Wat de kerk kan doen aan seksueel misbruik

beeld Istock

Wat moet een ambtsdrager doen als een gemeentelid vertelt dat hij of zij seksueel is misbruikt? Hoe kan de kerk slachtoffers helpen en welke verantwoordelijkheid heeft ze?

Het meest gegeven rapportcijfer is een 1. Zo beoordelen slachtoffers de manier waarop de Jehovah’s Getuigen met hun melding over seksueel misbruik omgingen. Het andere meest gegeven rapportcijfer is een 10. Die waardering krijgt de politie voor de wijze waarop ze hun melding afhandelde.

Het rapport dat dit kille contrast schetst, kwam eind januari openbaar. De gemeenschap van de Jehovah’s Getuigen had via de rechter tevergeefs geprobeerd het binnenskamers te houden.

Meestal vond het misbruik plaats in de familiekring of bij leden thuis. Toch had de religieuze gemeenschap wel degelijk invloed op dit misbruik. De sterke hiërarchie, geslotenheid van de gemeenschap en strikte seksuele moraal droegen bij aan de pijnlijke ervaring van slachtoffers, stelden de onderzoekers. Ze adviseerden de Jehovah’s Getuigen onder meer een intern meldpunt in te stellen.

Het was nog geen week later toen de synode van de Gereformeerde Gemeenten besloot te komen met een meldpunt, specifiek voor seksueel misbruik in kerkelijke relaties. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen achtte het kerkverband dat noodzakelijk.

Bij twee al bestaande kerkelijke meldpunten kwamen in 2017 en 2018 –cijfers van vorig jaar zijn nog niet bekend– in totaal bijna vijftig meldingen binnen over misbruik waarbij een kerkelijke functionaris betrokken was. Plus nog een veelvoud aan adviesvragen. Daarnaast verwerkte het Reformatorisch Meldpunt in dezelfde periode ruim 750 anonieme hulpvragen van slachtoffers van seksueel misbruik en mensen uit hun omgeving. Dat laatste meldpunt richt zich niet specifiek op gezagsrelaties binnen de kerk.

Ondertussen doen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland onderzoek naar incestzaken in de gemeente van Opheusden. Onafhankelijke deskundigen buiten het kerkverband zullen die procedure later toetsen.

Voorbeelden die pijnlijk duidelijk maken dat het kwaad van seksueel misbruik volop woedt in kerkelijke kring. Wat kan een kerk doen om dat te voorkomen? En welke route zou een predikant, ouderling of gemeentelid moeten volgen als een slachtoffer met zijn verhaal naar buiten komt?

Jv-kamp

Meer openheid, meer erkenning. Als er één noodkreet klinkt uit het rapport over seksueel misbruik bij de Jehovah’s Getuigen, is het die. Maar ouderlingen deden meer hun best om de gemeenschap bijeen te houden door pogingen om dader en slachtoffer weer met elkaar te verzoenen. Slachtoffers werden zo opnieuw slachtoffer.

Bewustwording van het feit dat seksueel grensoverschrijdend gedrag ook in de kerk plaatsvindt, ziet Lenny van den Brink als een belangrijke stap om meer ellende te voorkomen. Van den Brink is een van de drijvende krachten achter de website eenveiligekerk.nl en coördinator van SMPR, een meldpunt voor misbruik in pastorale relaties.

Om misbruik te voorkomen, adviseert ze kerkbesturen het gesprek aan te gaan en na te denken over beleid. Zo zouden zij vertrouwenspersonen kunnen aanstellen, van leidinggevenden in de kerk een Verklaring Omtrent Gedrag vragen en een gedragscode kunnen opstellen voor gemeenteleden die bijvoorbeeld de crèche of een jv-kamp leiden.

Naast aandacht in het gebed, het pastoraat en de preek kan een goed protocol volgens Van den Brink voorkomen dat slachtoffers zich in de kou gezet voelen. Kerken die bij de SMPR zijn aangesloten, zoals de Protestantse Kerk in Nederland, kennen een protocol waarin stap voor stap staat wat te doen bij misbruiksituaties in pastorale en gezagsrelaties. Dat geldt ook voor de kerkverbanden die horen bij het Meldpunt Seksueel Misbruik in Kerkelijke Relaties (SMKR), waaronder de Christelijke Gereformeerde Kerken, Hersteld Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

In die protocollen staat het belang van het slachtoffer voorop, legt Van den Brink uit. „Alle handelingen moeten worden afgewogen in het belang van het slachtoffer.”

