geen halt houdt bij de kerkmuren. Ook binnen de kerken zijn er grote groepen apatheïsten. Onderzoeker Thomas Kidd constateert dat bij kerkgangers het ”praktisch apatheïsme” snel toeneemt. „Mensen gaan dan nog wel naar de kerk, omdat het zo hoort of omdat het hun een prettig gevoel van saamhorigheid geeft, maar niet omdat ze God nodig hebben in hun leven. Alles is perfect geregeld. De prediking zien zij niet meer als Gods spreken tot mensen, maar als een interessant, inspirerend praatje.”

Kidd ziet deze ontwikkeling niet alleen binnen kerken die meedeinen op de golven van de moderniteit, maar ook binnen Bijbelgetrouwe kerken. „Daar zitten ook mensen jarenlang onbewogen. De verkondiging van het oordeel raakt hen niet; de verkondiging van het heil ook niet. Ze willen hooguit een ”goed woord” waar ze de week mee in kunnen.”

Rust en zekerheid

Hoe deze ongeïnteresseerde mensen te bereiken? Beide Amerikaanse onderzoekers stellen dat dit menselijk gesproken een bijna onmogelijke opgave is. „Ga geen debat aan. Daarbij haken ze snel af. Discussies met atheïsten zijn nog enigszins zinvol, met apatheïsten totaal niet. Ga je als kerk ook niet in boodschap of liturgie aanpassen. Dat werkt contraproductief. Wat onderscheidt je als kerk en christen dan nog van de wereld”, zegt Kidd. „Toon vooral de meerwaarde van het geloof in God. En spreek vooral positief over het geloof. Elke gelovige kent strijd en moeiten. Maar de Heere Jezus zegt dat we die binnenskamers moeten houden. Het gaat erom de totaal ongeïnteresseerde medemens te tonen dat het geloof in en de dienst aan God mensen geestelijk verrijkt en innerlijke rust en zekerheid geeft. En vooral: toon het geloof in je werken, in je gedrag.”

Beshear sluit daarbij aan: „De apatheïst denkt alles goed geregeld te hebben. Maar hij weet dat zijn zekerheid en zijn veiligheid fragiel zijn. Dat geeft hem latente onrust. Juist op dat punt zal de christen moeten aanhaken en laten zien dat er een betere weg is.”

Is apatheïsme alleen een Amerikaans probleem? Zeker niet. Doet het binnenkerkelijke apatheïsme zich alleen voor bij kerken waar het Schriftgezag ter discussie staat? Bepaald niet. Komt het ook voor bij reformatorische kerken? Helaas wel.