Zendingsdag ZGG: Zending is dienen om Zijn heerlijkheid te laten zien

beeld Heikoop Media
19

Waar ligt de grens van het zendingswerk? In Cambodja of op een ander zendingsveld? Of in mijn eigen stad of dorp? Of bij de drempel van mijn huis?

Het waren vragen die ds. G. W. S. Mulder zaterdag voorlegde aan de 3700 bezoekers van de zendingsdag van Zending Gereformeerde Gemeenten (ZGG). De zendingsdag werd gehouden in de Evenementenhallen in Gorinchem.

Thema van de zendingsdag was ”Tot Uw dienst bereid”. Dienen is onvoorwaardelijk verbonden aan het dienstwerk van de Heere Jezus Christus, Die heel Zijn leven diende, zei de predikant –voorzitter van het deputaatschap voor de zending van de Gereformeerde Gemeenten (GG)– in zijn openingswoord. De predikant van de gg te Zoetermeer sprak over 1 Petrus 4: 11a: „... indien iemand dient, die diene als uit kracht, die God verleent…”

zendingsdagzgg

Iemand die dient in het Koninkrijk heeft zichzelf overgekregen voor de dienst van de Heere. Hij schaamt zich het Evangelie niet, zo zei ds. Mulder. „Hij heeft het Paulus leren nazeggen: ik schaam mij het Evangelie van Christus niet.”

Zo’n dienaar zegt: „Mijn aarden vat wordt gebroken opdat de heerlijkheid van Christus openbaar zou komen. Dan is het niet meer mijn persoon die dient. Dan gaat Christus Zijn werk tonen door mij heen. Geen dominee, zendeling, ouderling heeft dat van zichzelf. Daarvoor is altijd de stille kracht van de Heilige Geest nodig. En wat dacht u van het gebed?”

ZendingsdagZGG©ceesvdwal_11Kringloopwinkels dragen fors bij aan inkomsten ZGG

Zendingswerk begint niet bij ZGG, bij de Gereformeerde Gemeenten of een kerkenraad, stelde ds. Mulder. „Zendingswerk is in de hemel begonnen, omdat de Heere instaat voor de volvoering van Zijn welbehagen.”

Ds. Mulder memoreerde aan het begin van de dag de eerder dit jaar overleden zendingsdeputaat ds. L. Terlouw.

ZGG onderstreepte zaterdagmorgen het belang van bezinning op het thema zending door een boek te presenteren over diverse aspecten van het zendingswerk. Ds. Mulder: „Is het wel een taak van ZGG om boeken uit te geven? Ja, want wil zendingswerk gestalte krijgen, dan is het niet alleen nodig dat er mensen mogen uitgaan, en dat er gebed is in de wereld, maar dan moet de betrokkenheid van u en mij ook worden opgewekt.” Zendingswerkers Peter van Olst en Jan-Kees Kooijman presenteerden het boek ”Onverhinderd”.

Het zendingswerk is nog zeer noodzakelijk, stelde ds. J. IJsselstein, die in juli als zendingspredikant naar Cambodja zal gaan; ook in deze tijd waarin veel vluchtelingen naar het Westen komen en in een tijd waarin er veel mogelijkheden via internet zijn. „We moeten naar de mensen toe om de boodschap in hun huis te brengen. Er staat: „Gaat dan heen. Onderwijst al de volken.” De wereld is nog vol mensen die nog niet zijn bereikt door het Woord. Honderden miljoenen, wel miljarden. Van de 16.000 etnische groepen op aarde zijn er nog 6000 niet bereikt; het gaat om 2 tot 3 miljard mensen. Dus thuisblijven? Nee. Uitgaan? Ja.”

Ds. IJsselstein en zijn vrouw hebben zich de achterliggende maanden op uitzending voorbereid, onder meer door mensen te spreken die veel weten van zending in Cambodja, en zij hebben veiligheidstrainingen gevolgd, vertelde de predikant. De eerste twee jaar vestigt het zendingsechtpaar zich in de hoofdstad van Cambodja voor taalcursussen en het opbouwen van een netwerk. „Maar wij zijn vooral mensen met het Boek, met een Boodschap.”

De predikant riep het thuisfront op tot gebed. „U kunt niet thuisblijven zonder meer. Niemand mag toeschouwer blijven. Zendingswerk is werk van heel de gemeente, van heel ons kerkverband. Dit werk kan alleen op de knieën gebeuren.”

Eenzelfde oproep deed ZGG-directeur P. Eikelboom in zijn toespraak. „Als wij niet bidden, verwachten we ook niets van de Heere. Zou er dan iets gebeuren? Gebed is van levensbelang.”

Een zendingswerker die actief is in een land met beperkte godsdienstvrijheid in Oost-Azië vertelde over haar ervaringen. Zij ontmoet in het land veel „mensen die in bijgelovigheid en onwetendheid leven.” De Heere opent in het land soms op „wonderlijke wijze” mogelijkheden om de Bijbelse boodschap te laten klinken, ook onder boeddhistische monniken, vertelt de zendingswerker.

Zendingswerkers willen op het zendingsveld graag een voetafdruk nalaten. Al was het maar een brug, een waterpomp. Daarnaast wordt een zendeling op het zendingsveld door de lokale bevolking vaak gezien als een belangrijk mens. Daar schuilt een gevaar in, stelde ds. Clements zaterdag in het openingswoord van de middag over „Want als

ik zwak ben…” (2 Korinthe 12: 10).

In de Korinthebrief waren het de valse apostelen die naar eigen roem zochten. „Het allergrootste gevaar voor het zendingswerk is zich verheffen, is roem.”

Daar staat de boodschap van Paulus lijnrecht tegenover. Ds. Clements: „Als de apostel hier gaat roemen, gaat hij roemen van vrije genade in Christus alleen.”

Paulus bleef klein, ook door de doorn in zijn vlees. „Die doorn in Paulus’ leven is gezegend geworden. Hoe weten we dat? In al zijn brieven klaagt hij maar één keer over deze doorn. Hij heeft de Heere wel gebeden om de doorn weg te nemen.”

Uiteindelijk roemt Paulus in zijn zwakheid, want daarin is hij machtig, door Christus, zei de predikant van de gg te Gouda en zendingsdeputaat. „Ook Christus heeft in de hof van Gethsemane gebeden. Maar de volle toorn Gods kwam op Hem. De ganse hellemacht is op Hem aangekomen. Toen in die nacht heeft de Zaligmaker driemaal gebeden: laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan. Dat is niet gebeurd. En in Zijn dood is een fontein geopend voor Paulus' kracht.”

Tijdens het middagdeel vertelde J. W. J. Knapen over zijn werk in Machala (Ecuador). J. B. Kardol, actief als evangelist in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn, vertelde een verhaal voor de kinderen over hetzelfde land.

Er is verwachting voor het zendingswerk, niet vanwege mensen, maar omdat Christus in de hemel Zijn doorboorde handen omhoog houdt voor Zijn Vader. Dat zei ds. A. P. Baaijens in het slotwoord van de zendingsdag. Hij sprak over Markus 10: 45: „Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.”

De mens kan niet meer volkomen dienen, benadrukte de predikant van de gg te Aagtekerke. „We hebben gekozen voor de dienst van de zonden. Zijn we daar al achter gebracht door de ontdekkende kracht van Gods Geest? Wat wordt het dan tot een diepe smart, dat we Hem niet meer kunnen dienen zoals het moet.”

Alleen Christus heeft volkomen gediend. „Hij zegt: Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij kon in der waarheid zeggen: „Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid.” Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen; om Zijn volk te dienen en voor hen een plaats te bereiden.”