Stel: je hoort als ouderling dat de leider van de jeugdclub grensoverschrijdend gedrag vertoont. Wat doe je? „Bespreek het met een tweede ambtsdrager”, adviseert Van den Brink. „Dilemma’s kun je niet alleen dragen. Overleggen hierover kan het beste met iemand die ook ambtsgeheim heeft. Volg hierin samen het protocol van je eigen kerk.”

Doofpot

Bij meldpunten kunnen kerken terecht voor advies, legt ze uit. „We heten wel meldpunt, maar een melding wordt het alleen als een zaak bij de kerkenraad komt.”

Omdat elke situatie anders is, is er geen eenduidig antwoord op de vraag wat de juiste weg is. „Je moet vooral zorgvuldig zijn en je goed laten informeren. Volg het protocol en doe niets buiten het slachtoffer om. Stop in ieder geval niets in de doofpot.”

Is er sprake van incest, mishandeling of huiselijk geweld, dan is het volgens haar het beste om Veilig Thuis in te schakelen. Daar kan iemand ook terecht voor advies – zelfs anoniem. Bij vermoedens daarvan is het volgens Van den Brink verstandig te overleggen met een vertrouwenspersoon in de kerk.

In sommige gevallen zal iemand de hele kerkenraad op de hoogte moeten brengen. „Niet alles hoeft breed gedeeld te worden, maar houd geen dingen achter die de kerkenraad moet weten om zijn werk goed te doen. Stel dat er een situatie speelt waardoor een gemeentelid moet stoppen met vrijwilligerswerk. Dan moet een kerkenraad wel bedenken hoe die gaat reageren als daarover vragen komen uit de gemeente. Is het niet nodig dat er meer mensen op de hoogte zijn, houd het dan in kleine kring”, adviseert Van den Brink. „Vraag je ook hier weer af wat het slachtoffer helpt.”

Ze benadrukt dat een ambtsdrager of gemeentelid niet degene is die aan waarheidsvinding moet doen. „Dat is aan justitie, een klachtencommissie of het tuchtrecht. De vraag is niet of het wel waar is wat iemand vertelt, maar hoe je die persoon helpt. Neem iemand die de stap heeft genomen om aan jou zijn verhaal te doen altijd serieus.”

Aangifte

In het rapport over de Jehovah’s Getuigen wordt aanbevolen serieus te kijken naar een wettelijke meldplicht. Kerkleiders zouden gevallen van seksueel misbruik dan altijd moeten melden bij de politie. Van den Brink verwacht dat het aantal meldingen zal afnemen als zo’n plicht er komt. „Dan hebben slachtoffers geen vertrouwen meer om in de kerk met hun verhaal naar buiten te komen.”

De stap naar de politie helpt ook niet altijd, stelt Van den Brink. „Als iemand niet wil dat dit naar buiten komt en je gaat het toch melden, waar blijft dan het vertrouwen? Bovendien zal die persoon geen getuigenis bij de politie afleggen. Ik denk dat je moet respecteren als iemand dit niet wil, of nog niet wil. Kijk naar wat je wel kunt doen en weeg af wat in het belang is van het slachtoffer.”

Wel vindt ze het verstandig om aangifte altijd als optie te noemen. „Wat veel mensen niet weten, is dat je ook een informatief gesprek bij de politie kunt hebben. Zonder gelijk een melding te maken of aangifte te doen.” Bij twijfel is het dus altijd mogelijk een situatie voor te leggen –zonder namen te noemen– en daarover advies te vragen. Anders wordt het als zich een levensbedreigende situatie voordoet of als het om een minderjarige gaat. „Dan moet je wel buiten het slachtoffer om naar de politie.”

Kleinkinderen

Bij zedendelicten vindt altijd eerst een adviesgesprek plaats over het wel of geen aangifte doen, zegt Robbert Salome, woordvoerder van de politie. „Daarin leggen we de gevolgen van een aangifte uit, zodat iemand weet dat het proces zwaar en heftig is. Je moet tot in de kleinste details vertellen wat er is gebeurd en dat kan heel confronterend zijn.”

