„Sobere doopdienst in coronatijd kan winst opleveren”

Kerk en corona
Ds. A. J. Mensink. beeld HOE

Bij een doopdienst kan vanaf 1 juni slechts een klein deel van de gemeente en van de familie‑ en vriendenkring aanwezig zijn. Toch kan deze „versobering” inhoudelijk winst opleveren, denkt ds. A. J. Mensink. „Zo komen we meer tot de kern van de doop en worden we niet afgeleid door wat we in de loop der jaren om doopdiensten heen gebreid hebben.”

Dat schrijft ds. Mensink, voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond (GB) in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), in het donderdag verschenen nummer van het GB-orgaan De Waarheidsvriend.

Door de coronacrisis geldt tot 1 juli de beperking van dertig kerkgangers, een aantal dat na 1 juli wordt opgehoogd tot honderd. De bediening van de heilige doop moet in principe zo spoedig mogelijk plaatsvinden, aldus de predikant van de hervormde gemeente in Elburg. „Uiteraard zijn de hygiënevoorschriften van de overheid leidend: bij verkoudheid van doopouder of voorganger is dopen niet mogelijk. Fysiek contact moet daarbij voorkomen worden.”

Tegen het voorstel van het moderamen (bestuur) van de Protestantse Kerk om met een doopschelp aan een verlengstuk te dopen, is volgens ds. Mensink „niets principieels” in te brengen. „Ook kan het doopwater met een uitgestrekte arm door middel van een doop‑ kannetje op de dopeling gegoten worden. Zo doen onze Hongaarse gereformeerde broeders en zusters dat al eeuwen. Laten predikanten wel hun handen ontsmetten op het moment dat zij de doop gaan bedienen.”

Maar ook als er in coronatijd geen doop bediend wordt, moet de gemeente in de prediking aan haar doop herinnerd worden, aldus de predikant. „Welke troost ontvangen wij in deze crisistijd uit onze doop? Hoe vermaant de Heere ons in de doop om in Zijn gemeenschap te leven?”

Ds. Mensink is voorstander van het opschorten van de avondmaalsbediening totdat die weer in de kerkgebouwen mogelijk is. „In een online avondmaalsdienst missen we de zichtbare en tastbare gemeenschap met elkaar. Je kunt niet zien wie wel (en wie niet!) met jou deelneemt. Het opzicht komt in de knel. Een belangrijke vraag is hoe we in diverse gezinnen een sfeer creëren die past bij de bediening van het sacrament. En niet in de laatste plaats: met welke pastorale noties moeten we rekening houden? Welke verlegenheid ontstaat er bij jongeren en ouderen? Hoe houden we samen de heiligheid van de sacramenten hoog?”

Door het avondmaal uit te stellen, kan de gemeente zich oefenen in „lijdzaamheid en verlangen”, schrijft ds. Mensink. „We richten onze harten op Jezus Christus naar Wie beide sacramenten ons wijzen. Met Hem hebben wij door de Heilige Geest en het geloof gemeenschap. Desnoods –met pijn in het hart gezegd– zonder sacrament.”