Te vaak wordt kerkgebouw zomaar, blind, afgestoten

Actueel
Alwin Kaashoek van KAAder kerkadvies, hier in de Oude Kerk in Delft. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
4

Nogal wat kerkbesturen staan voor het ingewikkelde vraagstuk: wat doen we met ons kerkgebouw?

Bij veel kerken en parochies in Nederland luidt de noodklok. Het aantal leden daalt en de financiën lopen terug – wat het er voor kerkbesturen niet gemakkelijker op maakt om de gebouwen in stand te houden. Soms is het zelfs een onmogelijke opgave.

De Rooms-Katholieke Kerk verwacht tot 2025 ruim 1000 van haar bijna 1600 kerkgebouwen in Nederland te moeten sluiten. Het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland, de Protestantse Kerk (PKN), verwacht eveneens veel sluitingen, maar kan geen exacte cijfers geven. „Binnen de PKN worden van oudsher de zaken plaatselijk besloten”, zegt Jaap Broekhuizen, werkzaam bij het kerkverband. „Dat maakt het voor ons lastig dit soort ontwikkelingen bij te houden. We verwachten dat het iets minder hard zal gaan dan bij de Rooms-Katholieke Kerk en dat het ook een lager aantal betreft. Maar dat er ook bij ons nog veel kerken gaan sluiten, staat vast. Kerkbesturen staan voor grote opgaven.”

De bonte mix van middeleeuws, modern en wat minder modern religieus erfgoed die Nederland rijk is, bestaat uit gebouwen die stuk voor stuk behoren tot de collectieve geschiedenis van gemeente­leden. Er is gedoopt, getrouwd en gerouwd. Daarnaast zijn de gebouwen –vooral de historische– belangrijk voor de lokale gemeenschap. Ze bepalen al eeuwen de identiteit van de om­geving en zijn in veel gevallen ooit neergezet met gemeenschapsgeld. Als het voortbestaan van zo’n kerk op het spel staat, is dat voor veel partijen ingrijpend.

Niet in de laatste plaats voor kerkbesturen. Zij ervaren de pijn van de tanende geestelijke animo aan den lijve en moeten daardoorheen een rationele beslissing nemen over hun kerkgebouw – een complexe klus waarvan de implicaties niet gemakkelijk zijn te overzien. Externe hulp is in zo’n situatie wenselijk, menen de twee adviesbureaus die op deze pagina worden geportretteerd.

„Ik hoef emoties geen rol te laten spelen”, zegt Alwin Kaashoek.

„Kerken worden te vaak zomaar blind afgestoten, terwijl er veel meer mogelijkheden zijn”, zeggen Paul Groen en Teunis van Kooten.


„Kerk moet behalve kerk vaak ook bedrijf zijn”

Alwin Kaashoek uit Delft richt zich met zijn bedrijf KAAder kerkadvies op alles wat bij ontwikkeling, beheer en gebruik van kerkelijk vastgoed komt kijken.

Recent rondde de bouwkundig adviseur een masterplan af voor de Grote Kerk in Zwolle: een uitgebreid boekwerk vol raadgevingen voor een breder gebruik van het gebouw en de ruimtelijke aanpassingen die daarvoor nodig zijn. Ook adviseert Kaashoek de gereformeerde gemeenten van Den Haag en Scheveningen, die op den duur samen verdergaan. „De moeilijke vraag is welk van de twee kerkgebouwen moet worden behouden, of dat een derde locatie wellicht beter is. Ik denk mee over de aanpak.”

Daarnaast is hij bezig met een kerk­gebouw in Overschie. „Het kerkbestuur wil het gebouw als kerk blijven gebruiken, maar moet dan wel de kosten kunnen opbrengen. Ik onderzoek nu of er van de pastorie een bed and breakfast gemaakt kan worden.”

Dit zoeken naar manieren waarop een kerk kerk kan blijven en tegelijkertijd kan zorgen voor voldoende inkomsten, noemt Kaashoek de kern van zijn werk. Een belangrijke vraag daarbij is of een kerkelijke gemeente andere activiteiten, zoals bijvoorbeeld verhuur, in het gebouw wil toestaan en zo ja, hoe. „Ik merk vaak dat kerkbesturen het lastig vinden om verder te kijken dan de manier waarop hun kerk nu wordt gebruikt. Doorgaans is er veel meer mogelijk dan zij denken. Vaak zeggen ze: Ja, maar dat is toch veel te duur? Zonder exact te weten hoe duur dan. Dat breng ik vervolgens in kaart. Als je precies weet wat je exploitatiekosten zijn, weet je ook wat voor plan je moet maken.”

Oplossingen liggen verrassend vaak binnen handbereik, aldus Kaashoek. „Oude kerkgebouwen hebben bijvoorbeeld allemaal meer volume dan nodig is. Daarmee kun je van alles doen. In Zwolle bevindt zich boven de belangrijkste entree van de Grote Kerk een ruimte die nu is gereserveerd voor de cv-installatie. Daar zou je een prachtige eetzaal of vergaderruimte van kunnen maken, met uitzicht over de stad.”

Als een kerkbestuur het lastig vindt om een besluit te nemen over neven­gebruik kabbelt de situatie voort en kan de consequentie zijn dat een kerk moet worden afgestoten. Kaashoek: „Het is heel moeilijk voor kerkbesturen om dat onder ogen te zien. Zij zijn gewend te denken in termen van opbouw. Er is uitbreiding, er moet een nieuw gebouw komen omdat de kerk groeit. Maar de situatie is nu omgekeerd. Nu moet een kerk ook een gewoon bedrijf zijn om de financiën rond te krijgen. Met vrijwillige bijdragen hou je het gebouw niet meer overeind.”