Wie aangifte doet, vraagt de politie onderzoek te doen naar een strafbaar feit. Na een melding gebeurt dat niet automatisch. Komen er bijvoorbeeld meer meldingen over een verdachte of zijn er mogelijk meer slachtoffers, dan kan de politie alsnog in de zaak duiken. „Stel dat een vrouw meldt dat ze jarenlang is misbruikt door haar vader. Ze besluit geen aangifte te doen, maar wij horen dat die vader vaak oppast op de kleinkinderen. Dan kunnen wij ook ambtshalve besluiten om onderzoek te doen.”

Voor veel slachtoffers weegt bij een besluit over aangifte mee dat de dader in de meeste gevallen een bekende is. „Soms willen ze ruzie in de familie voorkomen. Of ze willen niet dat een broer of vader vervolgd wordt, maar wel dat het misbruik stopt. Dan kunnen wij gezinnen doorverwijzen naar de hulpverlening.”

Door een preek kwam Lisa met haar verhaal naar buiten

Tien jaar lang liep Lisa (28) ermee rond. Niemand wist dat ze als kind vijf jaar lang was misbruikt door een bekende uit haar omgeving. „Mensen uit de kerk doen zoiets niet, dacht ik vroeger.”

„Ik heb altijd veel gebeden, ook of ik er met iemand over kon praten.” Maar ze durfde niet. Ook niet met haar psycholoog of een docent. „Ik kon niet overzien wat er zou gebeuren als ik ermee voor de dag kwam”, legt Lisa uit. „Misschien zouden ze dan hulp inschakelen of naar de politie gaan. En dan had ik er geen grip meer op.” Ook angst voor de dader speelde een rol. „Je zit in zijn tang. En je schaamt je zo enorm.”

Omdat ook de dader lid was van een reformatorische kerk, had ze lange tijd het idee dat hij niet zo fout kon zijn. „Mensen uit de kerk doen dat niet, dacht ik.” In de Bijbel las ze weleens over hoererij. „Ik wist als klein meisje niet precies wat het was, maar wel dat het niet mocht. Later vroeg ik me af of ik zelf die zonde had gedaan.”

Regie

Op een zondag krijgt ze het laatste zetje om het zwijgen te doorbreken, tijdens een preek over Spreuken 14:10 en 13. „De dominee zei dat andere mensen soms niet weten hoe je je voelt, of het nu gaat om kwetsbare of vreugdevolle ervaringen. Maar dat je daarmee wel bij de Heere terecht kunt. En dat Hij jou kent en je als geen ander begrijpt.” Tegelijk wees hij erop: Blijf niet alleen met je verdriet rondlopen. Bijvoorbeeld bij seksueel misbruik.

Voor Lisa is dat het moment waarop ze besluit met haar verhaal naar buiten te komen. Ze stuurt zowel haar psycholoog als de predikant een mail. De laatste –een gastpredikant– reageert begripvol en ook geschokt op haar bericht. „Hij veroordeelde me niet en zei dat het goed was dat ik ermee naar buiten kwam. Dat gaf een gevoel van erkenning.” Haar psycholoog benadrukt: „Jij houdt de regie, ik doe niets wat jij niet wilt.”

Met Lisa’s instemming doet de hulpverlener later een anonieme melding van het misbruik. „Als ik wist dat het gelijk gemeld zou worden, zou ik er nooit mee naar buiten zijn gekomen”, zegt Lisa. „Het voelt onveilig als iemand met jouw verhaal naar een instelling gaat, hoe goedbedoeld ook. Zeker omdat er al over je grens is gegaan.”

Met haar psycholoog besluit Lisa uiteindelijk ook om aangifte te doen bij de politie. „Eerst wilde ik niet. Maar het woog voor mij zwaar dat er nog meer kinderen slachtoffer konden worden.” Tijdens een intakegesprek benadrukt de politie hoe moeilijk het is om iemand veroordeeld te krijgen. De zaak kwam inderdaad snel stil te liggen wegens gebrek aan bewijs, maar werd weer opgepakt toen zich na een tijdje meerdere slachtoffers meldden.

De man werd uiteindelijk veroordeeld voor verkrachting. „Ook als dat niet was gebeurd, was een rechtszaak de juiste stap geweest. Ik kon daardoor geen onbevredigend gevoel overhouden dat ik nog meer had kunnen doen.”

