Predikanten op de vlucht voor jiahistisch geweld Burkina Faso

Burkina Faso
Sawadogo Jean (l.) en Bamogo Eli in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou, waar ze dit jaar met hun gezinnen naar toe zijn gevlucht. beeld RD

Sawadogo Jean en Bamogo Eli zijn predikant in Burkina Faso, maar hun kerken zijn gesloten. Ze zagen hoe jihadistische groepen de dorpen waar ze werkten steeds sterker in de greep kregen. „Toen ze de buren vermoordden, ben ik vertrokken.”

Sawadogo Jean (59) kreeg een paar jaar terug opmerkelijk bezoek. Een paar mannen probeerden de predikant uit Tin-Akoff, in het uiterste noorden van Burkina Faso, ervan te overtuigen moslim te worden. „Laat die Jezus zitten”, zeiden ze. „Dan zorgen wij ervoor dat je een bemiddeld man wordt.”

Een vriend van Jean, parkwachter in het natuurgebied rond Tin-Akoff, kreeg een soortgelijk voorstel. Islamisten beloofden hem gouden bergen als hij zich bij hen zou aansluiten. De man weigerde en lichtte zijn meerderen over het voorval in. Die haalden de wachter daarop direct van zijn post en brachten hem elders in het land in veiligheid.

Inmiddels beloven de militanten geen gouden bergen meer. Jonge mannen plaatsen ze voor een ‘simpele’ keuze: meedoen of de dood. Ze maakten ook richting Jean steeds duidelijker dat hun voorstellen niet vrijblijvend zijn. Tot vijf keer toe probeerden jihadisten zijn huis in brand te steken. „Door Gods genade is het niet gelukt”, verzucht hij.

Bidden voor kind

De gemeente van Jean telt zo’n veertig leden en vormt de enige kerk in Tin-Akoff. In het noorden van Mali wonen veel Fulani, een islamitisch herdersvolk. Christenen zijn er slechts een heel kleine minderheid.

Lange tijd vormde de aanwezigheid van de kerk in Tin-Akoff echter geen probleem. Moslims en christenen respecteerden elkaar. „Het kwam geregeld voor dat een moslimfamilie mij vroeg om bijvoorbeeld voor een ziek kind te bidden”, zegt Jean. Soms voegden moslims zich bij de kerk. Het zorgde meestal niet voor grote verwijdering met de familie en de rest van de dorpsgemeenschap. „We leefden heel vreedzaam”, blikt Jean terug. „Maar nu is het heel, heel, anders.”

Na de val van de Libische leider Muammar Gaddafi in 2011 zag de predikant de situatie beetje bij beetje veranderen. Libië veranderde in een anarchie, wat tot ver over de landsgrenzen grote gevolgen had. Extremistische groepen in West-Afrika profiteerden van een florerende wapenhandel vanuit Libië en voelden zich sterk genoeg om de strijd aan te binden met de autoriteiten. Het leidde onder meer tot een bloedige oorlog in Mali.

Het geweld bereikte uiteindelijk ook Burkina Faso. In het noorden sluimerde al lang onvrede over sociale ongelijkheid, wat zich in 2016 vertaalde in de oprichting van terreurgroep Ansarul Islam. De beweging bedient zich van een sterk religieus taalveld en heeft banden met jihadistische netwerken in Mali.

Arabisch

Tin-Akoff ligt op slechts een paar kilometer van de grens met Mali en bevond zich daarmee in de frontlinie van de jihadistische opmars. Jean zag hoe extremisten het dorpsleven beetje bij beetje in de greep kregen. Moslims die zich voor het christendom interesseerden, kregen bijvoorbeeld te horen dat ze gedood zouden worden als ze zich daadwerkelijk bekeerden. Jean werd te verstaan gegeven dat hem hetzelfde lot zou treffen als hij met evangelisatiedoeleinden naar een moslimfamilie zou gaan.

Extremisten deden ook de dorpsschool aan en verboden leerkrachten nog langer Frans te onderwijzen, de voertaal van Burkina Faso. Op school mocht er alleen nog Arabisch klinken. Jean: „Ze verbrandden bovendien de schoolboeken. Die zouden te westers zijn. Dit soort incidenten kwam steeds vaker voor. Uiteindelijk is de school gesloten.” De kinderen uit Tin-Akoff moesten voor onderwijs naar een ander dorp. Maar daar kwamen de militanten na verloop van tijd ook.

Kritiek op dergelijke praktijken kwam dorpelingen duur te staan. Zestien islamitische inwoners die het waagden de maatregelen van de jihadisten te bekritiseren, vonden de dood.

Ernstig

Inmiddels is er in de wijde regio rond Tin-Akoff al maanden geen school meer open. Islamistische groepen hebben grote delen van het noorden en oosten van Burkina Faso in de greep. Hele dorpsgemeenschappen zijn weggevlucht. De politie, geregeld doelwit van aanslagen, waagt zich er nauwelijks meer. In de praktijk vormt zich zo een nieuw kalifaat.

Jean wendt zich met een lach naar zijn collega-predikant Bamogo Eli (64) uit Silmadji, een paar honderd kilometer zuidelijk van Tin-Akoff. „Jij belde me eens met de boodschap dat ik echt weg moest uit mijn dorp. En nu zitten we allebei hier.” Hij schudt het hoofd. ”Hier” is de Burkinese hoofdstad Ouagadougou, waar de voorgangers met hun gezinnen naartoe zijn gevlucht. „De situatie is echt heel ernstig”, zegt Eli. „De jihadisten rukken verder en verder op.”

