„Synodebesluit CGK over afvaardiging ambtsdragers is wettig”

Synode CGK 2019
Synode van de CGK in 2016. beeld RD, Anton Dommerholt

De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) heeft in 2016 terecht gesteld dat ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten die geen lid van het kerkverband zijn, alleen een adviserende stem op de classis hebben. Heroverweging van dit besluit blijft echter mogelijk.

Dat blijkt uit een woensdag openbaar gemaakt commissierapport dat de generale synode van de CGK volgende week woensdag in Nunspeet bespreekt.

De classes Apeldoorn en Haarlem en de kerkenraad van Zwolle vroegen het synodebesluit uit 2016 te herzien. De commissie oordeelt echter dat de revisieverzoeken in principe moeten worden afgewezen, omdat ze niet „op grond van Schrift, belijdenis, kerkorde of redelijkheid” aantonen dat de generale synode een verkeerd besluit heeft genomen.

De commissie wijst er wel „met enige schroom” op dat de afvaardiging van niet-christelijke gereformeerde ambtsdragers de afgelopen jaren alleen maar ruimer is geworden. Tot 2013 was deze afvaardiging helemaal niet toegestaan. De generale synode van 2013 stond een adviserende stem toe als een afvaardiging anders niet mogelijk was. En in 2016 besloot de landelijke vergadering dat niet-christelijke gereformeerde ambtsdragers van samenwerkingsgemeenten een adviserende stem op de classis hebben.

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken, met wie sommige christelijke gereformeerde kerken op plaatselijk vlak nauw samenwerken, gaan „veel ruimer” om met de afvaardiging. „Dat maakt het verschil scherper duidelijk.”

De pijn van samenwerkingsgemeenten zit volgens de commissie echter dieper. „Dit gaat ook over de manier waarop zij zich in de CGK gezien en gewaardeerd voelen. De moeizamer samenwerking op landelijk niveau en het uitblijven van perspectief op verdere eenwording zullen dit gevoel versterken.”

Heroverweging van het besluit uit 2016 kan daarom van „kerkelijke wijsheid” getuigen, maar dan moet volgens de commissie ook gekeken worden naar „het grotere kader van de vraag hoe we als kerken verder gaan met de eenheid met andere kerkverbanden.”

De commissie zegt „verbaasd” te zijn over een vorig jaar genomen besluit van de classis Leeuwarden. Die sprak uit dat het synodebesluit over de afvaardiging van ambtsdragers uit samenwerkingsgemeenten „niet werkbaar” is. De classis Leeuwarden besloot „die afgevaardigden uit samenwerkingsgemeenten als leden in volle rechten te aanvaarden die het verbindingsformulier van onze kerken hebben ondertekend.”

Het is volgens de commissie kerkordelijk niet mogelijk en kerkelijk „onwenselijk” dat een classis besluiten neemt die ingaan tegen een besluit van de kerken als geheel. „De classis Leeuwarden verleent nu immers ambtsdragers stemrecht die dat volgens de kerkorde niet kunnen hebben. Bovendien stelt ze daarvoor aanvullende eisen die de kerkorde niet stelt.”