Het cassettebandje na 50 jaar afgedraaid

Beeld RD, Janneke Paalman Janneke Paalman

Bij ouderen zal de gedachte aan een cassettebandje jeugdsentiment losmaken. Jongeren daarentegen zullen het bandje amper herkennen. Na vijftig jaar tijd is deze geluidsdrager vooral vergane glorie. Of maakt hij, net als de langspeelplaat, een comeback?

Herinneringen aan het bandje: het blind vooruitspoelen, terug­spoelen en weer vooruitspoelen om het juiste fragment te vinden. Meer herinneringen: de frustraties bij het vastlopen van een cassette in de recorder en vervolgens het opwinden van het verfrommelde lint met een potlood.

Ontevredenheid

Philips introduceert de compact cassette in augustus 1963. Een team onderzoekers in het Belgische Hasselt ontwikkelt het product onder leiding van de Nederlandse ingenieur Lou Ottens.

In een uitzending van het tv-programma De Wereld Draait Door aan het begin van dit jaar vertelt Ottens dat de cassette is „ontstaan uit ontevredenheid.” Er bestonden allerlei varianten banden, maar ze waren onhandig groot of hadden mankementen. „Dan ga je over iets nieuws denken. Overal ter wereld werden pogingen gedaan het handiger te maken.”

Tijdens een trip naar de Verenigde Staten presenteert Ottens een model van zijn uitvinding aan enkele grote namen in zijn vakgebied. „Zij zeiden me: Oh, dat is leuk, maar daar is hier geen markt voor. Dat er zo veel miljarden cassettes zouden worden gemaakt, had men zich niet kunnen voorstellen.” Zelf behoudt Ottens wel vertrouwen in het nieuwe product.

Geen royalty’s

Vreemd genoeg besluit Philips geen royalty’s te vragen voor het patent op de compact cassette. Tal van bedrijven gebruiken het octrooi. Dat zorgt voor een snelle en wereldwijde acceptatie van de nieuwe geluidsdrager.

De jaren 80 vormen de hoogtij­dagen van de cassette. Met als aanjager de ontwikkeling van de walkman door Sony in 1979 en het beschikbaar komen van cassettespelers in auto’s. De verkoopcijfers van het bandje overstijgen in 1982 die van de langspeelplaat. Fabrikanten brengen in de gloriedagen zo’n 900 miljoen bandjes per jaar op de markt. Dat is zo’n 54 procent van de totale wereldwijde verkoop van muziek in die tijd.

Het succes van de compact cassette is ook te danken aan het gebruiksgemak voor de consument. Fervente muziekliefhebbers kunnen zo veel favoriete fragmenten opnemen als ze willen. Gekluisterd aan de radio en met recorder en bandje in de aanslag stellen ze hun eigen muziekcassettes samen.

Om die reden blijft de muziek­industrie –onterecht, zo bleek later– bezorgd over de cassettes. Ze vreest piraterij. Het thuis opnemen van muziek zou muzikanten financieel de nek omdraaien. Eenzelfde argument klinkt tegenwoordig als het gaat over het downloaden van muziek via internet.

Nederlandse Edison

De compact cassette weet menige aanval van concurrenten af te slaan. Zo komt het Japanse Sony in 1976 met de Elcaset op de proppen. Deze ”large cassette” moet een hogere geluidskwaliteit bieden. Maar door de ontwikkeling van betere bandsoorten –met name de chromiumtape van de Japanse fabrikant TDK– behoudt de compact cassette zijn aandeel in de markt.

Uiteindelijk staat niemand minder dan ingenieur Lou Ottens zelf aan de basis van de neergang van de cassette. Hij ontwikkelt in 1983, zo’n twintig jaar na de introductie van het cassettebandje, met zijn team een andere baanbrekende geluidsdrager: de compact disc (cd). Daarop staat digitale muziek, ‘verpakt’ in enen en nullen. Ottens wordt daarom wel de ”Nederlandse Edison” genoemd. In een interview met Ottens in technologietijdschrift De Ingenieur in december 2007 wijst hij deze typering resoluut van de hand. „Het is niet zo dat je net als Edison ineens van alles uitvindt. Je doet het samen. In Hasselt hebben we met tien à twaalf mensen aan de ontwikkeling van de cassette gewerkt.”

Doodverklaard

Vanaf begin jaren 90 loopt de verkoop van het bandje sterk terug. Nog voor de millennium­wisseling wordt de compact cassette doodverklaard. In 2001 is het marktaandeel nog maar 4 procent. Volgens een schatting uit 1999 zijn er wereldwijd zo’n 50 tot 100 miljard bespeelde en onbespeelde cassettes in omloop.

Toch blijkt het bandje niet volledig afgedraaid. Met name onder uitgevers van audioboeken is de cassette nog populair. Luisteraars prefereren het bandje, omdat je daarmee makkelijk verder kunt gaan waar je gebleven was. In derde­wereldlanden –die de langspeelplaat hebben overgeslagen– blijft de cassette nog lang de onbetwiste geluidsdrager.

Comeback

Sinds 2008 verkondigen Engelse en Amerikaanse media om beurten dat de cassette een comeback beleeft. Er lijkt een trendbreuk zichtbaar. De verkoop van bandjes zit weer in de lift. Zo meldde een woordvoerder van het Canadese Anologue Media tegenover de BBC in mei nog dat de cassette sinds kort weer de belangrijkste bron van inkomsten van het bedrijf is.

Reden? Bepaalde muzieklabels kiezen ervoor om hun albums uit te brengen op cassette. Vanwege de lage kosten en vanwege –hoe ironisch– piraterij. Het kost namelijk extra moeite om tapemuziek op internet te zetten.

Ook zijn er muziekpuristen die sowieso niets moeten hebben van geluid in enen en nullen. Volgens hen levert analoge muziek de beste kwaliteit. Meestal houden zulke muziekliefhebbers het overigens bij de lp, en niet bij de cassette.

Definitief

Een echte comeback zal het bandje niet beleven. De verkoopgroei is marginaal en het marktaandeel van cassettes valt te verwaarlozen. Het lot van de compact cassette lijkt bezegeld. Na de millenniumwisseling sluiten fabrikanten een voor een de productielijnen voor (onderdelen van) de geluidsdrager. Recorders zijn niet meer te koop in de winkel en worden ook steeds schaarser op internet. In 2010 loopt de laatste nieuwe auto van de band met een cassettespeler, een Lexus.

Het gezaghebbende Engelse woordenboek de Oxford English Dictionary besluit in 2011 het woord ”cassette tape” uit de nieuwste editie te verwijderen. Toch zullen in de Nederlandse taal termen als ”recorder” en ”terugspoelen” blijven herinneren aan de tapetijdperk.


Overzicht van geluidsdragers

1877: fonograaf van Thomas Edison.

1887: grammofoon van Emile Berliner.

1899: magnetische opnames van Valdemar Poulsen.

1928: geluidsband van Fritz Pfleumer.

1948: langspeelplaat van Peter Goldmark.

1963: cassettebandje van Philips.

1983: compact disc (cd).

1992: digital compact cassette (dcc), moet de opvolger worden van het bandje, maar wordt al na een paar jaar uit de handel genomen.

1998: mp3-speler.

2000: dvd-audio.

2001: iPod van Apple.

2010: doorbraak Spotify. Een fysieke geluidsdrager is niet meer nodig. Muziek wordt beluisterd door deze via internet te downloaden en/of te streamen.