Nieuw woord, nieuwe trend: de invalcatecheet

Catechese
Urker Jan Post (31) is invalcatecheet bij de catechetenpool van ”Just Read It”. beeld Freddy Schinkel

Een zieke predikant of ouderling en het catechisatieseizoen voor de deur: het zijn vacatures die een kerkenraad hoofdbrekens kosten. De interkerkelijke werkgroep rond de catechisatiemethode ”Just Read It!” voorziet met een catechetenpool in deze nood.

De nieuwe methode gaat in een kleine twintig gemeentes gebruikt worden, vertelt projectleider Rick Schreur. De werkgroep meldde in mei, toen de methode uitgegeven werd, dat ze ook start met een catechetenpool. De reden hiervoor was dat bij de jongerenorganisaties Hervormd Jeugdwerk (HJW) en Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) regelmatig gevraagd werd naar vervangende catecheten in geval van ziekte. „Nu we het aanbod hebben, lijkt het wel of de vraag groter wordt”, aldus Schreur. Elf invalcatecheten beginnen in september met hun werk.

Wat is de reden dat gemeenten gebruik maken van een invalcatecheet?

„Er zijn gemeentes die kampen met een structurele nood, bijvoorbeeld doordat ze vacant zijn. Het kan ook zijn dat er een tijdelijk probleem is, zoals een overspannen ambtsdrager of een predikant die naar een synode moet. Verder bieden we gastlessen aan over specifieke thema’s, die door catecheten uit de invalpool gegeven worden. Dit seizoen starten om uiteenlopende redenen elf invalcatecheten in negen gemeenten.”

Welke eisen stellen jullie aan de invalcatecheten?

„We vragen van alle catecheten dat ze een levend geloof hebben in Jezus Christus en dat ze de Drie Formulieren van Enigheid onderschrijven. Het verschilt per catecheet wat zijn opleiding is. Sommigen hebben theologie gestudeerd, anderen hebben bijvoorbeeld de pabo gevolgd. Hoeveel ervaring ze hebben met catechisatie geven, verschilt. Wat pedagogiek betreft krijgen ze bijscholing. Jan-Willem Baars geeft interne video-interactiebegeleiding om de catecheten verder te bekwamen.”

Zijn er ook vrouwelijke invalcatecheten?

„Op dit moment zijn die er niet tussen de mensen die wij aanbieden. Maar we staan er wel open voor.”

Hoe maken jullie de match tussen gemeente en invalcatecheet?

„We proberen de kerkelijke gemeente en de invalcatecheet zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen door intensief met elkaar te overleggen. Het hoeft daarbij niet zo te zijn dat de catecheet tot hetzelfde kerkverband behoort als de vragende gemeente. In september start bijvoorbeeld een christelijke gereformeerde catecheet in een gemeente die behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland. Maar de gemeente heeft daarin natuurlijk het laatste woord. De catecheet moet bij de gemeente passen. Wij willen vooral dienstbaar zijn.”

Een invalcatecheet kent de gemeente en de jongeren minder goed dan een eigen predikant of ambtsdrager. Is zo’n catechetenpool wel een goed idee?

„Het is geen ideale situatie. We beschouwen het als een noodoplossing wanneer een gemeente onvoldoende capaciteit heeft om catechisatie te geven. Het blijft het beste wanneer iemand uit de eigen gemeente de catechese geeft.”

Gaan invalcatecheten een dienstverband aan met LCJ of met de vragende gemeente, of werken ze als zelfstandigen?

„Alle drie de opties zijn mogelijk en worden nu ook toegepast binnen de catechetenpool. We bekijken per situatie wat de beste arbeidsverhouding is. Overigens bestaat de werkgroep uit meer dan alleen mensen van LCJ. We werken samen met Hervormd Jeugdwerk, de Theologische Universiteit Apeldoorn en hebben ook overleg met het Wartburg College en Driestar Educatief. Met Driestar Educatief hebben we een digitale, laagdrempelige basiscursus catechese ontwikkeld.”