Trouw

In de periode van het strafrechtelijk proces doet Lisa haar verhaal aan de nieuwe predikant van haar gemeente. „Hij zei: Al krijg je hier op aarde geen gelijk, aan het eind van de wereldgeschiedenis zal er recht gedaan worden.”

Haar predikant komt nog steeds elke twee of drie maanden langs. Hoewel ze ook professionele hulp krijgt, hebben de pastorale gesprekken volgens haar een meerwaarde. „Een hulpverlener gaat gedetailleerd in op je verhaal en leert je nieuw gedrag aan. Bij de dominee kan ik gewoon mijn verhaal doen, zonder dat hij ver in het verleden gaat zitten graven. De gesprekken met hem zijn vooral tot steun en bemoedigend. Soms zit ik erdoorheen, en dan leest hij een Bijbelgedeelte of Psalm waarin mijn gevoelens naar voren komen. Dan kan ik er weer tegenaan.”

Over vergeving heeft ze –voor zover ze zich herinnert– nauwelijks met hem gesproken. „Dat is niet af te dwingen. Ik zou me onbegrepen voelen als hij daar te snel over zou beginnen. Ik was en ben vooral bezig om mezelf op de rit te krijgen.”

Ze waardeert het erg dat haar predikant geregeld bidt voor mensen met psychische moeiten. „Dan doet hij toch voorbede, zonder mijn naam te noemen.”

Om met een man over het misbruik te praten, ervaart Lisa niet als extra lastig. „Er zijn wel bepaalde types tegen wie ik niets zou zeggen. Maar merk ik dat een dominee zijn afspraken nakomt en bewogen is met mensen, dan is dat voor mij een signaal dat hij betrouwbaar is. Belangrijk is ook dat iemand stevig in zijn schoenen staat, dat ik het idee heb dat hij wel wat kan dragen.”

Verwerk het thema eens in een preek, adviseert ze predikanten. En: „Het is belangrijk dat een dominee zijn schaapjes kent. Dat begint al met een houding op catechisatie: is hij betrokken op de jeugd? Bij mijn vorige predikant had ik niet echt het idee gezien te worden. Dat nodigt niet uit hem in vertrouwen te nemen.”

Gebed

Psychische klachten kunnen iemands Godsbeeld erg verwarren, weet Lisa. Zo was er een periode waarin ze door haar angstgevoelens niet meer naar de kerk durfde. „Dat zag ik als een teken dat ik niet welkom was bij de Heere.” Van haar christelijke hulpverlener leerde ze haar gevoelens en geloofsbeleving van elkaar te scheiden.

„Ik ben niet enorm boos, maar baal soms wel. Omdat het misbruik consequenties heeft voor mijn hele leven”, vertelt Lisa, die met een posttraumatische stressstoornis kampt. „Tegelijk ben ik dankbaar, omdat ik juist door deze gebeurtenissen heel dicht bij de Heere heb leren leven. Het klinkt gek, maar ik zou mijn leven niet willen ruilen. Ik ervaar Gods aanwezigheid vaak sterk. Anders had ik misschien een makkelijk leven gehad. Maar als ik nu moet sterven, weet ik dat het goed is. En dat kan niemand me afnemen.”

„Er zijn veel onzekerheden in het leven, maar God blijft dezelfde”, gaat ze verder. „Toen niemand het nog wist, was de Heere de enige aan Wie ik het kon vertellen. In die preek over Spreuken 14 werd duidelijk dat Hij mijn verdriet ziet. Hij verhoorde mijn gebed.” De tekst van de preek vroeg ze later op. Op papier stonden allerlei voorbeelden die de dominee vanaf de kansel had genoemd, maar niet die van seksueel misbruik. „Ik heb het altijd als een wonder gezien dat hij dit zo zei.”

Omdat de dagelijkse dingen niet vanzelf gaan, voelt ze zich afhankelijk van God. „Pas was ik nog bang om auto te rijden. Ik bad: Heere, wilt U bij me zijn? Toen ik de oprit van de snelweg opreed, begon het keihard te regenen. Ik moest me ontzettend goed concentreren op de weg en heb geen seconde meer aan mijn angst gedacht. De rest van de weg heb ik zitten zingen.”

De echte naam van Lisa is bij de redactie bekend.