Titus Brandsma liet in Friesland zijn sporen na

De Bonifatiuskapel in Dokkum. Foto Peter Sauermann Peter Sauermann
4

Hij was pater karmeliet, hoogleraar, journalist, bevorderaar van de Friese taal, oprichter van scholen en verzetsheld. Titus Brandsma werd op 26 juli 1942 in Dachau vermoord.

Zeventig jaar geleden is het nu. Maar in Friesland heeft Titus Brandsma zijn sporen nagelaten. Aan de Grote Dijlakker 11 in Bolsward is een museum gewijd aan deze veelzijdige karmelitaanse mysticus.

Anno Sjoerd Brandsma, zoals hij tot zijn priesterwijding heette, werd op 23 februari 1881 geboren in Oegeklooster, in een Fries, rooms-katholiek boerengeslacht. Van het gezin –twee zoons en vier dochters– huwde slechts één dochter. „Zij bracht ”het offer van het huwelijk”, zoals dat werd genoemd”, vertelt Tjebbe de Jong van het Titus Brandsma Museum. De rest van het gezin trad in in een klooster. „Dit was geen straf, maar een levensvervulling.” Als 11-jarige jongen vertrok Brandsma naar het Brabantse Megen om daar les te krijgen aan de middelbare school van de franciscaner paters. Zes jaar later, in 1898, trad hij toe tot de karmelieten in Boxmeer.

In het museum –een particulier initiatief dat ruim twaalf jaar geleden is genomen– is te zien hoe de kamer van de novice, zoals een pas toegetreden kloosterling heet, eruitzag. Een kort bed, een tafel met stoel en een kruis aan de muur. Proper, eenvoudig, en vooral: klein. Zelfs de geluiden van het klooster zijn te horen: vogelgetjilp en krakend grind.

De bezoeker hoeft zich nog geen halve slag te draaien of een heel andere kamer komt in beeld: de cel van de Friese pater in de gevangenis van Scheveningen, waar hij begin 1942 gevangen werd gezet nadat hij alle redacties van rooms-katholieke dagbladen langs was geweest om ze op het hart te drukken geen advertenties van de NSB te plaatsen in hun kranten. „Je proeft meteen een andere sfeer, mede door de geluiden die je hoort”, legt De Jong uit. „Dit maakt eigenlijk altijd indruk op de bezoekers.” Het dichtslaan van zware celdeuren en het dreunen van soldatenlaarzen op stenen vloeren spreekt inderdaad tot de verbeelding en klinkt steeds dreigender. Toch schrijft Brandsma in zijn dagboek: „Ik ben er al helemaal thuis, in dat kleine celletje. Ik heb mij er nog niet verveeld, integendeel. Ik ben er zo alleen, o ja, maar nooit was Onze Lieve Heer mij zo nabij. Ik kan het uitjubelen van vreugde, dat Hij zich weer eens geheel door mij heeft laten vinden, zonder dat ik bij de mensen of de mensen bij mij kunnen. Hij is nu mijn enige toeverlaat en ik voel me veilig en gelukkig. Ik wil hier altijd blijven, als Hij het zo beschikt. Ik ben nog zelden zo gelukkig en tevreden geweest.”

Maar Scheveningen was niet het eindstation voor de 60-jarige Titus Brandsma. Hij werd op transport gezet naar concentratiekamp Dachau, waar hij op 26 juli 1942 door een kamparts een dodelijk injectie kreeg toegediend.

Titus Brandsma leeft in Friesland voort, daar is het museum een bewijs van. De populariteit van deze veelzijdige Fries is volgens De Jong wel te verklaren. „Hij schreef toegankelijk over verschillende onderwerpen, terwijl hij ook wetenschappelijke publicaties op zijn naam had staan. Daardoor stond hij dicht bij iedere rooms-katholiek.”

Betekenis

Niet alleen in Bolsward, maar ook in Dokkum wordt Brandsma geroemd om zijn veelzijdige werk, met name voor de provincie Friesland. In het park bij de Bonifatiusbron, vanouds een bedevaartsplek voor rooms-katholieken, staat een levensgroot standbeeld van hem. Een tanig lijf, met het hoofd omlaag en de armen uitgestrekt. Het beeld van Natasja Bennink is bedoeld als een geestelijk portret van een mens die verwijst naar God en die klaarstaat om zijn medemens te helpen.