Jean bleef zolang mogelijk in Tin-Akoff om zijn gemeente te dienen. Hij zag zich echter gedrongen te vluchten toen zijn buurman voor de ogen van zijn familie werd vermoord. Daarnaast kwam het bericht dat een collega-predikant in een dorp op zes kilometer afstand was vermoord. „De kerkleiding liet mij en vier ander pastors uit de omgeving toen weten dat we naar Ouagadougou moesten komen”, zegt hij. Veel gemeenteleden waren hem al voorgegaan. „Op het moment dat ik vertrok, waren er nog maar twee over.”

Nergens thuis

Rond de woonplaats van Eli begon de onrust in april. Jihadisten ontvoerden en doodden mensen. Drie maanden lang verborg Eli zich met zijn vrouw geregeld in het groen rond Silmadji. Toen een rooms-katholieke kerk, 25 kilometer verderop, aangevallen werd, besloten ze definitief te vertrekken.

Al snel bleek dat een verstandig besluit. „Twee weken na ons vertrek kwamen militanten weer naar Silmadji. We hoorden dat ze zeker vier keer naar de verblijfplaats van de dominee en zijn vrouw gevraagd hebben.” Inmiddels is volgens Eli iedereen uit het dorp vertrokken. De leden van zijn kerk zijn over het hele land verstrooid geraakt.

Eli is blij dat hij nu veilig is, maar het leven in Ouagadougou valt hem zwaar. „Ik wil hier eigenlijk niet zijn”, zegt hij. „De kerk zorgt zo goed mogelijk voor ons, maar alles hier is anders. We hebben alles achtergelaten, onze kleren, al ons bezit. Ik ben 64, dan wil je eigenlijk rustig oud worden. Maar nu ben ik nergens thuis.”

Vertrouwen

De predikanten begrijpen niet goed wat de jihadisten precies willen en wie ze zijn. Eli: „Je kunt ze niet in het gezicht kijken: ze zijn gemaskerd. Ze kunnen uit Burkina komen, maar ook uit andere landen.”

Jean houdt het voor mogelijk dat er zich leden van het Fulanivolk uit Tin-Akoff en omgeving onder de jihadisten bevinden. „De Fulani zijn arm. Dat maakt ze kwetsbaar voor beïnvloeding”, zegt hij. Het is hem in ieder geval duidelijk dat de jihadisten zich tegen de regering keren. „Ze hebben problemen met de autoriteiten. Daarnaast hebben ze religieuze doeleinden. Maar ze vertolken geen religieuze traditie die wij hier vanouds kennen. Het is niet Afrikaans.”

De moeilijkheden die ze ondervinden heeft bij de voorgangers het vertrouwen op God niet geschaad. „De Bijbel spreekt over beproevingen die gelovigen ondervinden”, zegt Jean. „God geeft ons goede en kwade dagen. De kwade dagen testen ons geloof: is het sterk genoeg? God geeft me een last te dragen, maar ook meer kracht en geloof.”

Eli: „In de Bijbel staat dat volgelingen van Jezus vervolging kunnen verwachten. Dat hoeft ons dus niet te verbazen.”

Jean: „Een van mijn zoons vroeg me of ik niet kon stoppen met het predikantsschap om een andere baan te zoeken”, zegt Jean. „Maar ik heb hem geantwoord dat ik dat niet kan. Ik ben ook hier in Ouagadougou predikant en heb vlakbij mijn onderkomen een plek gevonden om het Evangelie te verkondigen.”

Ze hopen dat christenen in Europa voor hen zullen bidden. Eli: „God is machtig. Hij kan alles ten goede doen veranderen.”

Jihadisme

Als president Blaise Compaoré in 2014 na een bewind van 27 jaar ten val komt, leven er weinig zorgen over de vatbaarheid van Burkina Faso voor extremisme. Nog geen anderhalf jaar later zijn de kaarten echter anders geschud. Begin 2016 schrikt het land op door een bloedige aanslag op een hotel en een restaurant in de hoofdstad Ouagadougou.

De praktijk halverwege 2019 is dat de autoriteiten nog nauwelijks gezag hebben in het noorden en oosten van het land.

Compaoré regeerde Burkina Faso met harde hand en was weinig democratisch, maar hij wist kiemen van opstand in het noorden effectief te onderdrukken. Het presidentiële veiligheidsregiment van Compaoré vormde de ruggengraat van de Burkinese veiligheidsdiensten. Met het opheffen ervan na diens val ontstond er een leemte. Later moest ook de chef inlichtingendiensten het veld ruimen: een man die stevig grip had op islamitische netwerken. Het zette de deuren wijd open voor het jihadisme.

Sawadogo Jean en Bamogo Eli

Sawadago Jean (1960) is predikant van de pinksterkerk Assemblée de Dieu in Tin-Akoff, een plaats in het uiterste noorden van Burkina Faso. Het is de enige kerk in het dorp, met zo’n 40 leden.

Bamogo Eli (1955) is voorganger in Silmadji, eveneens in een gemeente van de Assemblée de Dieu. Zijn gemeente telt zo’n 370 leden.

De Assemblée de Dieu is de grootste protestantse kerkelijke denominatie in Burkina Faso. Het verband bestaat uit zo’n 3400 lokale gemeenten. In het noorden en oosten van het land zijn honderden ervan nu gesloten.

Zo’n 60 procent van de inwoners van Burkina Faso is moslim, ongeveer 20 procent is christen en eenzelfde percentage animist. Veel moslims in het land praktiseren een weinig dogmatische variant van de islam, gemengd met animistische gebruiken. Het is een mix van tradities die ook veel christenen niet vreemd is. De Rooms-Katholieke Kerk is de grootste kerk, gevolgd door de Assemblée de Dieu.

Dit is het eerste deel in een serie artikelen over Burkina Faso.