Wierum weet weer wie ”witte Papoea” was

De Papoea-beeldjes midden in de kerk, gezien vanaf de entree. Daarachter bevindt zich. symbolisch de kansel met opengeslagen Bijbel. beeld Sjaak Verboom
3

Wie kerkgebouw Eben-Haëzer in het Friese dorp Wierum binnenkomt, ziet allerlei houten beeldjes met grote gezichten en opvallende ogen midden in de kerkzaal staan. Recht daarachter bevindt zich de kansel, met een opengeslagen Bijbel.

„Deze opzet staat symbool voor het werk dat de Wierumer zendeling Freerk Christiaan Kamma in Nieuw-Guinea heeft verricht”, vertelt ds. Bernard Keizer. „De beeldjes zijn allemaal gemaakt voor de voorouderverering”, vult conservator Herman Aarts aan. „Veel Papoea’s geloven dat hun voorouders overal tegenwoordig zijn. Om het Evangelie te verkondigen, moest Kamma zich eerst verdiepen in de belevingswereld van die cultuur.”

Ds. Keizer, die cultureel antropoloog is en tot aan zijn emeritaat in 2017 predikant was van de protestantse Mariakerk aan de Waddenzeedijk, coördineert samen met museaal antropoloog Aarts de expositie over Kamma (1906-1987). De expositie heeft plaats in de Eben-Haëzerkerk, die tot 2003 in gebruik was als gereformeerde kerk en sindsdien een museumlocatie is.

Niet alleen Kamma’s levensloop, ook de cultuur van Nieuw-Guinea komt in de expositie aan bod. Uitgebreidere biografische informatie over de zendeling staat beschreven in een boekje dat ds. Keizer heeft geschreven.

„Zondag preek ik in Wierum over het thema ”Kamma’s keuze””, vertelt de predikant. „Hij voelde als eenvoudige visser een sterke roeping om zendeling te worden. Zendingswerkers waren vaak de meest praktische mensen.”

De preek houdt Keizer in de Mariakerk, waar Kamma in het verleden zelf ter kerke ging en op latere leeftijd is voorgegaan.

Kamma vertrok op 26-jarige leeftijd naar de Nederlandse kolonie Nieuw-Guinea als zendeling van de toenmalige Utrechtse Zendingsvereniging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij de ontberingen in de Japanse kampen mee. Vanaf 1946 was hij afwisselend in Nederland en Nieuw-Guinea.

Door een studie in Leiden ontwikkelde hij zich als kenner van de mythen, de verhalen die onder de Papoea’s circuleerden over bijvoorbeeld het ontstaan van de wereld. „Hij kende die verhalen haast beter dan de Papoea’s zelf”, aldus ds. Keizer. „Door die kennis kon hij het Evangelie verkondigen in de Papoea-cultuur.”

In Nieuw-Guinea werd Kamma lid van de Moi-stam. „De lokale bevolking noemde hem onbevangen de ”witte Papoea”. Dus over die naam bestaat geen enkele discussie.” Ook leerde Kamma vloeiend de lokale taal, het Biaks, spreken. „Volgens zijn familie sprak hij zijn laatste woorden op zijn sterfbed zelfs in het Biaks. Hij had het anderen altijd kwalijk genomen dat zij niet verder kwamen dan het Maleis.”

In 1956 stichtte Kamma in Nieuw-Guinea de Evangelisch Christelijke Kerk (ECK). Nadat Nederland de kolonie had opgegeven, vestigde Kamma zich in 1962 definitief in Oegstgeest. Hij bleef zich tot aan zijn overlijden in 1987 inzetten voor de zending.

Zijn Friese wortels vergat Kamma niet. Zo leidde hij in 1968 een kerkdienst in zijn geboortedorp Wierum tijdens de herdenking van de stormramp van 1893.

De gemeenschap van Wierum was haar oud-dorpsgenoot echter bijna vergeten. „Met de expositie willen we Kamma’s werk weer onder de aandacht brengen”, aldus ds. Keizer. Zaterdag wordt de tentoonstelling geopend. De expositie is tot half september te bezichtigen.

Lees ook:

Oud-zendingsman dr. F. C Kamma (81) overleden (Reformatorisch Dagblad, 26-09-1987)