Post: Ook relatie hebben met grote raddraaiers

Jan Post (31) maakt vanaf de start deel uit van de catechetenpool van ”Just Read It”. „Ik wil me als invalcatecheet dienstbaar opstellen. Het is mijn grootste liefde om jongeren heen te wijzen naar het verzoenend werk van Christus. Ik werk nu via de catechetenpool in mijn eigen gemeente, de christelijke gereformeerde Maranathakerk in Urk. Ook geef ik via de pool gastlessen in andere gemeenten.

Zeven jaar geleden ben ik begonnen met leiding geven aan de jeugdvereniging. Ik vond dat mooi om te doen.Twee jaar geleden werd ik jeugdouderling. Daar hoort in onze gemeente niet vanzelfsprekend het catechisatie geven bij. Wel moet je vervanging regelen of zelf vervangen wanneer de catecheet niet kan.Toen er in een wijk een catecheet nodig was, kreeg ik de vraag of catechese geven niet wat voor mij was. Ik ben erin gestapt met vier groepen.

Als invalcatecheet kun je in gemeenten komen waar je niemand kent. Maar ook nu ik in mijn eigen gemeente catechisatie geef,moet ik veel jongeren leren kennen. We hebben een gemeente met zo’n 3600 leden, dus ik weet vooraf zeker niet alle namen van mijn catechisanten.Ik ruim altijd tijd in om de jongeren beter te leren kennen. Ook met de grootste raddraaiers wil ik een relatie hebben. Dat is de basis om ze les te kunnen geven.

In de achterliggende tijd deed ik met mijn groepen een pilot voor ”Just Read It!”. Ik werd enthousiast van deze methode. Er wordt steeds een verbinding gemaakt tussen het leven van de jongere en de Bijbel. Van daaruit maken we weer de overstap naar de geloofsleer. De laatste fase van de les is de verwerking. Wanneer ik de halve les aan het woord ben geweest, vind ik het heerlijk als de jongeren zelf actief aan de slag gaan. De ene keer met een stelling, de andere keer met een opdracht in een tweetal of alleen.

Ik geef ook gastlessen via de catecheten pool. Ik kom dan in een voor mij wildvreemde groep terecht. Ik ben er te gast. Zo’n gemeente vraagt mij om dieper in te gaan op een bepaald thema, bijvoorbeeld seksualiteit. Ik vind het makkelijker om daarover met een voor mij onbekende groep het gesprek aan te gaan. Ik merk dat de jongeren zich ook vrijer voelen ten opzichte van mij dan tegenover hun eigen catecheet. Ik heb juist wel eens gemerkt dat ze niet gingen praten zolang hun eigen catecheet erbij bleef zitten.

Binnenkort geef ik een gastles over diaconaat in Rijnsburg. Het leuke is dat ik voor de tweede keer gevraagd word door die gemeente en dat ik dan dezelfde groep voor me krijg. Zo ontstaat er toch een beetje een band. Als ik er ruimte voor heb in m’n agenda zou ik ook in andere gemeenten willen invallen. Ik vind het leuk om als Urker onder de Urkers catechisatie te geven. Voor anderen mag het Urker dialect soms wat ruw klinken, maar ik weet wat de jongeren bedoelen. Ik waardeer m’n catechisanten enorm. Ze spreken me niet aan met u, maar met ”jie”. Dat is niet onbeschoft, zo doen we dat hier nou eenmaal. Ze nemen geen blad voor de mond, maar dat heeft als voordeel dat ze ook alles tegen me durven te zeggen. Dan vragen ze: „Jan, hoe kan ik nou zeker zijn dat m’n geloof echt is?” Ik vind dat zo mooi, als ze iets van hun hart laten zien”

serie Catechese

Dit is het tweede deel in een vierdelige serie over catechese bij de start van een nieuw kerkelijk seizoen. Op RD vrijdag pagina 22 deel 3.