„Sociale media in de kerk belangrijk”

Foto EPA
3

DEVENTER – De ene groep in de kerk vindt sociale media het einde, de andere ziet er niets in. Dat moet anders, dacht onderzoeker Robin Effing. Om te laten zien dat sociale media ertoe doen, ontwikkelde hij een model om de effectiviteit ervan te meten.

Effing, onderzoeker en docent webdevelopment bij Saxion Hogeschool in Deventer, presenteerde vrijdag in het gebouw van de hogeschool zijn boek ”De sociale netwerk kerk”. Daarin beschrijft hij als eerste een model om de effectiviteit van sociale media in de kerk te meten.

Tijdens het symposium, belegd door uitgeverij Kok, werd ook het boek ”Goede wijn, waarderende gemeenteopbouw” van Jan Hendriks, oud-docent gemeenteopbouw aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, gepresenteerd. Er was krap vijftig man aanwezig.

Effing is protestants opgevoed maar werd later rooms-katholiek. „Toen ik na een periode van bezinning een rooms-katholieke kerk binnenstapte, wist ik: dit is het.” Het is voor hem een illustratie dat mensen niet meer gebonden zijn; ze nemen deel aan allerlei verbanden.

Bij zo’n flexibele netwerksamenleving hoort volgens hem ook een andere kerk: ”De sociale netwerk kerk”, zoals het boek heet. Een van de gastschrijvers, ds. J. Holtslag van de hervormde gemeente te Giessen-Nieuwkerk, brengt in het boek een aantal inzichten naar voren over wat sociale media doen met de structuur of de manier van leidinggeven in een gemeente.

Sociale media versterken volgens Effing de communicatie tussen kerkleden onderling. Ook hebben ze een etalagefunctie. Ze maken de kerk zichtbaar voor de buitenwacht. Dat concludeert hij uit het toepassen van zijn onderzoeksmodel op twee kerkelijke gemeenschappen. Het boek geeft verder een stappenplan om sociale media te gaan gebruiken, inclusief tips en valkuilen.

Niet vrijblijvend

Hoewel het boek leest als een pleidooi voor gebruik van nieuwe media, vervangen die de off­line werkelijkheid niet, vindt Effing. Dat beaamt iemand uit de zaal: „Er zijn altijd groepen in de kerk die er geen gebruik van maken. Ook jongeren laten soms bewust Facebook liggen.” Effing: „Elk initiatief dat leidt tot het stoppen van een andere vorm van samenkomst, zou ik bedenkelijk bekijken.”

Tegelijk zijn sociale media niet vrijblijvend, zegt pastoor Anton ten Klooster, die ook meeschreef aan het boek. „Het is bittere noodzaak als de kerk missionair present wil zijn. De meeste mensen aan wie we het Evangelie willen verkondigen, zitten nog steeds buiten de kerk.”

Sociale media verbinden mensen. Maar ze kunnen ook confronteren met de weerbarstigheid van het Evangelie, dat immers niet naar de mens is. Effing: „Over het algemeen geldt: hoe onpersoonlijker het medium, hoe minder mensen serieus met een boodschap aan de gang gaan. Persoonlijke media als Skype voor videobellen of het videokanaal YouTube kunnen mensen wel raken.”

Rondetafelgemeente

Hendriks verlegt met zijn boek de blik naar gemeenteopbouw zelf. In zijn positieve benadering staan niet problemen centraal, maar vertrouwen in elkaar en verlangen naar hoe de gemeente eruit moet zien. Zijn lezing werd wegens ziekte uitgesproken door Nico Belo. „Als we vragen stellen als problemen, construeren we een wereld van problemen. Als we vragen stellen als mogelijkheden, construeren we een wereld van mogelijkheden.”

Hij gebruikt het Angelsaksische en het Rijnlandse model. „In het eerste model staat angst om het voortbestaan centraal. Die kweekt in de gemeente een sfeer van wantrouwen. De leiding is uit op controle en gemeenteleden mogen alleen maar volgen zonder vragen. De omgeving voelt bedreigend aan. De inhoud verdwijnt naar de achtergrond. „De kerk is blijer met komst van jongeren dan met de komst van het Koninkrijk”, zo stond in het blad Woord & Dienst.”

Met het Rijnlandse model komt het doel van de gemeente weer centraal te staan en kunnen mensen zich erachter scharen. Fundament van het kerk-zijn is vertrouwen. „Dat bevrijdt van de zorg om het voortbestaan. Omgang met God, dienst aan elkaar en de samenleving worden belangrijk. Mensen zien elkaar en vertrouwen elkaar activiteiten toe. Dat verandert de structuur van de gemeente in een rondetafelgemeente, waar iedereen ertoe doet.”