Toevallig is het niet dat hier juist een beeld van Titus Brandsma is geplaatst. De Bonifatiusbron is –volgens een van de middeleeuwse legendes die erover circuleren– ontstaan doordat de eerste zendeling in Friesland, Bonifatius, in het zilte waddengebied op zoek was naar zoet water en met zijn staf op de grond tikte, waarna de bron ontstond. Door deze wonderlijke ontstaansgeschiedenis kent men al sinds jaren geneeskrachtige eigenschappen toe aan de bron. „Titus Brandsma had veel interesse in de volksdevotie, in de rituelen en gebruiken die het geloof van gewone mensen ondersteunen, zoals de rozenkrans bidden en op pelgrimsreis gaan”, aldus gids Lammert de Hoop. „In de jaren 20 van de vorige eeuw zette Brandsma als jonge priester zich in voor het herstel van massale Bonifatiusbedevaarten naar Dokkum. De aanleg van het Processiepark en de bouw van de Bonifatiuskapel in 1934 kwamen daaruit voort.” Bijna 2000 bedevaartgangers konden in de kapel terecht.

Een paar jaar later kwam de pater met het idee om de veertien kruiswegstaties –afbeeldingen van de gang van Jezus naar het kruis– in het Processiepark te vernieuwen. De lijdenstaferelen werden door de kunstenaar Jaques Maris opnieuw verbeeld, gevat in een omlijsting van zogeheten middeleeuwse kloostermoppen. Brand­sma schreef in de strafgevangenis van Scheveningen, na zijn arrestatie door de Duitsers, veertien lijdensmeditaties voor de kruisweg in Dokkum. De staties werden na de oorlog, in 1949, geplaatst.

Bedevaartgangers

Op dit moment komen niet alleen rooms-katholieke bedevaartgangers naar de kapel. „Als we dit alleen als rooms-katholiek erfgoed zouden beheren, verschraalt het”, stelt De Hoop. „Sinds de jaren tachtig komen hier ook protestantse groepen voor oecumenische diensten en is het toeristisch bezoek gegroeid. We merken dat er met name vanuit evangelicale kring –en dan vooral uit landen zoals Amerika en Nieuw-Zeeland– belangstelling is voor de geschiedenis van Bonifatius. Protestanten in deze landen zijn nauwelijks bekend met de christelijke kerkgeschiedenis in de eeuwen voor de Reformatie.”

Ook niet-religieuze bijeenkomsten vinden plaats bij de bron en de kapel. Zo begint hier de 4 meiherdenking met een stille tocht. „Dit is een plaats voor geestelijke inspiratie, mensen zoeken een sfeer van spiritualiteit. Dat doen ook niet-gelovigen.”


Titus Brandsma

Titus Brandsma leefde van 1881 tot 1942. De geboren Fries werd in 1923 hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte aan de toen pas opgerichte Katholieke Universiteit Nijmegen. Daarnaast was hij betrokken bij een groot aantal rooms-katholieke organisaties. Verder zette hij zich in voor het onderwijs, met name voor Friestalig onderwijs in Friesland.

Als verzetsheld is Brandsma bekend vanwege zijn vroege publicaties over de gevaren van het nationaalsocialisme. Tijdens de Tweede Wereldoorlog streed hij voor persvrijheid en riep hij rooms-katholieke dagbladen ertoe op geen advertenties van de NSB te plaatsen.


Bezienswaardig

Behalve vanwege de Bonifatiuskapel, met een film en een expositie over zendeling Bonifatius (ong. 672-754), is Dokkum geliefd bij toeristen om zijn binnenstad met oude trapgevels en grachten. Korenmolen Zeldenrust en pelmolen De Hoop zijn toegankelijk voor publiek.

Bolsward is een historische Hanzestad, waarin met name de Martinikerk de aandacht trekt. Ze wordt wel de ”kathedraal van het noorden” genoemd.

www.beleeffriesland.nl