Het gaat om gevoelige zaken, erkent Kaashoek, die zelf kerkelijk meelevend is. „Emoties spelen in dit soort trajecten een grote rol, en vanuit mijn achtergrond kan ik dat begrijpen. Tegelijkertijd ben ik een buitenstaander en hoef ik ze niet mee te laten spelen in mijn advies.”

Wanneer een kerk behalve kerk ook bedrijf is, vraagt dat wel extra vaardigheden van kerkbesturen, zegt Kaashoek: „Ik kan op ruimtelijk en bouwkundig gebied heel veel verzinnen en potentiële huurders en partijen zoeken, maar als de organisatie niet op orde is, werkt het niet. Het is vaak de achilleshiel in dit hele verhaal. Want juist in kerken waar financiën ontbreken, wordt het korps van gekwalificeerde vrijwilligers kleiner.”

>>kaaderkerkadvies.nl


„Kerk en overheid kunnen veel meer samen doen”

Van Kooten Advocaten uit Utrecht en Erfgoed Advies Groen uit Montfoort startten ruim twee jaar jaar geleden het initiatief Herbestemming Kerk. Teunis van Kooten en Paul Groen: „We zagen kerkelijke gemeenten op grote schaal gebouwen zomaar afstoten. Terwijl er veel meer opties zijn.”

Het initiatief Herbestemming Kerk wil kerkbesturen helpen met andere ogen naar hun gebouw te kijken, zegt Van Kooten. „Hoe kan een kerkelijke gemeente haar gebouw behouden voor de eredienst zonder dat dit haar financieel ruïneert? Daar gaan we naar op zoek.”

Hoewel de vraag een voor de hand liggend lijkt, blijkt hij voor kerkbesturen een moeilijke. Groen: „Kerken worden te vaak zomaar blind afgestoten.” Van Kooten: „Ik ben zelf scriba en heb weet van de gevoeligheden en emoties. Wat ik heb ervaren, is dat vooral de aanvliegroute van de kerkelijke gemeente ontzettend belangrijk is. Natuurlijk, het kan voorkomen dat er niets anders op zit dan een gebouw te sluiten. Maar is er voldoende nagedacht over alter­natieven? Het kan namelijk ook anders. Gemeenten kunnen aan verhuur doen, kunnen hun kerk een extra, doordeweekse gebruiksfunctie geven naast de zondagse eredienst.”

Juist voor protestanten liggen die mogelijkheden er, zegt Van Kooten. „Bij hen geldt: waar het Woord is, is de kerk. Buiten de eredienst om is de kerk in principe niet meer dan hout en steen. Voor de Rooms-Katholieke Kerk ligt nevengebruik lastiger: haar gebouwen zijn letterlijk gewijde plaatsen bestemd voor de eredienst aan God.”

Mocht het lukken om de kerk voor breder gebruik inzetbaar te maken, dan bespaart een kerkelijke gemeente zich de pijn van het afscheid nemen van een geliefd gebouw, maar ook het lange traject dat moet worden door­lopen voor een kerk echt dichtgaat. Niet zelden is er sprake van grimmige kerkjuridische gevechten, weet Van Kooten uit de praktijk. „Dat is heel onverkwikkelijk. En bijna altijd zijn er alleen maar verliezers.”

Herbestemming Kerk kan een uitgebreide beoordeling maken van de bouwkundige staat van kerkgebouwen en de aanpassingen die er mogelijk zijn. Groen: „We inventariseren hoe het is gesteld met isolatie, daglichtinval, ventilatie en invalidentoegang. We maken een overzicht van de onderhoudskosten en onderzoeken de markt. Hoe is de kerk gelegen: in het centrum of in een buitenwijk? Daarna analyseren we hoeveel vierkante meter er nodig is voor kerkelijke activiteiten en welke mogelijkheden er zijn om de overige ruimte een nieuwe bestemming te geven.”

In het advies laten Groen en Van Kooten meewegen wat een gemeente aan niet-kerkelijke activiteiten in haar gebouw toelaatbaar acht. Van Kooten: „Ik ken een kerkelijke gemeente die het kerkgebouw door­de­weeks verhuurde voor studentenfeesten. Op zaterdag moest er rond de kansel flink geboend worden om het gebouw weer toonbaar te maken voor de eredienst. Deze nevenfunctie bleek duidelijk niet te passen bij de aard en waardigheid van het gebouw. Het is belangrijk om in bijvoorbeeld een huurreglement duidelijke voorwaarden te stellen. ”

Het maakt daarnaast nogal wat uit of de kerk in de stad of op het platteland staat, zegt Van Kooten. „In de stad lukt het verhuren van de kerk voor culturele evenementen beter. In een dorp is daaraan vaak minder behoefte. Maar daar kun je weer andere functies bedenken. Laat bijvoorbeeld een kinder­dagverblijf, uitvaartonderneming of een buitenschoolse opvang gebruik­maken van het gebouw.”

Herbestemming Kerk hamert in dit verband op een betere samenwerking tussen overheid en kerkelijke gemeente. Van Kooten: „Het in stand houden van vaak monumentale kerkgebouwen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Maar in de praktijk staan deze partijen vaak met de rug naar elkaar. Je ziet dat lokale overheden bijvoorbeeld nieuwe buurtcentra laten bouwen, terwijl die regelmatig heel goed in een kerk gevestigd kunnen worden. Als overheid en kerk meer samen optrekken, hoeft dit soort dingen niet te gebeuren.”

>>herbestemmingkerk.nl