Hoe het Maagdenhuis symbool van studentenprotest werd

Studenten demonstreerden dinsdag in Amsterdam tegen de renteverhoging op studieleningen, die hen zo’n 5000 euro extra kost. beeld ANP, Koen van Weel

De deur van het Maagdenhuis bleef dinsdag dicht. Aan het bezetten van de bestuurszetel van de Universiteit van Amsterdam, zoals exact vijftig jaar geleden, dachten de protesterende studenten niet.

Zo’n vijftig man liep dinsdag mee in de demonstratie tegen de renteverhoging op studieschulden, die symbolisch eindigde bij het Maagdenhuis. In tijden van individualisme zijn studenten minder snel de straat op te krijgen, denkt organisator Geertje Hulzebos. „Studenten ervaren stress en onzekerheid tegenwoordig vooral als hún probleem. Ze wijten dat niet zozeer aan een ziek systeem.” Ondertussen is een petitie tegen de maatregel binnen een week wel 100.000 keer ondertekend.

Rond het monumentale pand aan het Spui bleef het rustig. In tegenstelling tot een halve eeuw geleden, toen het Maagdenhuis voor het eerst in handen van studenten viel. Inspraak in het universiteitsbestuur wilden ze. En dus drongen 660 –veelal langharige– studenten het gebouw binnen. In navolging van Europese leeftijdsgenoten ontketenden ze een revolutie in de studentenwereld. Met het Maagdenhuis als symbool van verzet.

„Vijf dagen lang heb ik niet geslapen. Hooguit een uurtje tussendoor”, herinnert prof. dr. Henk van Nierop, in 1969 Maagdenhuisbezetter, zich. „Ik snap nu niet meer hoe dat mogelijk was. Maar we waren zo opgewonden; je leefde op adrenaline.” De historicus en emeritus hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam nam destijds uit nieuwsgierigheid een kijkje, toen hij hoorde over de bezetting. „Je kon zo door de voordeur naar binnen. Even later ging de boel op slot.” De toen 20-jarige Van Nierop wilde erbij horen, niets missen. „Eigenlijk wel eng dat je je zo laat meeslepen met een massa-evenement.”

Toch vond ook hij dat er op de universiteit verandering nodig was. „Iedereen moest meebeslissen over het onderwijsprogramma, vonden de bezetters. Heel extreem, achteraf gezien, want dan zouden studenten bij alles een meerderheid hebben.” De Maagdenhuisbezetting was dan „misschien een beetje mal”, maar groeide wel uit tot symbool van studentenprotest.

Ontruiming

Op 21 mei 1969, na vijf dagen protest, was de maat vol. Hardhandig sleurde de politie rebelse studenten aan armen en benen het gebouw uit. Voor niets hadden ze zich niet verzet tegen het gezag. Een jaar later vervulde de regering hun wens om medezeggenschap: met universiteitsraden en faculteitsraden werd inspraak van studenten een feit.

Elf keer viel het Maagdenhuis de afgelopen vijf decennia in handen van rebelse jongeren. De laatste keer, in 2015, ging de geschiedenisboeken in als de langste bezetting: pas na anderhalve maand ontruimde de ME het gebouw.

Ook toen bleef het niet zoals het was. Bestuursvoorzitter Louise Gunning stapte op. Een student mocht voortaan aanschuiven bij bestuursvergaderingen. En de Tweede Kamer bepaalde dat er een student en een docent in de sollicitatiecommissie voor nieuwe bestuurders moesten zitten.

Niet genoeg, klaagden de organisatoren van de dinsdag gehouden demonstratie deze week in Het Parool. Onder de kop ”Gooi die poort van het Maagdenhuis open!” hekelden ze in een opiniestuk de „valse belofte” van het bestuur om het gebouw open te stellen voor studenten.

Toch bleef het dinsdag rustig rond het pand, waar het universiteitsbestuur sinds 2016 overigens niet meer huist. „De jeugdcultuur is veranderd”, denkt historicus Van Nierop. „Studenten van nu maken zich zorgen over een baan, huisvesting, het terugbetalen van hun studieschuld. Wij waren enorm idealistisch. Aan geld verdienen dachten we echt niet.”