Adventskalender en adventsverwachting

De aanduiding advent komt van het Latijnse woord ”adventus”, dat komst betekent. beeld iStock

Een dag of drie geleden. Een dikke stapel reclamedrukwerk ploft op de deurmat. Keurig in plastic geseald. Daartussen een kleurige folder. ”Alstublieft, uw adventskalender.” Met de groeten van de Nationale Postcode Loterij. Dat ziet er verleidelijk uit, zeg. Er blijkt niet minder dan 53,9 miljoen te verdelen, zo schreeuwt het opschrift de lezer toe. De geadresseerde, in dit geval mijn vrouw en ik dus, maakt grote kans daarvan een deel in handen te krijgen, zo laat men ons geloven. „Speel mee en ontvang gegarandeerd een bedrag!” Van de kalender is nog te zeggen dat een fraai winters tafereel is afgedrukt. Laten we zeggen: in de kerstsfeer. Op de folder kunnen 23 luikjes worden opengetrokken. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik dat ook snel gedaan. Aantrekkelijke prijzen werden zichtbaar. Je zou denken, een mens is wel mal als-ie niet meedoet...

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik met het fenomeen ”adventskalender” in het geheel niet bekend was. Totdat een enkele dag geleden iemand me erop wees. Het blijkt een traditie te zijn die al uit de 19e eeuw stamt en met name afkomstig is uit Duitsland en Oostenrijk. Raadpleging van Wikipedia vertelde me er meer van. Die kalenders bevatten inderdaad venstertjes, voor elke dag één. Als ze worden geopend, komen er geschenkjes te voorschijn, voor de kinderen chocola of een andere lekkernij. Er zijn ook kalenders die zich op de volwassenen richten. De meer serieuze zijn voorzien van spreuken of foto’s. Zo gaat het op het kerstfeest aan, elke dag een stapje dichterbij.

Ik heb me laten vertellen dat er kerken zijn die elke week een zogenaamde adventskaars aansteken. De eerste kaars wordt doorgaans de vierde zondag vóór kerstfeest ontstoken. Vervolgens wordt er elke volgende zondag een bijkomende kaars aangestoken. Dit tot ze alle vier branden op de zondag vóór het kerstfeest. Ook dat gebruik ken ik niet zo uit eigen praktijk.

Al deze huiselijke en kerkelijke ceremoniën hebben weinig uit te staan met de echte adventsverwachting, dunkt me. En wel het minst de commerciële loterijvariant. Ondertussen is het wel de vraag wat adventsverwachting eigenlijk is. Zoals bekend, komt de aanduiding advent van het Latijnse woord ”adventus”, dat komst betekent. Natuurlijk wordt daar de komst van de Zoon van God naar deze wereld mee bedoeld. De geboorte van het Kind van Bethlehem. Gods gave van de Zaligmaker aan deze verloren wereld. Dat grote heilsfeit heeft inmiddels plaatsgevonden, in de volheid van de tijd. „Daar is uit ’s werelds duist’re wolken, een Licht der lichten opgegaan...” Maar kan er dan nu nog sprake zijn van adventsverwachting?

Eerder op de avond waarop ik deze regels schrijf, was ik te gast in een instelling die bewoners met een psychiatrische diagnose begeleidt. Het thema van de Bijbelstudie was: advent. We kwamen terecht bij een kleine geschiedenis in de Bijbel. Een weduwe in nood klampt de profeet Elisa aan. „Wat zal ik u doen?” vraagt de profeet. Hij geeft haar een opdracht: verzamel zoveel mogelijk potten en schalen, en zet het hele huis ermee vol. Eén vereiste: ze moeten leeg zijn. Zo staan ze daar, een verzameling lege monden, ten hemel geheven. Maar de belofte geldt: „Opent uwe mond. Al wat u ontbreekt, schenk Ik mild en overvloedig!” Zou dat geen adventsverwachting zijn? Wat leeg is, wil Hij vervullen met Zichzelf. „O kom, o kom, Immanuël!”